De miljonair verloor plotseling zijn gezichtsvermogen…
News Story

De miljonair verloor plotseling zijn gezichtsvermogen…

155 weergaven

De scherpe kiestoon van de telefoon echode door de studeerkamer. Arturo staarde naar de hoorn alsof het een giftige slang was. De kamer was gehuld in een doodse stilte; zelfs inspecteur Morales en dokter Alejandro stonden als aan de grond genageld.

‘Een uur…’ fluisterde Arturo. ‘Elena leeft. Mijn god, ze leeft echt…’

‘Meneer Garza, u kunt hier niet alleen naartoe gaan,’ zei inspecteur Morales onmiddellijk, zijn professionele instincten overnemend. ‘Dit is een valstrik. Roberto is in het nauw gedreven. Hij heeft niets meer te verliezen. Als u daar alleen heen gaat, zal hij u beiden vermoorden.’

‘Als u een heel politieteam meeneemt, zal hij niet aarzelen om zijn dreigement uit te voeren!’ riep Arturo fel. Hij greep Morales bij zijn revers. ‘U heeft gehoord wat hij zei! Hij heeft het toxine! Hij is een arts, hij weet precies hoe hij iemand binnen een minuut kan doden zonder sporen achter te laten!’

Dokter Alejandro stapte tussen hen in. ‘Arturo heeft gelijk, inspecteur. Roberto Garza is een briljante maar volstrekt meedogenloze farmacoloog. Hij heeft jarenlang gewerkt aan zeldzame toxines voor neurologische onderzoeken. Als hij merkt dat de politie het terrein betreedt, is Elena dood voor u de deur heeft ingetrapt.’

Morales vloekte binnensmonds en wreef over zijn voorhoofd. ‘Goed. Wat is het plan dan?’

Arturo keek naar de klok aan de muur. Het was tien over twee in de nacht. De oude farmaceutische fabriek van de familie Garza lag in een afgelegen industriegebied aan de noordrand van Monterrey, verscholen tussen verlaten loodsen en rotsachtige heuvels.

‘Ik ga alleen naar binnen,’ zei Arturo met een ijzeren vastberadenheid. ‘Maar u volgt mij op afstand, Morales. Zonder zwaailichten, zonder sirenes. U omsingelt de fabriek discreet. Pas als ik binnen ben en contact heb gemaakt met Roberto, grijpt uw arrestatieteam in.’

‘Dat is levensgevaarlijk voor u, Arturo,’ waarschuwde Alejandro.

‘Zijn vader heeft mijn vader vermoord, zijn handlangers hebben mijn leven verwoest en mijn vrouw tien jaar lang gevangen gehouden,’ antwoordde Arturo, terwijl hij zijn kaken op elkaar klemde. ‘Ik laat hem niet meer ontsnappen.’

Tien minuten later zat Arturo achter het stuur van zijn eigen terreinwagen. Zijn gezichtsvermogen was vrijwel volledig hersteld, al voelden zijn ogen nog steeds licht branderig aan door de uitwerking van de medicatie. Hij keek in de achteruitkijkspiegel en zag Lupita en Ximena bij de voordeur staan. Ximena zwaaide zachtjes naar hem, een gebaar van stil vertrouwen.

Arturo trapte het gaspedaal in. De machtige V8-motor brulde en de terreinwagen schoot de donkere, door regen natte straten van Monterrey op.

De rit naar het noorden voelde als een reis naar de hel. De regen kwam nu met bakken uit de hemel en de ruitenwissers maakten een monotoon, rusteloos geluid. Gedachten stormden door Arturo’s hoofd. Elena… hoe zou ze eruitzien na tien jaar? Wat had ze moeten doorstaan in de handen van Roberto? En welk duister geheim uit het verleden van zijn familie had deze spiraal van haat in gang gezet?

Om kwart voor drie bereikte hij de vervallen rand van het industriepark. De oude Garza-fabriek verrees als een gigantisch, zwart skelet tegen de nachtelijke hemel. Roestige platen, ingeslagen ramen en overwoekerde hekken getuigden van tientallen jaren van verwaarlozing.

Arturo parkeerde zijn auto bij de vervallen poort. Hij zette de koplampen uit en liet alleen de stadslichten branden. Hij keek op zijn telefoon: nog tien minuten.

Hij haalde diep adem, pakte een kleine zaklamp uit het dashboardkastje en stapte uit. De koude regen drong onmiddellijk door zijn kleding heen, maar hij voelde het nauwelijks.

Met voorzichtige stappen liep hij door de drassige binnenplaats. Het enige geluid was het tikken van de regen op de roestige golfplaten. Hij duwde een zware, krakende metalen deur open en stapte de fabriekshal binnen.

Binnen rook het naar vocht, chemicaliën en verroest ijzer. De hal was gigantisch, gevuld met oude ketels, pijpleidingen en gebroken lopende banden. In het midden van de hal, onder een enkele scherp schijnende halogeenlamp, stond een stoel.

Op de stoel zat een vrouw vastgebonden.

