Deel 6: Confrontatie aan de Gracht
De koude regen sloeg in mijn gezicht, maar ik voelde een hete golf van adrenaline door mijn aderen stromen. Ruud liep met grote, arrogante stappen op me af, zijn gezicht verbeten door woede en ongeduld. De twee beveiligers bleven op een paar meter afstand staan, hun blikken strak gericht op Luna, die kalm naast me bleef zitten en zachtjes gromde toen Ruud te dichtbij kwam.
"Denk je nu echt dat je hiermee wegkomt, Clara?" riep Ruud boven het geluid van het drukke stadsverkeer en de kletterende regen uit. "De rechter heeft getekend. Die hond is tijdelijk onderworpen aan een gerechtelijk beslag in het kader van een erfenisonderzoek. Geef de papieren en de halsband-gegevens nu maar af, anders laat ik je ter plekke arresteren wegen heling en het achterhouden van bewijsmateriaal."
Ik hield mijn handtas stevig tegen mijn borst gedrukt, waar de envelop met de historische geheimen veilig zat opgeborgen. "Je hebt geen poot om op te staan, Ruud," antwoordde ik met een verrassend vaste stem. "Dit gaat niet meer om een paar centen of het landhuis. Dit gaat om alles wat vader heeft opgebouwd en jij bijna hebt vernietigd."
Ruud lachte schamper, maar ik zag de paniek in zijn ogen. Hij wist dat als ik de documenten naar buiten zou brengen – naar de pers of naar de fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst – zijn hele netwerk van corrupte vastgoeddeals in elkaar zou storten als een kaartenhuis. Hij deed een stap naar voren en probeerde Luna bij haar halsband te grijpen.
"Laat haar met rust!" schreeuwde ik.
Luna, ondanks haar oude leeftijd en stramme botten, liet zich niet zomaar aanraken door iemand die haar een weken geleden nog had weggesnauwd. Ze gaf een korte, felle blaf en trok zich achteruit, waardoor Ruud zijn evenwicht verloor op de gladde, natte klinkers van de grachtenkade. Hij struikelde over zijn eigen dure leren schoenen en plofte neer in een ondiepe plas regenwater, tot grote hilariteit van een paar voorbijgangers die met paraplu's langsliepen.
"Pak haar dan!" schreeuwde Ruud woedend naar zijn beveiligers terwijl hij overeind krabbelde, zijn maatpak kletsnat en besmeurd met modder.
De twee mannen deden een dreigende stap naar voren. Maar voordat ze ons konden bereiken, hoorden we het gierende geluid van sirenes in de verte. Een opvallende politiewagen met knipperende blauwe lichten kwam met hoge snelheid de gracht opgereden en remde abrupt naast onze auto's toe. Twee agenten sprongen eruit, hun handen al op hun dienstwapens.






