Deel 8: De Stille Bondgenoot
De nachten in het hotel in Haarlem waren stil, afgebroken door het zachte gesnurk van Luna die eindelijk kon bijkomen van alle spanningen. De volgende ochtend scheen er een aarzelende herfstzon door de ramen. Ik nam de tijd om alle documenten grondig door te nemen. Naast de bankafschriften en de diplomatieke brieven zat er ook een handgeschreven briefje van vader bij, gericht aan de officier van justitie in Amsterdam. Daarin stond precies beschreven hoe Ruud al jarenlang probeerde om via valse voorwendselen familiegelden wit te wassen.
Het was een schok om te lezen hoe ver mijn broer was gegaan. Ik had altijd geweten dat Ruud ambitieus was, maar dat hij bereid was om vaders erfenis en naam te bezoedelen voor eigen gewin, ging alle grenzen te buiten. Ik besloot dat het tijd was om de stap naar de autoriteiten te zetten, maar op mijn eigen voorwaarden. Niet via de Haagse kanalen waar Ruud al zijn vriendjes had zitten, maar via een onafhankelijke onderzoeksrechter in Utrecht die bekend stond om zijn integriteit.
Tegen de middag reden we terug naar het landhuis. De oprijlaan lag er verlaten bij, maar tot mijn grote verbazing stond er geen auto van Ruud. Wel zag ik een onbekende bestelwagen geparkeerd bij de achteringang. Mijn hart sloeg een extra slag. Zou Ruud iemand hebben gestuurd om in te breken?
Ik parkeerde de Volvo op een veilige afstand, stapte uit met Luna aan de riem en liep behoedzaam naar de zijdeur van de keuken. De deur stond op een kier. Een zwakke geur van terpentijn en oude boeken drong naar buiten. Ik duwde de deur langzaam open en riep met luide stem: "Wie is daar?"
Uit de gang verscheen geen inbreker, maar een oude kennis van vader: meneer De Jong, de gepensioneerde archivaris van het ministerie van Buitenlandse Zaken, een tengere man met een dikke wollen trui en een bril op zijn voorhoofd.
"Ah, Clara!" zei hij opgelucht toen hij mij zag. "Gelukkig, je bent er al. Jouw vader heeft mij gevraagd om te komen helpen als er iets zou gebeuren."
Meneer De Jong legde uit dat vader hem kort voor zijn overlijden had ingewijd in het complot. Samen met De Jong begon ik de echte orde op zaken te stellen in het huis, ver weg van de klauwen van Ruud.






