DEEL 4 — DE WAARHEID ACHTER DE TWEELING
Ik staarde naar het bericht.
“Omdat jouw dochters niet alleen jouw kinderen zijn.”
Mijn eerste gedachte was dat het een dreigement was.
Mijn tweede gedachte was erger.
“Wat bedoelt hij?” vroeg ik.
Mijn advocaat, Van Rijn, bleef zwijgen.
“Mr. Van Rijn.”
Hij keek eindelijk op.
“Ik wilde je dit nooit vertellen.”
“Dat is geen antwoord.”
“Nee.”
Hij zuchtte diep.
“Maar je hebt recht op de waarheid.”
Ik keek naar Emma en Elise, die rustig in hun wiegjes lagen.
“Begin dan.”
Hij haalde een map uit zijn tas.
Niet de map met bankafschriften.
Een veel dunnere map.
Op de voorkant stond slechts één datum.
14 maart 2024.
Ik herkende die datum.
Het was de dag waarop ik voor het eerst hoorde dat ik misschien nooit kinderen zou kunnen krijgen.
“Wat staat hierin?”
“Je medische dossier.”
“Ik heb dat dossier zelf.”
“Niet dit deel.”
Hij schoof de map naar mij.
Mijn handen trilden toen ik hem opende.
Er stonden documenten in die ik nog nooit had gezien.
Laboratoriumresultaten.
Onderzoeksrapporten.
Handtekeningen van artsen.
En helemaal onderaan stond een naam.
Victor de Vries.
Ik keek naar mijn advocaat.
“Waarom staat zijn naam in mijn dossier?”
“Omdat hij de behandeling heeft betaald.”
Mijn mond viel open.
“Welke behandeling?”
“De behandeling waardoor je uiteindelijk zwanger kon worden.”
Ik schudde mijn hoofd.
“Dat kan niet.”
“Waarom niet?”
“Omdat Lucas mij vertelde dat hij alles had betaald.”
Van Rijn keek me strak aan.
“Lucas heeft nooit één cent betaald.”
De kamer leek plotseling kleiner te worden.
“Twee jaar lang dacht ik…”
“Dat Lucas je hielp.”
“Ja.”
“Hij deed het tegenovergestelde.”
Ik voelde mijn hart sneller slaan.
“Leg het uit.”
Van Rijn wees naar de documenten.
“De eerste artsen die je behandelden, werden betaald door een stichting.”
“Welke stichting?”
Hij zweeg even.
“Een stichting die verbonden is aan de familie De Vries.”
Ik keek hem ongelovig aan.
“Dus Margriet wist ervan?”
“Vanaf het begin.”
“En Lucas?”
“Ook.”
Ik voelde tranen in mijn ogen komen.
Niet van verdriet.
Van woede.
“Waarom zouden ze mij dan laten geloven dat ik nooit moeder kon worden?”
Van Rijn antwoordde:
“Omdat jouw zwangerschap hun plannen in de war zou brengen.”
Ik begreep het niet.
“Welke plannen?”
Hij pakte een tweede document.
“Het familiefonds.”
Ik keek ernaar.
“Wat heeft mijn zwangerschap daarmee te maken?”
“Alles.”
Hij wees op een clausule.
“Volgens het oorspronkelijke testament van de familie De Vries zou het vermogen niet rechtstreeks naar Lucas gaan.”
“Maar naar wie dan?”
“Naar zijn kinderen.”
Ik voelde een rilling over mijn rug.
“Dus…”
“Als jij kinderen kreeg, kregen jouw dochters automatisch rechten op een groot deel van het familiefortuin.”
Ik keek naar Emma en Elise.
“Hoeveel?”
Van Rijn zei niets.
“Hoeveel?”
“Meer dan honderd miljoen euro.”
Mijn adem stokte.
Plotseling vielen alle puzzelstukken op hun plaats.
De druk om documenten te tekenen.
De pogingen om mij als instabiel neer te zetten.
