DEEL 5 — HET TESTAMENT DAT NIET BESTOND
Ik staarde naar het scherm.
“Kom alleen.”
Mijn vingers werden koud.
Onder het bericht stond een tweede regel:
“Of je dochters verdwijnen voordat de waarheid naar buiten komt.”
Ik keek naar Emma en Elise.
Ze sliepen rustig.
Alsof de wereld buiten hun wiegjes niet langzaam in brand stond.
Mijn advocaat liep naar me toe.
“Laat me de politie bellen.”
“Nee.”
Hij keek me verbaasd aan.
“Ze bedreigen je kinderen.”
“Precies daarom.”
“Je kunt hier niet alleen naartoe.”
“Ik ga ook niet alleen.”
Hij fronste.
Ik draaide mijn telefoon om.
“Ze denken dat ik alleen ga.”
Hij begreep het meteen.
“Je wilt een val zetten.”
“Ja.”
“Maar waar?”
Ik keek naar het adres dat Victor had gestuurd.
“Het oude landhuis.”
Van Rijn werd stil.
“Dat gebouw is al twintig jaar leeg.”
“Niet meer.”
“Hoe weet je dat?”
“Omdat Lucas er drie maanden geleden naartoe ging.”
Hij keek me scherp aan.
“Heb je hem gevolgd?”
“Nee.”
“Hoe weet je het dan?”
Ik haalde diep adem.
“Omdat ik toen al wist dat hij tegen me loog.”
Ik vertelde hem over de laatste maanden.
Over de vreemde telefoontjes.
Over documenten die verdwenen.
Over Lucas die soms midden in de nacht vertrok zonder iets te zeggen.
Over de keren dat hij thuiskwam met modder op zijn schoenen terwijl hij beweerde dat hij op kantoor was geweest.
Van Rijn luisterde zwijgend.
Toen zei hij:
“Je hebt hem dus al die tijd onderzocht.”
“Ik moest wel.”
“Waarom heb je mij niets verteld?”
“Omdat ik niet wist wie ik kon vertrouwen.”
Hij keek me aan.
“Zelfs mij niet?”
Ik zweeg.
Dat antwoord was genoeg.
Een uur later lag er een plan klaar.
De politie zou mij niet volgen.
Ze zouden op afstand blijven.
Er zouden verborgen teams in de buurt worden geplaatst.
Maar officieel zou ik alleen naar het landhuis gaan.
Ik zou doen alsof ik het originele testament bij me had.
Mijn dochters zouden veilig in de kliniek blijven.
En toch voelde ik me niet gerust.
Want één ding bleef door mijn hoofd spoken.
Victor had gezegd dat mijn dochters niet alleen mijn kinderen waren.
Wat bedoelde hij?
Rond vijf uur 's ochtends stapte ik in een zwarte auto.
De sneeuw was opgehouden.
De wegen waren bijna leeg.
Na veertig minuten reden we een smalle bosweg in.
Aan het einde verscheen het landhuis.
Het gebouw was groter dan ik me herinnerde.
Donkere ramen.
Een gesloten poort.
Geen licht.
Ik stapte uit.
“Mevrouw,” zei de chauffeur.
“Ik ga alleen verder.”
Hij wilde protesteren.
Ik schudde mijn hoofd.
“Ze verwachten dat ik alleen kom.”
Ik liep naar de voordeur.
Die stond al open.
Mijn hart bonsde.
Binnen was het ijskoud.
De vloer kraakte onder mijn schoenen.
“Lucas?”
Geen antwoord.
“Victor?”
Stilte.
Toen hoorde ik een stem achter mij.
“Je bent gekomen.”
Ik draaide me om.
Lucas stond in de gang.
Zijn gezicht was veranderd.
Geen zelfverzekerde echtgenoot meer.
Geen rijke erfgenaam.
Alleen een vermoeide man die wist dat zijn wereld instortte.
“Waar zijn mijn dochters?”
“Veilig.”
“Waar?”
“Dat doet er niet toe.”
Ik deed een stap naar voren.
“Voor mij wel.”
Hij glimlachte.
“Je hebt altijd al gedacht dat alles om jou draaide.”
“En jij hebt altijd gedacht dat geld belangrijker was dan familie.”
Zijn glimlach verdween.
“Je begrijpt niets.”