Haar handen waren achter haar rug gebonden en een doek bedekte haar mond. Haar donkere haar was grijs geworden bij de slapen en haar gezicht was bleek en mager, maar Arturo herkende haar ogen onmiddellijk.

‘Elena…’ fluisterde Arturo, terwijl zijn stem brak.

De vrouw keek op. Toen ze Arturo zag staan, begonnen haar ogen te glanzen van tranen. Ze probeerde te spreken achter de knevel, maar bracht slechts gedempte geluiden voort. Ze schudde wild met haar hoofd, als een dringende waarschuwing.

‘Wat een roerend weerzien,’ klonk een stem van boven.

Arturo keek snel omhoog. Op een stalen loopbrug, zo’n vijf meter boven de fabrieksvloer, stond dr. Roberto Garza. Hij droeg een donkere regenjas en hield een kleine, glazen spuit in zijn hand, gevuld met een heldere, gele vloeistof. In zijn andere hand hield hij een afstandbediening.

‘Welkom in mijn laboratorium, neefje,’ zei Roberto met een cynische glimlach. ‘Je bent stipt op tijd.’

‘Laat haar gaan, Roberto!’ roep Arturo, terwill hij een stap naar de stoel zette. ‘Het spijt me van wat er in het verleden is gebeurd tussen onze vaders, maar Elena heeft hier niets mee te maken! Valeria en Bruno zijn al gepakt door de politie. Het is voorbij!’

‘Voorbij?’ gelachen Roberto bitter. ‘Niets is voorbij! Denk je dat het om geld gaat? Het ging nooit om geld, Arturo! Het ging om gerechtigheid!’

Roberto zette een stap naar de rand van de loopbrug. ‘Vijftig jaar geleden bezaten onze vaders samen het eerste patent van de Garza Farmaceutica. Jouw vader, Don Esteban, heeft mijn vader bedrogen. Hij heeft de documenten vervalst, mijn vader uit de maatschap gezet en hem tot de bedelstaf gebracht! Mijn vader is in armoede en schande gestorven, terwijl jouw familie baadde in luxe!’

‘Mijn vader was een eerlijk man!’ riep Arturo tegen de storm van haat in.

‘Jouw vader was een dief!’ schreeuwde Roberto woedend, zijn beschaafde masker nu volledig afvallend. ‘En toen ik ontdekte wat er gebeurd ছিল, besloot ik dat de Garza-bloedlijn gestraft moest worden. Elena was de eerste. Vijf jaar geleden heb ik haar auto klemgereden, haar ontvoerd en haar dood in scène gezet. Ik wilde dat jij leed zoals mijn vader heeft geleden!’

Elena begon wanhopig te huilen op haar stoel.

‘En toen dat niet genoeg was,’ vervolgde Roberto ijskoud, ‘heb ik Valeria ingezet. Een ambitieuze, geldzuchtige vrouw die hongerig was naar jouw fortuin. Het was zo makkelijk, Arturo. Ik gaf haar het toxine. Jij werd langzaam blind, terwijl zij jouw bezittingen leeghaalde. Het perfecte plan.’

‘Je bent een monster, Roberto,’ zei Arturo met ingehouden afschuw.

‘Misschien,’ zei Roberto met een kille glimlach. ‘Maar wel een monster dat het laatste woord heeft.’

Roberto richtte de afstandsbediening op de vloer rondom de stoel van Elena. Arturo zag nu pas dat er kleine, rode lampjes knipperden bij de steunpijlers van de loopbrug.

‘In deze spuit,’ zei Roberto, terwijl hij de naald van de spuit omhoog hield, ‘zit een dodelijke dosis van het neurotoxine. En onder deze vloer liggen ladingen industriële oplosmiddelen. Eén druk op de knop van deze afstandsbediening en deze hele fabriek verandert in een inferno.’

Roberto begon langzaam via de stalen trap naar beneden te lopen, de spuit strak in zijn hand geklemd.

‘En nu, Arturo,’ zei Roberto, terwijl hij op gelijke hoogte met Arturo kwam op de fabrieksvloer, ‘ga je toekijken hoe je geliefde Elena sterft… waarna jij de schuld van alles krijgt.’

Arturo keek naar de spuit, naar de afstandsbediening en vervolgens naar de ogen van Elena. Hij wiste dat hij maar één kans had.

Plotseling klonk er een harde knal van een brekend raam boven in de hal.

Een rood laserstipje van een scherpschutter van de politie verscheen op de borst van Roberto.

Roberto verstijfde. Zijn ogen werden groot van shock toen hij realiseerde dat hij omsingeld was.

‘Laat het wapen vallen! Politie!’ schreeuwde een stem door een megafoon buiten het gebouw.

In een vlaag van povere waanzin keek Roberto naar de spuit in zijn hand en vervolgens naar Elena. Met een wilde kreet stormde hij op Elena af om de naald in haar nek te steken.

‘NEE!’ schreeuwde Arturo.

Arturo wierp zichzelf met volle overgave tussen Roberto en Elena.