De storm was overgewaaid, maar de ravage in het safehouse was enorm. Agent Mulder werd per ambulance afgevoerd met een zware hersenschudding, maar hij zou het overleven.
Thomas en mevrouw Dubois kwamen de kamer uit. Thomas rende naar me toe en klemde zich aan me vast alsof hij me nooit meer los zou laten.
"Hij komt nooit meer terug, toch?" fluisterde Thomas tegen mijn borst.
"Nooit meer," beloofde ik hem. En deze keer wist ik dat het de waarheid was.
De volgende dagen verbleven we onder strenge beveiliging in een hotel in het centrum van Den Haag, vlak bij het hoofdbureau van de landelijke recherche.
Ronald was opgesloten in een Huis van Bewaring met maximale beveiliging. Uit zijn eerste verhoren bleek dat hij na zijn val in de haven aan boord was geklommen van een oude dekschuit. Hij had een auto gestolen en de trackingdata van de telefoons van de opvang gebruikt – die hij via een illegaal softwareprogramma op zijn eigen computer bleef volgen – om ons te vinden.
Maar de arrestatie van Ronald was slechts de eerste dominosteen die omviel.
Drie dagen later werd ik ontboden op het kantoor van de Officier van Justitie, mevrouw Van der Meer. Een strak geklede vrouw met een doordringende blik. Meneer Fischer zat naast me.
"Lucas," begon mevrouw Van der Meer, terwijl ze een dik dossier op haar bureau legde. "Dankzij het dagboek en de documenten uit de kluis van je vader hebben we de afgelopen 48 uur een grootschalige internationale actie uitgevoerd."
Ze draaide een laptopscherm naar mij toe. Op het scherm waren foto's te zien van krantenkoppen uit binnen- en buitenland: 'Grootschalige inval in vastgoedsector', 'Tientallen arrestaties bij witwasnetwerk', 'Notariskantoor gesloten wegens corruptie'.
"Richard Vancamp heeft geprobeerd te praten om strafvermindering te krijgen," vervolgde ze. "Hij heeft de namen genoemd van drie notarissen, twee bankdirecteuren en een ambtenaar van het Ministerie van Financiën. Zij zaten allemaal in het netwerk dat jouw vader had blootgelegd."
Mijn mond viel open. "Mijn vader heeft dit allemaal in zijn eentje verzameld?"
"Je vader was een briljant accountant," zei mevrouw Van der Meer met een blik van diep respect. "Hij zag patronen die niemand anders zag. Hij wist dat als hij dit naar buiten bracht, het hele netwerk zou instorten. Hij heeft zijn leven gegeven om te zorgen dat de bewijzen veiliggesteld werden."
"En de moord op mijn vader?" vroeg ik met een strakke stem. "Kan dat bewezen worden?"
Mevrouw Van der Meer knikte langzaam. "We hebben de medische dossiers opnieuw laten onderzoeken door een forensisch team. Uit de administratie van een illegaal laboratorium dat we gisteren in Tilburg hebben opgerold, bleek dat Ronald daar twee maanden voor de dood van je vader een zeldzaam, ondetecteerbaar gif heeft gekocht."
Een koude rilling ging door me heen, maar tegelijk voelde ik een loodzware last van mijn schouders vallen. Het was geen gok meer. Geen complottheorie. Het was een bewezen feit. Ronald zou aangeklaagd worden voor moord met voorbedachten rade.
"Wat betekent dit voor het huis?" vroeg meneer Fischer.
"De rechtbank heeft de verkoop van het huis officieel nietig verklaard," zei mevrouw Van der Meer. "Het pand is per direct weer eigendom van de boedel van de heer De Jong. Daarnaast zijn alle bevroren tegoeden van de investeringsmaatschappij overgedragen aan de staat, waarvan een aanzienlijk deel als schadevergoeding aan Lucas en Thomas zal worden uitgekeerd."
Toen we het pand van het Ministerie uitliepen, posieerde de zon door de wolken boven Den Haag.
"We zijn vrij, meneer Fischer," zei ik, terwijl ik naar de blauwe lucht keek.
"Jullie zijn vrij, Lucas," glimlachte de advocaat. "Maar er is nog één laatste stap die we moeten zetten. Een stap die je moet zetten voor jezelf en voor Thomas."
"Welke stap?"
"Terugkeren naar huis," zei Fischer. "Het huis waar het allemaal begon. Jullie moeten het verleden afsluiten en opnieuw beginnen."
Het idee om terug te keren naar het huis waar mijn vader was gestorven en waar Ronald ons had geterroriseerd, boezemde me angst in. Maar ik wist dat hij gelijk had. Als we het huis stilletjes zouden verkopen zonder er ooit nog een voet te zetten, zou Ronald over ons blijven heersen.
Twee weken later reden we het vertrouwde straatje in.
Het politielint was verwijderd. De zon scheen op de rode bakstenen van ons ouderlijk huis. Het zag er niet langer uit als een delictlocatie, maar gewoon als een woning die wachtte op haar bewoners.
Ik stapte uit en hield Thomas' hand vast. Mevrouw Dubois liep achter ons met de sleutels.
Ik stak de sleutel in het slot van de voordeur. De deur zwaaide open.
De geur van verbrande toast was weg. De keuken was leeg en stil.
Ik liep naar de plek waar de keukeklok had gehangen. De muur was kaal. De klok lag nu in het bewijsmateriaalarchief van de rechtbank.
Thomas keek om zich heen. "Lucas... gaat het hier weer fijn worden?"
Ik knielde voor hem neer en keek hem aan. "We gaan het huis verbouwen, Thomas. We schilderen de muren in jouw lievelingskleur. We gooien alle oude spullen van Ronald weg. Dit wordt weer hún thuis. Papa's thuis."
Thomas glimlachte voor het eerst in weken met een echte, onbekommerde kinderlach.
Maar net toen we begonnen met het inspecteren van de kamers, klonk er de deurbel.
Ik liep naar de voordeur en opende hem.
Er stond een man in een strak, donkerblauw pak met een lederen aktetas onder zijn arm. Hij had een ernstig gezicht.
"Lucas de Jong?" vroeg hij.
"Ja?"
"Mijn naam is Mr. Hendriks. Ik ben de curator van de failliete boedel van Ronalds voormalige bedrijven. Ik kom je iets brengen wat vanmorgen bij de opruiming van zijn geheime kantoor in Rotterdam is gevonden."
Hij haalde een kleine, houten kist uit zijn tas. Op de deksel stond een naam gebrand die me de adem benam:
Eigendom van H. de Jong – Niet openen.






