Deel 5: Het Oude Geheim van de Familie
De woorden galmden na in de afgesloten woonkamer. De gasten, die inmiddels angstvallig dicht bij elkaar waren gekropen in de hoek bij de bank, sloegen hun handen voor hun monden. Twee van onze beste vrienden keken me aan met ogen vol pure paniek en fluisterden dat ze weg moesten, maar toen ze naar de achtertuin wilden vluchten, zagen we door het raam dat de hele wereld daarbuiten was veranderd in een eindeloze, mistige leegte. Er was geen tuin meer, geen straat, geen buren. Alleen een oneindige grijze mist die tegen het glas drukte.
‘Er is geen uitweg meer,’ zei Florence zacht. Ze opende het leren notitieboek op een bladzijde waar een gedroogde bloem tussen lag geklemd. ‘Zolang het kind hier is en het merkteken niet is verborgen, zijn we gebonden aan de regels van het oude pact.’
Ik wiegde Penny heen en weer, terwijl mijn tranen op haar haartjes vielen. ‘Welk pact, overgrootmoeder?! Vertel me alsjeblieft wat er aan de hand is, zodat we iets kunnen doen!’
Florence keek me recht in de ogen aan. Haar blik was intens, doordrenkt van spijt en een eeuw aan zwijgen. ‘Honderd jaar geleden sloot mijn vader een deal met een entiteit die bekendstaat als de Schaduwwever. Onze familie stond op de afgrond van de totale vernietiging door hongersnood en ziekte. Om ons te redden, bood hij het eerste kind van elke generatie aan als eeuwige tol. Maar mijn vader probeerde te bedriegen; hij verstopte mij, en mijn tweelingzusje werd in mijn plaats genomen.’
Mijn maag keerde zich om. ‘Je wilt zeggen dat Penny nu...?’
‘Penny draagt het merkteken omdat de schuld na honderd jaar opnieuw moet worden ingelost,’ knikte Florence somber. Ze tilde het glazen flesje met de zilveren vloeistof op. ‘Maar mijn vader liet niet alles over aan het toeval. Hij liet dit achter. De Tranen van de Tijd. Als we het merkteken kunnen bestrijken met deze vloeistof voordat de klok middernacht slaat, breken we de vloek voorgoed. Maar de prijs... de prijs is hoog.’
‘Welke prijs?’ vroeg mijn man scherp, terwijl hij zich naar haar toe haastte. ‘Wat kost het om dit te stoppen?’
Florence glimlachte flauwtjes, een trieste, vermoeide glimlach. ‘Een leven voor een leven. Mijn tijd is sowieso bijna om. Ik ben hier gekomen om de wissel te betalen die ik honderd jaar geleden had moeten voldoen.’
Voordat we konden protesteren, sprong de koffer plotseling wijd open. Een felle, verblindende zilveren straal schoot uit de bodem van de koffer recht omhoog, door het plafond heen, en verlichtte de hele kamer in een bovennatuurlijke gloed. En uit de mist in de gang hoorden we zware voetstappen naderen.






