Mijn hart krimp bijeen toen ik het metaal in Karins hand zag blinken. Was mijn eigen dochter, de vrouw die ik had opgevoed met alle liefde en zorg die ik in mij had, echt in staat tot dit soort waanzin? Sanne kroop achter mij weg onder het bureau, haar ademhaling hoorbaar en schokkerig.
– "Opa... ze laat me niet leven," fluisterde ze. "Ze weet dat ik de medische dossiers uit haar kluis heb gestolen."
– "Blijf hier," zei ik met een kille vastberadenheid die ik mezelf niet toe had gekend.
Ik liep de duistere, door roet stinkende gang in. De stappen van Karin klonken zwaar op de verbrande houten vloerdelen van de veranda. De deur, die door de brandweer was geforceerd, stond op een kier. Karin duwde hem langzaam open.
Het licht van de straatlantaarn viel op haar gezicht. Haar ogen waren wild, haar haren verward, en het metalen voorwerp in haar hand bleek geen pistool te zijn, maar een zware, ijzeren breekijzer.
– "Papa?" riep ze met een schorre, bibberende stem. "Papa, ben je daar?"
Ik stapte uit de schaduw van de studeerkamer, mijn armen over elkaar geslagen, mijn blik zo strak als staal.
– "Ik ben hier, Karin," zei ik koud. "Of moet ik vragen waarom je een breekijzer bij je hebt in het huis van je eigen vader, vlak nadat het in brand is gestoken?"
Karin schrok en liet het breekijzer met een luide klap op de vloer vallen. Ze bedekte haar gezicht met haar handen en zakte door haar hoeven. Een diep, hartverscheurend snikken vulde de deels verbrande gang.
– "Het was Dirk... Dirk heeft het vuur gestookt, papa! Ik wilde het niet! Ik zwacht hem dat hij op moest houden!" schreeuwde ze uit, haar stem overslaand.
– "Wie is Dirk?" vroeg ik, terwijl ik een stap dichterbij zette, maar afstand bewaarde. "En wat heeft hij met dit alles te maken? Wat heeft hij te maken met Sanne... en met Elisabeth?"
Bij het horen van de naam Elisabeth verstijfde Karin. Ze keek op, haar gezicht een masker van angst en verbittering. De maandagsschaduwen op de muur lieten haar er jaren ouder uitzien dan ze was.
– "Je weet het..." fluisterde ze. "Het wicht heeft het je verteld."
– "Sanne heeft me de foto laten zien, Karin," zei ik stern. "En het dagboek van je moeder. Anna's dagboek. Vertel me de waarheid. Nu. Vóór de politie hier terugkomt om onderzoek te doen naar de brandstichting."
Karin richtte zichzelf moeizaam op. Ze leunde tegen de zwartgeblakerde muur, onverschillig voor het roet dat haar kleding besmeurde.
– "Jij weet niets, papa," lachte ze bitter, een vreugdeloze, kille lach. "Jij leefde vijfenveertig jaar in je eigen sprookjeswereld met 'de heilige Anna'. Je dacht dat je de perfecte vrouw had getrouwd, nietwaar? De liefdevolle, zachtaardige Anna."
– "Anna was een goede vrouw!" riep ik, getroffen in het diepst van mijn ziel.
– "Anna was een geobsedeerde vrouw!" schreeuwde Karin terug. "Toen ik tien jaar oud was, vond ik haar geheime doos onder het bed. Ze hield nooit echt van mij, papa! Alles wat ze deed, elke knuffel, elke verjaardag... het was een vervanging! Ik was slechts de troostprijs omdat haar echte kind, haar geliefde Elisabeth, van haar was afgepakt!"
– "Dat is niet waar..." stamelde ik, al voelde ik de grond onder mijn voeten wegzinken. Had Anna mij en Karin echt anders behandeld? Was mijn dochter opgegroeid in de schaduw van een spookkind?
– "Het is wel waar!" ging Karin door, haar ogen wijd open van opgekropte woede. "Mijn hele jeugd voelde ik dat ze afwezig was. En toen ik twintig jaar geleden ontdekte dat Elisabeth nog leefde... dat ze in hetzelfde stadje woonde onder een andere naam... ging ik naar haar toe. Ik wilde zien wie die 'volmaakte dochter' was die mijn moeder zo wanhopig bleef zoeken."
– "En wat gebeurde er?" vroeg ik binnensmond.
– "Dirk is de broer van Elisabeths adoptievader," zei Karin op een lagere, gevaarlijkere toon. "Hij wist dat Elisabeth een erfenis zou krijgen van mijn grootvader – de oude politicus. Een vermogen dat eigenlijk mij toebehoorde! Als Anna erachter zou komen dat Elisabeth leefde, zou ze alles aan haar nalieten. Alles, papa! En mij met niets achterlaten!"
– "Dus wat heb je gedaan, Karin?" vroeg de stem van Sanne, die langzaam uit de studeerkamer kwam gelopen, het dagboek stevig in haar handen vastklemmend.
Karin keek naar Sanne met een blik vol pure haat.
– "Ik heb gepakt wat van mij was," zei Karin ijskoud. "Elisabeth lag in het ziekenhuis na jouw geboorte, Sanne. Ze was zwak. Ze had complicaties. Ik was erbij. Dirk en ik... we hebben er simpelweg voor gezorgd dat de dokters dachten dat haar hart het begeven had. En jij... jij was de baby. Als ik jou mee naar huis nam en opvoedde als mijn eigen dochter, kon niemand ooit vragen stellen over waar Elisabeths baby was gebleven!"
De stilte die volgde was zo zwaar dat zelfs het gekraak van de afkoelende houten balken boven ons hoofd klonk als een donderslag. Mijn eigen dochter bekende hier, in de ruïne van mijn huis, een moord die twintig jaar geleden was gepleegd.
– "Je bent een monster," fluisterde ik, tranen van afschuw brandend in mijn ogen.
– "Nee, papa," zei Karin met een ijzige glimlach. "Ik ben het product van jouw vrouw haar geheimen. En als Sanne dat dagboek en die papieren niet nu aan mij geeft... zal Dirk ervoor zorgen dat er deze nacht nog meer ongelukken gebeuren."
Op dat moment klonk er buiten een doffe knal. Het licht in de straat viel in één klap uit. De kamer werd gehuld in de inktzwarte duisternis van de nacht.
En in de verte hoorde ik de zware stappen van Dirk die het erf weer op kwam gelopen...