“Dan leg het uit.”
Hij keek naar de trap.
“Victor heeft je gebruikt.”
Ik lachte bitter.
“Dat zegt de man die mij uit mijn eigen huis heeft gegooid?”
“Je weet niet wie hij is.”
“Dan vertel het me.”
Lucas keek naar de grond.
“Hij is gevaarlijk.”
“Dat ben jij ook.”
Hij keek plotseling op.
“Victor heeft mijn vader vermoord.”
Ik verstijfde.
“Dat is onmogelijk.”
“Mijn moeder zei dat het een ongeluk was.”
“Je zei net dat Victor hem heeft vermoord.”
“Dat is wat ik jarenlang geloofde.”
Ik keek hem aan.
“Jarenlang?”
Lucas slikte.
“Tot ik de waarheid ontdekte.”
Voor ik iets kon zeggen, klonk er boven ons een deur.
Voetstappen.
Langzaam.
Iemand kwam de trap af.
Victor.
Hij droeg een donkere jas.
Zijn gezicht leek inderdaad op dat van Lucas.
Maar zijn ogen waren kouder.
Hij keek eerst naar Lucas.
Toen naar mij.
“Je had haar niet moeten laten komen.”
Lucas draaide zich om.
“Ze moest komen.”
Victor keek naar mij.
“Je hebt het testament.”
Ik glimlachte.
“Natuurlijk.”
“Waar?”
“In mijn tas.”
Hij keek naar de tas in mijn hand.
“Geef het.”
“Nee.”
Hij zuchtte.
“Je maakt dit moeilijker dan nodig.”
“Waarom heb je mijn kinderen laten bedreigen?”
“Ik heb ze niet bedreigd.”
“Jij stuurde het bericht.”
“Nee.”
Hij keek naar Lucas.
“Hij deed dat.”
Lucas schudde zijn hoofd.
“Ik heb haar alleen laten komen.”
Victor keek hem aan.
“Je liegt.”
Voor het eerst zag ik twijfel in Lucas’ ogen.
Toen gebeurde er iets onverwachts.
De voordeur sloeg open.
Margriet stapte naar binnen.
Ze was niet alleen.
Sophie liep achter haar.
Mijn hart sloeg over.
“Waar zijn mijn dochters?” vroeg ik.
Margriet glimlachte.
“Dat is precies wat jij straks gaat vertellen.”
Ik voelde de grond onder mijn voeten verdwijnen.
“Wat bedoel je?”
Ze keek naar Victor.
“Vertel haar.”
Victor bleef zwijgen.
Margriet deed een stap naar voren.
“Je hebt altijd gedacht dat Emma en Elise Lucas’ kinderen waren.”
Ze glimlachte.
“Dat zijn ze niet.”
Lucas keek haar geschokt aan.
“Moeder…”
“Hou je mond.”
Sophie begon te huilen.
Ik keek naar haar.
“Wie is dan hun vader?”
Margriet keek naar Victor.
Victor sloot zijn ogen.
En toen zei hij iets waardoor de hele wereld voor mij leek stil te vallen.
“Niet één van ons.”
Mijn hart bonsde.
“Wat?”
Victor keek me recht aan.
“Emma en Elise zijn geboren uit een embryo dat jaren geleden door mijn vader werd opgeslagen.”
Ik begreep het niet.
“Dat kan niet.”
“Jawel.”
Hij haalde een document tevoorschijn.
“En volgens de oorspronkelijke overeenkomst…”
Hij hield het document omhoog.
“…zijn jouw dochters de wettelijke erfgenamen van het volledige familievermogen.”
Lucas staarde hem aan.
“Waarom heb je haar dan al die tijd geholpen?”
Victor keek naar mij.
“Omdat ik wilde dat het geld bij de kinderen terechtkwam.”
Ik voelde tranen in mijn ogen.
Maar voordat ik iets kon zeggen, klonk buiten plotseling een harde knal.
Daarna nog één.
De ramen trilden.
Iedereen keek naar de voordeur.
Victor fluisterde:
“Ze hebben ons gevonden.”
Ik keek hem aan.
“Wie?”
Hij antwoordde:
“De mensen die al twintig jaar proberen te voorkomen dat de waarheid naar buiten komt.”
En toen doofden alle lichten in het landhuis tegelijk.






