Deel 7: Buitenspel gezet
"Wie bent u?" riep ik terug, terwijl ik mijn pistool vastklemde en naar een alternatieve vluchtroute zocht. Het enige raam aan de achterzijde was te klein en de enige andere deur leidde direct naar het open veld bij de rivier.
"Mijn naam doet er niet toe, kolonel Hart," antwoordde de kille stem buiten. "Laten we zeggen dat ik een onafhankelijke aannemer ben die wordt betaald om de belangen van Vane Enterprises te beschermen. Meneer Vane wil zijn spullen terug. En hij wil niet dat deze zaak de kranten haalt."
"Het zijn geen spullen van Vane!" schreeuwde Emily met een stem vol haat. "Het zijn bewijzen van jullie misdaden! Jullie hebben soldaten in levensgevaar gebracht!"
"Criminelen praten niet over gerechtigheid, mevrouw Vane," kaatste de stem koud terug. "U heeft drieëntwintig seconden om naar buiten te komen met de tas. Daarna sturen we thermische granaten naar binnen. De schuur staat binnen een minuut in lichterlaaie."
Mijn tactische brein draaide op volle toeren. Een rechtstreekse confrontatie met zes zwaarbewapende huurlingen in een houten schuur was zelfmoord. Maar overgeven betekende dat ze de bewijzen zouden vernietigen en dat Emily en ik spoorloos zouden verdwijnen in de diepe bossen van North Carolina.
"Emily," fluisterde ik haastig. "Luister heel goed naar mij. Zie je dat kleine luik achter de hooi-opslag? Dat leidt naar de oude afvoerbuis die rechtstreeks in de rivier uitmondt."
"Mam, nee..." fluisterde ze angstig. "De stroming is veel te sterk door de regen! Je overleeft dat niet!"
"Het is onze enige kans," zei ik stellig. "Ik ga hun aandacht trekken via de voordeur. Zodra ik begin te schieten, kruip jij door dat luik. Blijf onder water tot je bij de grote bocht bent. Miller staat aan de overzijde van de weg te wachten."
"Ik laat je niet alleen!" zei ze, terwijl de tranen zich mengden met het vuil op haar gezicht.
"Je laat me niet alleen, Emily. Je beschermt de feiten," zei ik, terwijl ik de USB-stick uit mijn zak pakte en strak in haar hand douwde. "Als ik het niet red, zorg jij ervoor dat dit materiaal bij de federale aanklager komt. Bel niet de lokale politie. Ga rechtstreeks naar de FBI in Raleigh. Is dat begrepen?"
Ze keek me aan, geconfronteerd met de onverbiddelijke ernst in mijn ogen, en knikte uiteindelijk langzaam. "Begrepen, mam."
"Nog tien seconden, kolonel!" schreeuwde de stem van buiten.
Ik telde af in mijn hoofd. Drie... twee... één.
Ik trapte een zware houten kist omver richting de voordeur om de indruk te wekken dat we een doorbraak probeerden te forceren, stak mijn pistool door de opening van de deur en vuurde drie snelle schoten af op de dichtstbijzijnde laserstip in de bosrand.
Onmiddellijk brak er een hels kabaal los. Een hagelbui van kogels doorzeefde de voorkant van de schuur. Hout versplinterde en de afschuwelijke stank van kruitdamp vulde de ruimte.
"Nu, Emily! Ga!" schreeuwde ik.
Terwijl de huurlingen hun vuur concentreerden op de voorzijde van het gebouw, glipte Emily als een schaduw door het kleine luik onder het hooi. Ik hoorde het zachte plonsen van het water toen ze de afvoerbuis in gleed.
Toen ik zag dat ze veilig weg was, goaide ik mijn lege magazijn op de grond, herlaadde razendsnel met mijn laatste patroonhouder en dook achter een dikke ijzeren stoomketel die in het midden van de schuur stond.
Plotseling vloog de voordeur uit haar hengsels. Twee mannen in zwarte tactische uitrusting, voorzien van nachtkijkers en automatische karabijnen, stormden naar binnen.
Ik wachtte tot de voorste man de stoomketel passeerde, sprong tevoorschijn en sloeg de loop van zijn wapen omhoog. Het schot ging af in het dak. Ik pakte zijn tactische vest vast, draaide hem om en gebruikte hem als menselijk schild tegen de tweede huurling, die onmiddellijk het vuur staakte om zijn teamgenoot niet te raken.
Met een krachtige zwaai wierp ik de eerste man tegen de tweede aan. Beide mannen smakten tegen de verrotte houten wand. Ik richtte mijn pistool op de borst van de commandant die net de schuur binnenstapte.
"Niet bewegen," zei ik ijskoud.
Maar voordat ik de trekker kon overhalen, voelde ik een vreselijke, brandende pijn aan de zijkant van mijn nek. Een verdovingspijl.
Mijn gezichtsvermogen begon onmiddellijk te wankelen. De contouren van de schuur, de gezichten van de huurlingen en het geluid van de regen vervaagden tot een draaikolk van duisternis. Mijn benen weigerden dienst en ik zakte zwaar op de vochtige houten vloer.
De commandant van de huurlingen stapte langzaam naar me toe, buog zich voorover en trok het lege pistool uit mijn verslapte hand.
"Indrukwekkend, kolonel," zei hij met een spottende stem die steeds verder weg klonk. "Maar u bent te laat. Meneer Vane heeft al maatregelen getroffen voor uw dochter."
Toen gleed ik weg in de totale duisternis.






