Deel 6: De oude schuur bij de rivier
De regen was veranderd in een stortbui toen de zwarte terreinwagen stoorde op een verdekte plek diep in de bossen, op zo'n achthonderd meter afstand van de rivier. De hoge eiken- en dennenbomen boden enige dekking tegen eventuele verkenningshelikopters, maar de modderige ondergrond maakte elke stap zwaar en verraderlijk.
"Miller, jij blijft bij het voertuig," beval ik terwijl ik de dashboardkast opende en een zilveren M9-pistool tevoorschijn haalde dat Miller voorzorgshalve had meegenomen. Ik controleerde het magazijn, liet de slede naar achteren klikken en stak het wapen in mijn holster onder mijn natte uniformjasje. "Houd de motor draaiend. Als je onraad bespeurt of als we over twintig minuten niet terug zijn, verplaats je je naar het tweede noodadres."
"Begrepen, Ma'am. Wees voorzichtig," zei Miller strak.
Ik hielp Emily uit de auto. Ze droeg nu een donkere militaire regenjas die Miller over haar gescheurde jurk had gelegd. Ze zag er nog steeds broos uit, maar er brandde een nieuw soort vastberadenheid in haar ogen. De angst die haar in het ziekenhuis verlamde, maakte langzaam plaats voor de overlevingsdrang die ze ongetwijfeld van mij had geërfd.
"Het is deze kant op, mam," fluisterde ze, terwijl ze wees naar een smal, overwoekerd pad dat naar beneden leidde richting het kolkende water van de rivier.
We bewogen ons zo geluidloos mogelijk door het dichtbegroeide kreupelhout. De geur van natte aarde, opgewoeld dennennaalden en het doordringende aroma van de nabijgelegen rivier vulden de koude nachtlucht. Mijn zintuigen stonden op scherp. Elke tak die knapte, elke windvlaag door de bladeren liet mijn adrenaline stijgen.
Na vijf minuten zwoegen door de modder dook de contour van de oude schuur op uit de duisternis. Het was een vervallen houten bouwwerk met een gedeeltelijk ingestort dak, ooit gebruikt voor de opslag van landbouwgereedschap en hooi, maar nu verlaten en vergeten.
"Daar is het," ademde Emily uit.
We naderden de schuur vanuit de schaduwzijde. Ik hield mijn pistool gereed en inspecteerde eerst de omgeving. Er waren geen verse sporen in de modder te zien, geen sporen van banden of voetafdrukken van zware laarzen. Het leek erop dat we de mannen van Vane voor waren geweest.
We glipten door de krakende houten deur naar binnen. Het rook er muf, naar verrot hout en oud hooi. Het geluid van de kletterende regen op het overgebleven golfplaten dak was verdovend.
"Waar is het?" vroeg ik terwijl ik de straal van mijn knijpkat-zaklamp, die afgeschermd was met mijn hand, over de grond liet glijden.
Emily knielde neer in de verste hoek van de schuur, achter een stapel verrotte houten pallets. Ze begon met haar blote handen de dikke laag stof en droog bladafval weg te schrapen totdat een losse vloerplank zichtbaar werd. Met een hoorbare inspanning tilde ze de plank op.
Daaronder lag een waterdichte, zwarte plastic tas.
"Het ligt er nog..." zuchtte ze van verlichting.
Ze pakte de tas en opende de rits. Daarin zat een dikke stapel originele documenten voorzien van de officiële stempels van Vane Enterprises en het Ministerie van Defensie, evenals een kleine, roestvrijstalen USB-stick met encryptie.
"Dit is het," zei ze. "Alles staat hierin. De smeergeldbetalingen, de namen van de corrupte officieren op de basis, en de logistieke schema's van de ondeugdelijke beton leveranties voor de munitiedepots."
Ik nam de USB-stick aan en stak hem zorgvuldig in het afgesloten binnenzakje van mijn uniform. "Goed gedaan, Emily. Dit is genoeg om Arthur en Julian Vane voor de rest van hun leven achter de tralies te krijgen."
Maar net op het moment dat ik de stapel documenten wilde aanpakken, hoorde ik een geluid dat mijn bloed deed stollen.
Het was niet het geluid van de regen of de wind. Het was het mechanische, doffe geluid van een laser vizier dat geactiveerd werd, gevolgd door het zachte gekraak van een tactische earpiece vlak buiten de schuur.
"Dekking!" schreeuwde ik.
Ik greep Emily bij haar kraag en trok haar achter een dikke, eikenhouten steunbalk net op het moment dat een salvo van kogels met geluiddempers door de dunne houten wanden van de schuur sloeg. Splinters vlogen ons om de oren. Het stof dwarsboomde ons zicht.
"We weten dat jullie daar binnen zijn, kolonel!" klonk een harde, getrainde stem van buiten. "U bent omsingeld door zes gewapende eenheden. Leg uw wapen neer en overhandig de tas! Dan garanderen wij dat uw dochter ongedeerd blijft!"
Ik keek door een spleet tussen de houten planken naar buiten. In de duisternis van het bos zag ik de rode laserstippen van meerdere automatische wapens die op de schuur gericht stonden. Dit waren geen gewone Beveiligers; dit waren getrainde huurlingen. En ze hadden ons in de val gelokt.






