Deel 7: De Vlucht in de Mist
“Blijf liggen! Niet bewegen!” schreeuwde De Jong terwijl hij worstelde met de aanvaller in de bosjes. Ik zag hoe de rechercheur met een ferme elleboogstoot de man van zich afsloeg en zijn hand uitstrekte naar het gevallen dienstwapen in het gras.
Zonder na te denken liet ik mijn eigen angsten varen. Ik dook naar voren, greep het pistool van de grond voordat de aanvaller erbij kon komen, en richtte het op de poort waar mijn vader zojuist doorheen was verdwenen. Mijn handen trilden zo hevig dat ik nauwelijks kon focussen op het vizier, maar de woede in mijn borst gaf me een vreemde, ijzeren kracht.
“Stop of ik schiet!” roep ik met een stem die over de schutting galmde.
Aan de andere kant van de poort hoorde ik het gieren van autobanden op het natte asfalt. Een donkergrijze bus scheurde weg met uitgeslagen lichten, de uitlaat knallend in de stille nacht. Mijn vader was ontkomen.
De aanvaller in de bosjes zag dat zijn kansen gekeerd waren, rukte zich los van de poging van De Jong om hem vast te grijpen, en sprong over de schutting naar de steeg, waar hij in het duisternis verdween.
De Jong hijgde zwaar toen hij overeind krabbelde, zijn jas besmeurd met modder en gras. Hij liep naar me toe en legde zijn hand op mijn schouder. “Geef het wapen maar hier, jongen. Het is goed afgelopen. Je hebt ons gered.”
Ik overhandigde het pistool trillend aan de rechercheur. Pas op dat moment voelde ik de enorme golf van uitputting die door mijn lichaam trok. Mijn knieën begonnen te knikken, en ik moest me even vasthouden aan de houten wand van het schuurtje om niet flauw te vallen.
“Je vader heeft zojuist een volledige bekentenis afgelegd op tape,” zei De Jong terwijl hij zijn portofoon pakte om versterking en een ambu-eenheid te roepen. “We hebben de drugs, we hebben de kluis, en we hebben de handlanger die we nu kunnen identificeren via de verkeerscamera's in de buurt. Hij komt hier niet mee weg.”
“Maar de baby...” fluisterde ik, terwijl tranen van pure frustratie en opluchting over mijn wangen gleden. “Wat gebeurt er nu met mijn kleine broertje?”
“Die is veilig,” antwoordde De Jong geruststellend. “Je grootmoeder zorgt op dit moment voor hem in het ziekenhuis. En vanaf morgen zal de jeugdbescherming inschakelen om een permanente veilige plek voor hem te vinden, ver weg van deze bende.”
We liepen terug naar het huis, waar inmiddels de sirenes van extra politieauto's door de straat loeiden. De nacht leek eindeloos te duren, maar de gruwelijke geheimen van ons gezin lagen nu open en bloot op tafel. Toch wist ik diep van binnen dat dit nog niet het einde van het verhaal was. Mijn vader liep vrij rond, en iemand die niets meer te verliezen heeft, is het gevaarlijkst van allemaal.






