De woorden op het vergeelde papier dansen voor mijn ogen. Een tweeling.
Het leek alsof de kamer om me heen begon te draaien. Mijn hand grijpt de rand van de tafel vast om niet te wankelen. Anna had in 1968 niet één, maar twee kinderen gebaard. Twee baby's die van haar waren afgenomen voordat ze hen zelfs maar in haar armen had kunnen sluiten.
– "Een tweeling..." stamelde ik, mijn stem nauwelijks hoorbaar. "Anna heeft een tweeling gekregen..."
Rechercheur De Jong boog zich dieper over het dossier, zijn wenkbrauwen strak gefronst.
– "Als er een tweeling was," zei hij langzaam, "dan betekent dit dat Elisabeth een broer of een zus had. Wist Karin hiervan?"
Sanne schudde haar hoofd.
– "Ik denk het niet," zei ze met een schorre stem. "In het dagboek schreef oma dat de artsen haar vader vertelden dat het tweede kindje te zwak was en kort na de geboorte was overleden. Maar oma heeft dat nooit geloofd. Ze schreef dat ze twee verschillende baby's hoorde huilen voordat ze door de verdoving in slaap viel."
– "En waar is dat tweede kind gebleven?" vroeg ik, terwijl een vreselijke vermoeden in mijn binnenste begon te branden. "Als Elisabeth werd geadopteerd door de familie De Wit... wat is er dan met de andere baby gebeurd?"
De Jong stond op en liep naar de deur van de verhoorkamer. Hij wenkte een jongere agente die op de gang stond te wachten.
– "Laat het archief van het St. Lucas Ziekenhuis uit 1968 direct lichten," beveelt hij met harde stem. "Alle geboorteaktes van de nacht van 14 op 15 mei 1968. Zoek naar illegale adopties of niet-geregistreerde bevallingen onder de naam Van der Berg."
De agente salueerde en snelde weg.
Ik bleef achter met Sanne. Ik keek naar haar gezicht – de fijne trekken, de donkere ogen, de manier waarop ze haar lip op elkaar klemde als ze nadacht. Het was exact de blik die Anna had als ze diep in gedachten was. Sanne was niet alleen de dochter van Elisabeth; ze was de levende herinnering aan een generatie van geheimen.
– "Opa," fluisterde Sanne, terwaal ze mijn hand pakte. "Denk je dat oma al die jaren heeft geleefd met het gevoel dat er nog ergens een kind van haar rondliep?"
– "Ja," antwoordde ik, terwijl de tranen eindelijk vrij over mijn wangen stromend naar beneden gleden. "Nu begrijp ik waarom ze soms urenlang bij het raam zat te staren naar de weg. Ik dacht altijd dat ze genoot van de rust... maar ze was aan het wachten. Ze wachtte op iemand die nooit kwam."
Een uur ging voorbij in een kwellende stilte. De klok aan de muur van het politiebureau tikte genadeloos de seconden weg. Karin was in een andere kamer ondergebracht en werd intensief verhoord door twee andere rechercheurs. We konden haar gedempte, wanhopige gehuil soms door de dikke muren heen horen.
Om zeven uur 's ochtends kwam Rechercheur De Jong terug. Zijn gezicht stond strak en zijn blik was ernstig. In zijn hand hield hij een faxbericht vast dat vers uit het archief kwam.
– "We hebben iets gevonden," zei hij, terwaal hij de kamer weer binnenstapte. "Het medisch archief van 1968 bevestigt dat er inderdaad twee meisjes zijn geboren bij Anna Van der Berg. De eerste was Elisabeth. De tweede baby werd geregistreerd als een doodgeboren kind... maar er is geen overlijdensakte ingediend bij de gemeente."
– "Wat betekent dat?" vroeg ik fel.
– "Dat betekent dat het tweede kind illegaal is afgestaan," antwoordde De Jong. "En de arts die de bevalling leidde... was ene Dokter Hendrik Visser."
Bij het horen van die naam voelde ik een schok door mijn lichaam gaan. Dokter Visser! Dat was de huisarts die ons gezin tientallen jaren had verzorgd! De man die mij had bijgestaan toen Karin werd geboren, de man die het overlijden van Anna vijf jaar geleden had vastgesteld!
Hij was de vertrouweling van de familie geweest. Een vriend van mijn schoonvader.
– "Visser..." fluisterde ik met afschuw. "Hij wist het al die tijd. Hij kwam bij ons over de vloer! Hij dronk thee op onze veranda!"
– "Dokter Visser is inmiddels tachtig jaar oud en woont in een verzorgingstehuis aan de rand van de stad," zei De Jong. "Ik ga er nu naartoe om hem te verhoren. En ik wil dat u meegaat, meneer Van der Meer. U bent de enige die hem zover kan krijgen om te praten voordat hij zijn geheimen mee neemt in zijn graf."
Ik stond op, negeerde de vermoeidheid in mijn botten.
– "Ik ga mee," zei ik vastberaden. "Het is tijd dat de schaduwen verdwijnen."
Sanne pakte het dagboek van de tafel en keek me aan.
– "Ik ga ook mee, opa. Ik wil zien wie mijn familie heeft verwoest."
Samen stapten we de politiewagen in, de opkomende ochtendzon tegemoet, op weg naar de man die de sleutel bezat van het allerlaatste geheim van Anna...






