Deel 5: De klopjacht begint
"Kolonel Hart! Blijf staan! Handen waar we ze kunnen zien!" schreeuwde een van de agenten door de smalle, witte gang van het ziekenhuis. Zijn stem echode tegen de harde muren.
Beide agenten hadden hun dienstwapens gericht op mij en Emily. Dit waren geen gewone politieagenten die een routinecontrole uitvoerden; de spanning op hun gezichten en de manier waarop hun vingers strak om de trekkers geklemd zaten, verraadden dat ze instructies hadden gekregen om ons koste wat het kost tegen te houden.
"Emily, blijf achter mij," fluisterde ik gebiedend.
Ik stak mijn handen langzaam omhoog tot schouderhoogte, waarbij ik mijn lichaam zo positioneerde dat ik de vuurlijn naar Emily volledig blokkeerde. Mijn hoofd werkte op volle toeren. Het uitschakelen van twee gewapende agenten in een druk ziekenhuis was een extreem risico; een verdwaalde kogel kon een onschuldige patiënt of verpleegkundige treffen. Ik moest gebruikmaken van de omgeving.
Vlak naast me hing het rode hendeltje van het brandalarm aan de muur.
"Agenten," zei ik met een luide, geschoolde stem die autoriteit uitstraalde. "U staat op het punt een fatale fout te maken. Ik ben een actief dienend officier van het Amerikaanse leger. U heeft geen jurisdictie om mij zonder de aanwezigheid van de militaire politie vast te houden op basis van gefabriceerde beschuldigingen."
"Wij hebben orders van de districtsadvocaat, mevrouw," zei de oudste van de twee agenten, terwijl hij een stap dichterbij deed. "U bent verdachte in een zwaar misdrijf. Stap weg van het meisje!"
"Nooit," antwoordde ik.
Met een snelle, weloverwogen beweging sloeg ik met mijn linkerelleboog tegen het glas van het brandalarm en trok het hendeltje naar beneden.
Onmiddellijk loeide er een oorverdovend alarm door het hele ziekenhuis. De automatische branddeuren in de gang begonnen langzaam te sluiten en de sprinklerinstallatie aan het plafond trad in werking. Een ijskoude straal water stortte neer over ons en de agenten. De plotselinge chaos en het kletterende water leidden de agenten voor een fractie van een seconde af; ze keken instinctief omhoog.
Die fractie van een seconde was alles wat ik nodig had.
Ik stormde naar voren, ontweek de opgetilde loop van het wapen van de eerste agent, greep zijn pols en duwde deze omhoog. Een schot ging af en boorde zich onschadelijk in het plafond. Ik gaf hem een krachtige kniestoot in zijn maag en draaide zijn arm op zijn rug, waardoor het pistool uit zijn vingers glipte. Ik opende met mijn andere hand de zware branddeur en duwde de agent met volle kracht tegen zijn collega aan, die daardoor het evenwicht verloor en over een brancard struikkelde.
"Emily! Nu!" schreeuwde ik.
Ik greep Emily’s arm en we renden door de automatische deuren naar het trappenhuis van de nooduitgang. De alarmsirenes gilden onverminderd door. Patiënten en verpleegkundigen begonnen in paniek de gangen op te stromen, wat ons de perfecte dekking bood.
We stormden de trappen af naar de kelderverdieping, waar de goederenuitgang en de laadzones voor de linnenwagens zich bevonden. Emily ademde zwaar en steunde zwaar op mijn schouder, maar de ad certain gierde door haar lijf, waardoor ze de fysieke pijn voorlopig kon negeren.
"Mam... waar gaan we heen?" vroeg ze buiten adem toen we de donkere, kille keldergang bereikten.
"Naar de afgesproken plek met Miller," zei ik terloops terwijl ik door een klein raampje van de achterdeur naar buiten keek. De steeg achter het ziekenhuis was verlicht door het kille licht van de straatlantaarns en de oplichtende zwaailichten van naderende politieauto's. "We kunnen mijn eigen auto niet gebruiken. Die is voorzien van GPS en ze hebben het kenteken al in het systeem gezet."
Aan het einde van de steeg zag ik een zwarte, onopvallende terreinwagen staan. De koplampen knipperden twee keer kort—het afgesproken signaal van Kapitein Miller.
"Daar is hij," zei ik. "Snel!"
We glipten de deur uit en rennen door de motregen naar het voertuig. De achterdeur zwaaide open en Kapitein Miller, een jonge, loyale officier met een strak gelaat, wenkte ons naar binnen.
"Stap in, Ma'am! Snel!"
Zodra we in de auto zaten en de deuren dichtklapten, gaf Miller gas. De banden piepten over het natte asfalt toen we de steeg uit schoten, net op het moment dat twee politieauto's met loeiende sirenes de straat aan de voorkant van het ziekenhuis blokkeerden.
"Rapport, Miller," beval ik terwijl ik de wonden van Emily controleerde.
"Het is een bende, Ma'am," zei Miller terwijl hij scherp door het achteruitkijkspiegel keek om te zien of we gevolgd werden. "Arthur Vane heeft de media al ingeschakeld. Ze beweren dat u mentaal bent ingestort door de druk van uw werk en dat u uw dochter heeft ontvoerd uit het ziekenhuis nadat ze gewond raakte bij een huiselijk ongeval. Ze schilderen u af als gewapend en gevaarlijk."
"Een klassieke smaadcampagne," knikte ik grimmig. "Ze willen mijn geloofwaardigheid vernietigen voordat we de feiten naar buiten kunnen brengen."
"Waar gaan we heen, kolonel?" vroeg Miller.
Ik keek naar Emily, die trillend naast me zat. "We gaan naar de oude schuur bij de rivier. We moeten die documenten en de USB-stick ophalen voordat de mannen van Vane het terrein uitkammen en ze vinden."
"Ma'am," waarschuwde Miller. "Het hoofdkwartier van de militaire politie heeft patrouilles uitgezet op alle hoofdwegen rondom Fort Liberty en de buitenwijken van Charlotte. Ze hebben warmtebeeldcamera's en helikopters ingezet."
Ik keek uit het raam naar de donkere, regenachtige nacht. De strijd was nu officieel begonnen. Ik was geen kolonel meer die orders uitvoerde vanaf een veilig hoofdkwartier; ik was een jager die moest overleven in het wild om haar kind te beschermen.
"Laat ze maar zoeken," zei ik met een kille vastberadenheid. "Rijd via de oude boswegen. We gaan het spoor bij de rivier te voet naderen."
Maar wat we niet wisten, was dat Arthur Vane niet alleen de politie en de media had ingeschakeld—hij had ook een privé-beveiligingsbedrijf ingehuurd, geleid door een meedogenloze voormalige huurling die exact wist hoe militaire tactieken werkten. En ze waren ons al dichter op de hielen dan we vermoedden.






