Het huis werd omhuld door een loodzware, angstaanjagende stilte nadat Diana trillend op de bank was neergeploft, haar ademhaling oppervlakkig en hortend nu ze besefte dat haar dagelijkse hartmedicatie onvindbaar was. Martijn rende naar de keuken om te zoeken, gooide kastjes open en smeet glazen flessen omver, maar tevergeefs. Het besef dat hun wreedheid nu als een boemerang bij hen terugkwam, hing als een dichte mist in de vertrekken.
Ik liep naar boven, naar onze slaapkamer, en begon methodisch mijn koffers in te pakken. Elke beweging deed pijn aan mijn littekens, maar het voelde als een louterende pijn. Het was de pijn van bevrijding. Beneden hoorde ik Martijn smeken aan de telefoon, waarschijnlijk met de huisartsenpost, maar de centrale mededeling was meedogenloos: gezien de inhoud van het openbare geluidsbestand dat zojuist door het hele dorp was gedeeld, stond de reputatie van het gezin op een absoluut nulpunt en werd prioriteit gegeven aan andere gevallen. Niemand schoot te hulp.
Door het raam zag ik hoe de schemering over het Brabantse landschap viel. De straatlantaarns sprongen een voor een aan en wierpen een weeïg geel licht op de lege straat. Niet één buurman of buurvrouw liet zich zien om steun te betuigen; de sociale isolatie waarin ze mij hadden geprobeerd te dwingen, had zich nu als een web om hen heen gesloten.
Plotseling hoorde ik zware stappen op de trap. Martijn stond in de deuropening van de slaapkamer, zijn haar in de war, zijn kleren verkreukeld. Hij zag er tien jaar ouder uit in nog geen paar uur tijd.
"Je kunt niet weggaan," zei hij met een zwakke, bijna smekende stem die in niets meer leek op de dominante toon die hij normaal gesproken aansloeg. "Wat moeten de mensen wel niet denken als je nu vertrekt? We kunnen dit oplossen... we kunnen in therapie..."
Ik sloot de rits van mijn reistas met een ferme ruk. "Therapie is voor mensen die spijt hebben, Martijn. Jullie hebben geen spijt van wat jullie me hebben aangedaan; jullie hebben alleen spijt dat de hele wereld het nu weet."
Hij deed een stap naar voren en probeerde mijn arm vast te grijpen, maar ik trok me met een felle ruk terug. De blik in mijn ogen was genoeg om hem op zijn schreden te doen terugkeren. Zonder nog een woord te wisselen, tilde ik de tas op en liep de trap af, langs Diana die op de bank lag te hijgen als een gestrand dier.






