De rook drong sneller de geheime kamer binnen dan het vuur zelf. Een dikke, zwarte walm van verbrand oud hout en isolatiemateriaal vulde de gang buiten de spiegeldeur. Het knetteren van de vlammen klonk als een hongerig monster dat de bovenverdieping van nummer 42 verslond.
"Iemand heeft het huis in brand gestoken!" roep Elena, terwijl ze haar jas uittrok en die voor haar mond hield om niet te stikken in de rook.
"Vranken zijn handlangers!" riep ik wanhopig. "Ze willen alle sporen alsnog uitwissen!"
"Er is geen tijd om te twijfelen, Mien! We moeten hier nu weg!" Elena greep mijn arm stevig vast.
Ik keek nog één keer om naar de geheime kamer. De foto's aan de muur, het dagboek van Pieter, de leren fauteuil... de plek waar de geest van mijn man drie jaar lang over me had gewaakt, dreigde in vlammen op te gaan.
"Het dagboek!" schreeuwde ik.
Ik rukte me los, rende terug naar de stoep en greep het zware, met leer gebonden dagboek van het tafeltje. Ook de vaas met de twaalf verse rozen pakte ik mee.
"Mien, schiet op!" schreeuwde Elena vanuit de gang.
De vloer boven ons begon gevaarlijk te kraken. Een brandende houten balk stortte met een regen van vonken neer in de gang, vlak voor de spiegeldeur. De doorgang naar de voordeur werd geblokkeerd door een muur van vuur.
"We kunnen niet via de gang!" roep Elena paniekerig. "De voordeur is geblokkeerd!"
"De spiegel!" herinnerde ik me plotseling. "Achter de kastenwand in deze geheime kamer is een luik dat naar het schuurtje in de tuin leidt!"
Ik rende naar de achterwand van de geheime kamer en duwde met al mijn kracht tegen de boekenplank. Elena zag wat ik van plan was en schoot me te hulp. Samen duwden we de zware eikenhouten kast opzij.
Achter de kast kwam inderdaad een klein, vierkant houten luik tevoorschijn — de andere kant van het gangenstelsel dat Pieter had aangelegd.
Elena trok het luik open. De koele, frisse lucht van de ondergrondse gang kwam ons tegemoet.
"Jij eerst, Mien!" roep ze.
Ik kruip door het luik en liet me zakken in de donkere gang. Elena volgde me direct en trok het houten luik achter zich dicht. Boven ons klonk een gigantische knal toen het dak van nummer 42 definitief instortte onder de vlammenzee.
Trillend van de hitte en het stof haastten we ons door de ondergrondse gang. Na een minuut bereikten we de trap die uitkwam in het oude schuurtje achter de tuin.
Elena duwde de vloerplank omhoog en we klommen naar buiten de frisse nachtlucht in.
Buiten was het een chaos. Hete vonken dwarrelden door de lucht. Het oude pand op nummer 42 stond van onder tot boven in lichterlaaie. De oranje en rode vlammen sloegen metershoog uit het dak en verlichtten de hele straat. In de verte klonken de sirenes van de brandweerauto's die zich een weg door de stad baanden.
Buurtbewoners stonden op straat in hun pyjama's, geschokt te kijken naar het inferno.
Ik bleef op het grindpad staan, met het dagboek van Pieter en de rozen stevig in mijn armen geklemd. De hitte van het vuur brandde op mijn gezicht.
Elena sloeg haar arm om mijn schouders. "Het is voorbij, Mien. Het huis is weg, maar de herinnering en het bewijs zijn veilig."
Ik keek naar de laaiende vlammen. En toen... midden in de felste oranje vlammenzee op de eerste verdieping van het brandende huis... zag ik een gedaante staan.
Het was de man in de asgrijze mantel.
Hij stond kalm te midden van de vlammen, ongedeerd door de hitte. Hij keek naar beneden, recht naar mij. Hij hief zijn hand in een laatste, plechtige groet.
Op dat moment wist ik het zeker: Henk was niet zomaar een droom of een hallucinatie. Hij was het fysieke symbool van Pieters niet-aflatende bescherming geweest. En nu het huis op nummer 42 tot as verbrandde, werd de band met die specifieke plek voorgoed doorgesneden.
De gedaante lachte vriendelijk, zwaaide nog één keer, en vloeide daarna langzaam samen met de opstijgende rook en vonken, tot hij volledig opging in de nachtelijke hemel.
"Kijk daar," fluisterde Elena met een stem vol ontzag.
Ik keek naar de grond voor mijn voeten. Tussen het grind van het tuinpad, op de plek waar het vuur niet kon komen, begon een klein rozenknopje spontaan te ontluiken. Binnen een paar seconden vouwden de bloemblaadjes zich open tot een prachtige, bloedrode roos met vers dauw op de stengel.
De brandweerwagens kwamen met loeiende sirenes de straat in gereden en begonnen direct met blussen. Maar ik wist dat het blussen enkel voor de stenen was. Het mysterie van nummer 42 was definitief afgerond.
Elena en ik liepen langzaam naar mijn kleine huisje aan de overkant van de straat.
De volgende avond zou het volle maan zijn. En ik had het glazen flesje met de essentie van de rozenstruik nog in mijn zak...






