Ik verstijfde in de leren fauteuil en klemde het dagboek stevig tegen mijn borst. Mijn hart klopte weer in mijn keel. Wie kon dit zijn? Vranken en zijn mannen waren immers opgepakt door de politie. De gangen onder de kerk waren afgesloten.
De voetstappen stopten vlak voor de geopende spiegeldeur.
Een lange schaduw viel over het rode perzische tapijt van de geheime kamer. Langzaam stapte een gedaante door de opening.
Het was een vrouw. Ze droeg een elegante, donkergroene mantel en een sjaal om haar hoofd. Ze was halverwege de veertig, met scherpe, intelligente gelaatstrekken en een paar diepblauwe ogen die me opvallend bekend voorkwamen.
Ze bleek even sprakeloos als ik. Ze staarde naar de kamer, naar de foto's aan de muur, en ten slotte naar mij.
"Mevrouw... Mien?" vroeg ze met een trillende, zachte stem.
Ik hielp mezelf overeind uit de stoel. "Wie bent u? Hoe weet u van deze kamer?"
De vrouw haalde diep adem, sloeg haar sjaal naar achteren en pakte een oud, vergeeld fotofframe uit haar handtas. Ze stapte voorzichtig dichterbij en hield de foto aan mij voor.
Op de foto stond een jonge vrouw met een baby in haar armen, staand naast een jonge Pieter. De datum onderaan de foto luidde: 14 augustus 1978.
Mijn adem stokte. Mijn hele wereld leek voor de zoveelste keer te kantelen.
"Mijn naam is Elena," zei de vrouw, terwyl de tranen in haar ogen begonnen te glinsteren. "Ik... ik ben de dochter van Pieter."
Ik staarde haar aan, buiten westen van verbazing. "De... de dochter van Pieter? Maar... Pieter en ik... wij konden geen kinderen krijgen! Dat was het grootste verdriet van ons leven!"
Elena knikte bedroefd. "Ik weet het, mevrouw Mien. Pieter heeft u nooit iets verteld om u niet te kwetsen. Maar voordat hij u ontmoette, toen hij nog heel jong was, had hij een korte relatie met mijn moeder, Sophia. Mijn moeder werd zwanger, maar ze besloot weg te gaan uit de stad vanwege de spanningen binnen haar eigen familie. Pieter heeft pas tientallen jaren later ontdekt dat hij een dochter had."
Ik zakte langzaam terug in de fauteuil. De emoties overspoelden me. Pieter... een dochter? Mijn man, die ik veertig jaar lang had gekend als mijn enige zielsverwant, had een geheim kind?
"Waarom... waarom heeft hij me dit nooit verteld?" stamelde ik met een gebroken stem.
Elena ging op haar knieën voor mijn stoel zitten en legde haar hand zachtjes op mijn knie.
"Omdat hij intens van u hield, Mien," sprak ze oprecht. "Toen Pieter vijf jaar geleden contact met mij zocht, vertelde hij me met tranen in zijn ogen dat u de liefde van zijn leven was. Hij wilde uw geluk niet verstoren met een schaduw uit zijn verleden. Maar toen hij erachter kwam dat burgemeester Vranken hem op het spoor was vanwege de stadsdocumenten, heeft hij mij om hulp gevraagd."
"Om hulp?" vroeg ik verward.
"Ik ben rechercheur bij de rijksrecherche in Amsterdam," zei Elena met een flauwe glimlach. "Pieter heeft mij de eerste stukkken van het dossier opgestuurd. Hij wist dat de lokale politie in deze stad corrupt was en onder de duim van Vranken zat. Ik was degene die gisternacht de rijksrecherche heeft ingeschakeld om Vranken op te pakken nadat u het hoofddossier uit de toren had gehaald."
Mijn hoofd tolde. Alle puzzelstukjes begonnen nu op hun plek te vallen.
"Dus jij... jij wist van deze kamer?"
"Pieter liet me de sleutel en de instructies natlaten in zijn testament," knikte Elena. "Hij zei dat als het gevaar eenmaal geweken was, ik naar nummer 42 moest komen om de geheime kamer te openen. Hij wilde dat ik u zou ontmoeten, Mien. Hij wilde dat u niet langer alleen zou zijn op de wereld."
Ik keek naar het gezicht van de jonge vrouw voor me. Nu pas zag ik de duidelijke gelijkenis met Pieter — dezelfde vorm van de kaaklijn, dezelfde vriendelijke rimpeltjes rond de ogen, dezelfde rustige uitstraling.
De pijn en de jaloezie die een seconde lang in mijn hart hadden gebrand, smolten als sneeuw voor de zon weg. Pieter had me niet bedrogen; hij had geprobeerd iedereen van wie hij hield te beschermen.
"Hij hield van rozen..." fluisterde ik zacht.
"Hij hield bovenal van jou," antwoordde Elena.
Ze reikte in haar tas en haalde een klein, zilveren doosje tevoorschijn. "Pieter vroeg me om dit aan jou te geven zodra de waarheid aan het licht zou komen."
Ik nam het zilveren doosje over en opende de deksel. Binnenin lag een prachtig handgeschreven gedicht van Pieter, samen met een klein glazen flesje gevuld met een heldere, goudkleurige vloeistof.
"Wat is dit vloeistof?" vroeg ik.
Elena keek me met een geheimzinnige blik aan. "Dat is de essentie van de wilde rozenstruik. Pieter schreef dat als je drie druppels hiervan op de drempel van je eigen huis sprenkelt op de avond van de eerste volle maan... je één laatste antwoord zult krijgen op de vraag die je al drie jaar bezighoudt."
Ik strak de vloeistof in mijn zak en keek naar Elena. "Wil je... wil je bij me blijven voor een kop thee? In mijn eigen huis?"
Een warme glimlach verlichtte haar gelaat. "Dat zou ik heel graag willen, Mien."
Maar net toen we de geheime kamer wilden verlaten om naar mijn huis te gaan, klonk er een harde, onheilspellende knal van de bovenverdieping van nummer 42.
Het geluid van brekend glas en zware, instortende houten balken vulde het hele pand.
"Pas op!" schreeuwde Elena, terwijl ze me snel achter de spiegeldeur duwde...






