Deel 10: De Gang onder het Huis
De stem die uit de diepte klonk klonk niet eng of dreigend meer; het was een vreemde, melodieuze echo die leek te resoneren met de hartslag in mijn borst. Mijn man pakte mijn hand vast; zijn handpalm was koud en klam van de zenuwen, maar zijn grip was vastberaden.
‘We gaan niet naar beneden,’ zei ik resoluut, hoewel een vreemde, haast hypnotiserende nieuwsgierigheid aan me trok. ‘Dit is niet onze kelder. Dit is een verlengstuk van wat Florence in die rode koffer heeft meegebracht.’
‘Maar we moeten weten waar dit vandaan komt,’ antwoordde hij zacht. ‘Als we dit huis ooit nog veilig willen noemen voor Penny, moeten we de bron vinden.’
Voordat we konden beslissen of we wel of niet de trap zouden afdalen, begon de ijzeren deur aan het einde van de gang zich met een luid gepiep te openen. Uit de opening stroomde geen duisternis, maar een zacht, warm licht dat deed denken aan de ochtendzon in de zomer. Een gestalte verscheen in de deuropening – niet de angstaanjagende schaduwwever van eerder, maar een jonge vrouw met dezelfde blauwe ogen als mijn overgrootmoeder Florence, gekleed in antieke kleding uit het begin van de twintigste eeuw.
‘Florence?’ fluisterde ik vol ongeloof, terwijl ik naar de jonge gestalte keeke. ‘Maar... maar je bent net gestorven.’
De jonge vrouw glimlachte flauwtjes en schudde haar hoofd. ‘Wat hier is, sterft nooit helemaal, Sarah. Dit is de spiegelwereld waar de offers van de tijd worden bewaard. Mijn lichaam boven was slechts een lege huls die na een eeuw op was, maar mijn ziel is hier altijd gebleven om de poort te bewaken.’
‘Wat betekent dit?’ vroeg mijn man terwijl hij me dichter naar zich toe trok. ‘Waarom is Penny gemarkeerd?’
‘Omdat de cyclus niet zomaar kan worden doorbroken door een enkele druppel van de tranen,’ legde de jonge geest uit. Haar stem klonk helder als zilveren belletjes. ‘De vloek is weliswaar opgeschort, maar de Schaduwwever zal terugkeren zolang het boek en de rode koffer zich in de sterfelijke wereld bevinden. Jullie hebben nu een keuze: het boek hier achterlaten en de poort voorgoed sluiten, of het risico lopen dat over honderd jaar een volgend kind in jullie familie dezelfde prijs moet betalen.’
Ik keeke naar het leren notitieboek dat ik nog steeds in mijn hand hield. De keuze leek ineens heel helder, maar de gedachte om definitief verbinding te maken met deze mysterieuze onderwereld bezorgde me koude rillingen.






