De Roos en het Mysterie van Nummer 42
News Story

De Roos en het Mysterie van Nummer 42

21 weergaven

Mijn longen brandden als vuur en mijn hart sloeg een moordend tempo aan. De vochtige lucht van de ondergrondse gang voelde zwaar en benauwd, maar de gedachte aan Pieters offer gaf me onmenselijke energie. Achter mij hoorde ik het gevloek van de mannen en het harde ketsen van hun zware laarzen op de natte stenen.

"Blijf staan, oude heks!" schreeuwde een van de stemmen.

Ik keek niet om. In de verte zag ik het einde van de tunnel: een roestige, verticale ijzeren ladder die omhoog leidde naar een rond houten luik. Met mijn laatste krachten greep ik de ijskoude sporten van de ladder vast en begon omhoog te klimmen. Elke trede voelde als een overwinning op mijn eigen verouderde lichaam.

Net toen ik de bovenste sport bereikte, voelde ik een harde ruk aan de zoom van mijn lange jas.

"Heb ik je!" snauwde een man met een sjaal voor zijn gezicht, die onderaan de ladder stond.

In een vlaag van blindelings overlevingsinstinct trapte ik met mijn zware wandelschoen hard naar beneden. Mijn hak raakte zijn gezicht. De man liet met een pijnlijk gegil los en viel achterover op de stenen vloer van de tunnel.

Ik benut die luttele seconden om de grendel van het houten luik boven me weg te schuiven. Met een krachtige duw klapte het luik open. Ik klom gehaast omhoog en rolde over de kille, marmeren vloer van wat een schemerige ruimte bleek te zijn. Direct daarna trok ik het zware houten luik dicht en schoof een nabijgelegen zware eikenhouten kerkbank over het luik heen.

Hijgend bleef ik op de marmeren tegels liggen. De geur van brandend kaarsvet, wierook en oud hout vulde mijn neus. Ik was in de crypt van de oude Sint-Michaëlskerk, de oudste kerk van de stad.

Boven mij torenden de hoge, spitse bogen van het gewelf. Het enige licht kwam van een paar tientallen kleine devotiekaarsen die brandden voor een beeld van de Heilige Maria.

"Wie is daar?" klonk een diepe, bezorgde stem uit de schaduwen van de crypte.

Een lange man in een zwart pijen kleed met een dunne, grijze baard stapte tevoorschijn uit de nis bij het altaar. Hij droeg een koperen kandelaar in zijn hand. Het was vader Thomas, de koster van de kerk, die ik nog kende van de herdenkingsdiensten voor Pieter.

"Vader Thomas..." stamelde ik, terwijl ik mezelf moeizaam overeind hielp. "Help mij... alstublieft."

De oude priester schrok toen hij mij herkende. "Mevrouw Mien? Barmhartige hemel, wat is er met u gebeurd? U zit onder het stof en uw handen bloeden!"

Hij haastte zich naar me toe en ondersteunde me naar een houten stoel bij het altaar. Met een schone doek uit zijn kleed veegde hij voorzichtig het vuil van mijn gezicht.

"Ze zitten achter me aan," fluisterde ik haastig, terwyl ik angstig naar het luik onder de kerkbank keek. "De mannen van de burgemeester. Pieter... Pieter heeft me naar u gestuurd."

Bij het horen van de naam van mijn echtgenoot veranderde de blik van vader Thomas van medelijden in intense ernst. Hij keek schroomvallig om zich heen, alsof de muren van de crypte oren hadden.

"Dus de dag is toch gekomen," zei hij met een lage, ernstige stem. "Pieter heeft me jaren geleden verteld dat als jij hier ooit zou verschijnen via de geheime gang, de eindfase was ingegaan."

"U wist hiervan?" vroeg ik verbijsterd. "U wist dat Pieter gevaar liep?"

Vader Thomas knikte bedroefd. "Pieter was een rechtvaardig man, Mien. Hij kwam twee weken voor zijn dood naar mij toe. Hij liet me een deel van de gekopieerde documenten zien. Wat burgemeester Vranken en zijn netwerk hebben gedaan, is afschuwelijk. Ze hebben na de oorlog de bezittingen van tientallen verdwenen families achtergehouden en het geld via nepbedrijven in hun eigen zakken gestoken. En nu willen ze het hele stadsarchief slopen onder het mom van een nieuw winkelcentrum, om alle sporen voorgoed uit te wissen."

"Maar waarom heeft Pieter mij nooit iets verteld?" riep ik wanhopig uit. "Tientallen jaren hebben we alles gedeeld! Waarom zweeg hij hierover?"

"Om je leven te sparen," antwoordde vader Thomas zacht. "Vranken schuwt geen enkel middel. Toen Pieter doorhad dat hij vergiftigd was, heeft hij al zijn resterende levenskracht gebruikt om een veiligheidsnet om jou heen te bouwen. De man die jij zag... Henk..."

"Was het een geest? Een illusie?" onderbrak ik hem.

"Het was een manifestatie van Pieters liefde en wilskracht, gecombineerd met de oude beschermingsgebeden van deze kerk," sprak de priester geheimzinnig. "Maar die magie is uitgewerkt nu de sleutel ontdekt is. Vranken weet dat het dossier bijna boven water is."

Op dat moment klonk er een dof gedaver onder de vloer. De zware eikenhouten kerkbank die over het luik stond, begon licht te trillen. De mannen in de tunnel probeerden het luik van onderen op te breken!

"We hebben geen tijd meer," zei vader Thomas beslist. Hij liep naar de muur achter het altaar en duwde tegen een uitstekende marmeren rozet. Met een schurend geluid schoof een deel van de muur op zij, waardoor een smalle doorgang naar een geheime wendeltrap zichtbaar werd.

"Deze trap leidt rechtstreeks naar de oude stadstoren," zei de priester. "Daar bevindt zich de kluis waar Pieter het originele dossier heeft verstopt. Heb je de sleutel bij je?"

Ik greep de zilveren locket om mijn hals en knikte. "Pieter zei dat dit de sleutel is."

"Goed," zei vader Thomas. Hij pakte een zware koperen sleutel uit zijn zak en drukte die in mijn hand. "Dit is voor de toegangsdeur van de torenkamer. Ga omhoog, Mien! Sluit de deur achter je. Ik zal de mannen hier zo lang mogelijk ophouden."

"Maar vader, ze zullen u kwaad doen!" riep ik geschokt.

De oude priester glimlachte kalm en pakte zijn grote houten kruis vast. "Mijn taak is het beschermen van de waarheid en de onschuldigen. Zij durven een man van God in zijn eigen kerk niets aan te doen. Haast je, Mien! De waarheid over Pieters dood moet aan het licht komen!"

Ik keek nog één keer om naar de dapper staande priester, haalde diep adem en stapte de duistere wendeltrap op. Terwijl de doorgang achter mij dichtschoof, hoorde ik beneden het hout van het luik met een luide knal versplinteren...