DEEL 11 – Het Verloren Horloge
Ik hield het plastic zakje met daarin het gouden horloge vast alsof het radioactief materiaal was. Het glas van de wijzerplaat was aan de rand licht gekrast, precies op de manier zoals ik me herinnerde van toen ik het voor het laatst droeg. Hoe in vredesnaam was dit horloge op de zesde verdieping beland? Ik had mijn kamers toch altijd op de vierde geboekt?
De advocaat ruimde ondertussen zwijgend zijn papieren op, blijkbaar onverschillig voor de emotionele verwoesting die zich tegenover hem afspeelde. “De zaken zijn afgehandeld, meneer De Jong. U ontvangt binnenkort de definitieve bevestiging van de rechtbank per post. Een fijne dag verder.”
Ik stond op, propte het plastic zakje in de binnenzak van mijn jas en liep het kantoor uit. De buitenlucht deed koud aan op mijn gezicht. Ik liep doelloos door de straten van de stad tot ik op een bankje bij een gracht neerplofte. Met trillende vingers haalde ik het horloge uit het zakje.
Ik draaide het om. Aan de achterkant was een datum ingegraveerd: 12-04-2000. Onze trouwdatum. Mijn vrouw had het toen voor onze vijfde trouwdag aan me gegeven. Ik was het in 2015 zogenaamd kwijtgeraakt tijdens die bewuste vier maanden van overspel. Sterker nog, ik had tegen haar gelogen dat ik het tijdens een zakenreis in het buitenland had verloren, uit angst dat ze vragen zou stellen.
Maar ze had het toen al gevonden. Niet op de vierde verdieping, maar op de zesde.
Het besef sloeg opnieuw als een blikseminslag in. Die zesde verdieping was helemaal geen willekeurige hotelverdieping geweest. Het was de verdieping waar zij verbleef, niet als gast van een conferentie, maar als de persoon die vanaf het allereerste begin wist wat ik van plan was. Sterker nog, misschien had zij dat hotel wel geboekt lang voordat ik er überhaupt aan dacht om daar af te spreken.
Mijn telefoon trilde opnieuw. Dit keer geen bericht van haar, maar van een onbekend nummer. Een videobestand.
Met een kloppend hart klikte ik op de link. Het scherm opende een beveiligde videostream. Ik zag beelden van een bewakingscamera, gedateerd in het voorjaar van 2015. De korrelige beelden toonden de gang van de zesde verdieping van het hotel.
Ik zag mezelf op de beelden lopen. Niet op de vierde, maar op de zesde verdieping. Ik liep met onzekere stappen naar kamer 604, klopte op de deur, en werd binnengelaten door de vrouw met wie ik toen die affaire had.
Maar wat me het meest deed duizelen, was wat er daarna gebeurde op de beelden. Aan het einde van de gang, net om de hoek bij de brandtrap, stond mijn vrouw. Ze stond daar niet te huilen, ze stond daar niet uit op wraak belust. Ze stond met een notitieblokje in haar hand, rustig de tijd op te schrijven waarop ik naar binnen ging, en stuurde op dat exact moment een berichtje naar haar eigen telefoon.
Ze had ons niet alleen betrapt. Ze had de regie over mijn overspel vanaf de eerste seconde volledig overgenomen.