De isolatie.
De leugens.
De affaire.
De baby van Sophie.
Alles draaide om één ding.
Geld.
Maar er was iets wat ik nog steeds niet begreep.
“Waarom heeft Victor mij geholpen?”
Van Rijn keek naar de deur.
“Dat is het gevaarlijkste deel.”
“Vertel.”
“Victor wilde niet dat Lucas het familiefonds controleerde.”
“Waarom?”
“Omdat Victor volgens het oude testament eigenlijk de eerste erfgenaam was.”
Ik staarde hem aan.
“Maar hij was verdwenen.”
“Precies.”
“Waarom?”
Van Rijn aarzelde.
“Omdat Margriet ervoor heeft gezorgd dat hij uit de familie werd verwijderd.”
“Ze heeft haar eigen zoon laten verdwijnen?”
“Halfzoon.”
“Waarom?”
Van Rijn antwoordde:
“Omdat Victor bewijs had dat Margriet betrokken was bij de dood van zijn vader.”
Ik voelde mijn maag samentrekken.
“De vader van Lucas?”
“Ja.”
“Wat is er met hem gebeurd?”
Van Rijn keek me recht aan.
“Officieel was het een ongeluk.”
“En in werkelijkheid?”
“Moord.”
Ik kon niets zeggen.
Toen klonk er plotseling een harde klop op de deur.
De politieagent kwam binnen.
“Mevrouw Van Rijn, we hebben een probleem.”
“Wat voor probleem?”
“Lucas is verdwenen.”
Mijn advocaat sprong overeind.
“Wat?”
“Hij is tijdens het transport ontsnapt.”
Mijn hart zakte.
“Hoe?”
“Een voertuig blokkeerde de weg. We denken dat het voorbereid was.”
“Waar is Sophie?”
De agent keek naar de andere agent.
“Ook verdwenen.”
Mijn ogen vernauwden zich.
“Dat kan geen toeval zijn.”
“Nee,” zei de agent.
Hij gaf mij zijn telefoon.
Op het scherm stond een foto.
Een verlaten landweg.
Een zwarte auto.
En een man die naast de auto stond.
Lucas.
Naast hem stond Sophie.
En achter hen…
Een derde man.
Ik hoefde zijn gezicht niet eens volledig te zien.
Ik herkende zijn houding.
Van Rijn fluisterde:
“Victor.”
Op dat moment kwam er een nieuwe melding op mijn telefoon.
ONBEKEND NUMMER:
Je hebt nu genoeg gehoord.
Daaronder verscheen een locatie.
Ik herkende het adres onmiddellijk.
Het was een oud landhuis.
Een plek waar Lucas mij ooit had verboden te komen.
Ik keek naar mijn advocaat.
“Daar gaan ze heen.”
“Dat is een val.”
“Ik weet het.”
“Je kunt daar niet naartoe.”
Ik keek naar mijn dochters.
“Misschien niet.”
Toen stond ik op.
“Maar ik kan ervoor zorgen dat zij naar míj toe komen.”
Van Rijn keek verbaasd.
“Hoe?”
Ik pakte mijn telefoon.
“Door ze te laten geloven dat ik iets heb wat ze koste wat kost nodig hebben.”
“Wat?”
Ik glimlachte voor het eerst.
“Het originele testament.”
Van Rijn werd bleek.
“Dat bestaat niet meer.”
“Dat is wat Lucas denkt.”
Ik liep naar de wiegjes van Emma en Elise.
Ik pakte mijn dochters voorzichtig op.
Toen fluisterde ik:
“Maar ik weet waar het ligt.”
Op datzelfde moment ging mijn telefoon opnieuw.
Dit keer was het geen bericht.
Het was een foto.
Van mijn huis.
Van buiten genomen.
Daaronder stond:
“Kom alleen.”
En toen verscheen er nog één zin:
“Of je dochters verdwijnen voordat de waarheid naar buiten komt.”






