Ik gooi het portier van mijn auto open, spring achter het stuur en draai de sleutel om. De motor start met een luide roffel, en ik geef direct vol gas om het verlaten landgoed achter me te laten. In mijn achteruitkijkspiegel zie ik nog net hoe de lichten van het huis fel opflakkeren en hoe Lucas en Evelien verwikkeld zijn in een verhitte woordenwisseling, maar ik heb geen tijd om te pauzeren of te kijken hoe hun confrontatie afloopt. Mijn doel is nu glashelder: ik moet naar het verzorgingshuis aan de rand van Amsterdam waar meneer Bakker is ondergebracht voordat Lucas de kans krijgt om daar als winnaar te arriveren. De rit terug over de snelweg voelt als een race tegen de klok. De regen klettert onophoudelijk tegen de voorruit, maar het barre weer kan me niet deren. Ik haal het zwarte dagboek uit mijn rugzak en blader er met één hand in terwijl ik over de lege rijstroken jaag. Op de latere pagina's vind ik aanwijzingen over de ware aard van de erfenis: het gaat niet om geld, maar om bewijzen van grootschalige fraude gepleegd door het syndicaat, bewijzen die mijn ouders indertijd probeerden veilig te stellen voordat zij op mysterieuze wijze uit het leven verdwenen. Meneer Bakker was destijds de boekhouder van het conglomeraat, de enige die durfde in te grijpen en de dossiers verborg in dat vervallen huis in Zwolle. Toen hij oud en dementerend begon te worden, probeerde zijn zoon Lucas alles te confisqueren om de criminele banden wit te wassen. En omdat ik de kleinzoon ben van de man die destijds de bewijzen aan meneer Bakker toevertrouwde, ben ik de enige wettelijke erfgenaam die toegang heeft tot de kluis waarin alles veilig is gesteld. Na anderhalf uur rijden doemen de contouren van Amsterdam weer op door de mist. Ik stuur mijn auto direct richting het verzorgingshuis in stadsdeel Slotervaart, vlieg de parkeerplaats op en zet de motor uit met een piepende handrem.

News Story





