De paniek op het gezicht van burgemeester Vranken was compleet. De man die zojuist nog ijskoud en oppermachtig leek, deinsde nu achteruit tot zijn rug tegen de stenen balustrade van het grote torenraam stootte. Het pistool trilde zo hevig in zijn hand dat hij het bijna liet vallen.
"Blijf van me af! Je bent dood! Je bent al drie jaar dood!" schreeuwde Vranken met een overslaande stem.
De gigantische schaduwgedaante van de mantelman zweefde langzaam naar voren. De ijskoude nevel vulde de hele ruimte, waardoor het voelde alsof we midden in een winterse storm stonden. Ik klampte me vast aan de stalen kluisdeur om niet omver geblazen te worden door de paranormale wind.
"De dood is geen einde aan gerechtigheid, Vranken," sprak de dubbele stem van Pieter en Henk. Elk woord klonk als een klokkenluid dat door de steen van de toren galmde. "Je hebt mijn leven genomen. Je hebt geprobeerd mijn nagedachtenis te bezoedelen. Maar je kunt de waarheid niet doden."
De schaduwarm van de geest greep de pols van Vranken vast. Waar de geest de huid van de burgemeester raakte, ontstond een laagje witte rijp. Vranken slaakte een gedingesde kreet van pijn en liet het pistool vallen. Het wapen kletterde op de marmeren vloer en rolde recht voor mijn voeten.
"Mien!" sprak de stem van Pieter plotseling helder en zacht in mijn hoofd, alsof hij vlak naast me stond. "Pak de map! Neem de documenten en ga naar het raam aan de oostzijde. Er staat hulp op je te wachten!"
Ik twijfelde geen seconde. Ik reikte de kluis in, greep de zware lederen map met het rode lint en het verse roosje, en stak ze onder mijn arm. Daarna raapte ik met een trillende hand het gevallen pistool op en schopte het door een van de boogramen naar buiten, zodat niemand het meer kon gebruiken.
Vranken lag ondertussen op zijn knieën op de vloer, krimpend van de ijskoude grip van de geest. "Genade... Pieter, alstublieft... genade!" smeekte de burgemeester, terwijl de rijp zich over zijn dure maatpak verspreidde.
"Genade is voor Degenen die spijt tonen," antwoordde de geest ijskoud. "Jij zult verantwoording afleggen aan de wet van de mensen, voordat je verantwoording aflegt aan mij."
De geest tilde de burgemeester moeiteloos op bij zijn kraag en duwde hem tegen de stenen muur. De handlangers van Vranken, die net de trap op kwamen stormen met getrokken wapens, bleven op de drempel van de torenkamer als aan de grond genageld staan. Toen ze de reusachtige, gloeiende schaduwgedaante zagen die hun baas vastklemde, sloeg de angst hen om het hart. Twee van hen lieten hun wapens vallen en renden in paniek de wendeltrap weer af.
"Mien, nu!" riep de geest.
Ik haastte me naar het oostelijke boograam. Toen ik naar buiten keek, zag ik beneden op het stadsplein felblauwe zwaailichten flitsen. Meerdere politieauto's en een zwarte wagen van de rijksrecherche waren het plein op gereden. En tot mijn grote verbazing zag ik vader Thomas onderaan de toren staan, samen met de twee jonge agenten die die middag nog bij mijn huis waren geweest!
"Hier boven!" schreeuwde ik uit het raam, zwaaiend met de lederen map.
"Mevrouw Mien!" klonk de stem van de vrouwelijke agent door een megafoon van beneden. "Blijf waar u bent! We komen u redden! Vader Thomas heeft ons alles verteld!"
Binnen in de kamer begon de machtige verschijning van Henk en Pieter langzaam op te lossen. De ijzige wind ging liggen en de normale, warme nachtlucht stroomde de toren weer binnen.
Vranken zakte als een zoutzak in elkaar tegen de muur, rillend van de kou en de shock, niet meer in staat om tegenstand te bieden. Zijn overgebleven handlanger staarde me roerloos aan, te bang om ook maar één stap te verzetten.
De schaduw van Pieter vormde zich nog één laatste keer voor mij. Het was nu niet meer de dreigende reus, maar het vertrouwde, warme beeld van mijn man. Hij keek me aan met een blik van oneindige liefde en troost.
"Je hebt het volbracht, mijn dappere Mien," fluisterde hij. Zijn stem klonk nu heel zacht, als een briesje dat door de bomen waait. "De waarheid is vrij. Mijn taak op deze aarde is ten einde."
"Verlaat me niet weer, Pieter..." smeekte ik, terwijl het verdriet mijn keel dichtknijpt.
"Ik verlaat je nooit," antwoordde hij met een prachtige glimlach. "Ik woon in je herinneringen, in elke herfstwind, en in de geur van de rozen. Maar beloof me dat je weer gaat leven, Mien. Blijf niet alleen in de leegte."
Hij reikte zijn transparante hand uit en raakte heel zachtjes mijn wang aan. Een wonderbaarlijke warmte stroomde door mijn hele lichaam, een gevoel van diepe vrede dat ik in drie jaar niet meer had gevoeld.
Toen vervaagde hij volledig in de zilveren manestralen.
Op hetzelfde moment stormden de politieagenten de torenkamer binnen met hun zaklampen en getrokken pistolen.
"Handen omhoog! Politie!" schreeuwden ze.
Burgemeester Vranken werd zonder pardon op de grond gedwongen en in de boeien geslagen. De vrouwelijke agent haastte zich naar me toe en sloeg een warme deken om mijn schouders.
"Mevrouw Mien, gaat het met u? Het is voorbij, u bent veilig," zei ze bezorgd.
Ik klemde de lederen map stevig tegen mijn borst en keek naar de plek waar Pieter zojuist nog had gestaan. Daar op de stenen vloer lag één enkele, verse bloedrode rozenblaadje.
"Ja," antwoordde ik stil, terwijl er een glimlach door mijn tranen brak. "Het is voorbij. Maar de strijd om de rechtvaardigheid begint pas."
Iets later die nacht zat ik op het politiebureau om mijn verklaring af te leggen. De lederen map werd geopend in het bijzijn van de officier van justitie. Wat erin lag, zou de hele stad op zijn grondvesten doen schudden...






