Het Bewijsmateriaal
News Story

Het Bewijsmateriaal

0 weergaven

Deel 4: Het Verhoor in de Nachtwacht

De klok op het politiebureau wees drie uur in de ochtend aan toen ik tegenover rechercheur De Jong zat in een tl-verlichte, kale verhoorkamer. De geur van slappe automatenkoffie en goedkope plastic stoelen hing in de ruimte. Tegenover me zat De Jong, een doorgewinterde rechercheur met grijzende slapen en een blik die al te veel menselijk leed had gezien om nog snel onder de indruk te zijn.

“Goed,” begon De Jong terwijl hij een stapel documenten voor zich neerlegde. “Je grootmoeder is inmiddels door een arts onderzocht en verklaard dat ze fit genoeg is om een verklaring af te leggen. Haar verhaal komt exact overeen met het jouwe. Maar je vader en zijn advocaat hebben een tegenverklaring ingediend. Ze stellen dat Clara leed aan een acute psychische stoornis, dat jij disproporcional geweld hebt gebruikt met een brandblusser, en dat het hele incident in een fractie van een seconde is geëscaleerd zonder voorbedachten rade.”

“Dat is een regelrechte leugen,” zei ik stellig. “Clara lachte. Ze genoot ervan. Mijn vader was niet eens binnen toen het gebeurde, dus hoe kan hij nou beweren dat het een escalatie was?”

De Jong leunde naar voren, zijn ellebogen op tafel. “Dat is precies het punt waar we vastlopen, jongen. Je vader heeft een getuige opgegeven.”

“Een getuige? Wie dan? Er was niemand anders in huis!”

“De schoonmaker,” antwoordde De Jong droog. “Die zou via de achteringang naar binnen zijn gekomen en heeft volgens jouw vader gezien dat Clara in paniek raakte omdat de baby stikte in zijn eigen deken, waarna ze hem uit pure wanhoop even ergens neerlegde om hulp te zoeken.”

Ik sloeg met mijn vuist op de tafel, zodat de koffiebekertjes trilden. “De schoonmaker komt op dinsdag, niet op een donderdagavond! Die man liegt en de advocaat heeft hem betaald om dat valse alibi te bevestigen!”

“Rustig aan,” zei De Jong waarschuwend, maar zijn ogen glansden van professionele nieuwsgierigheid. Hij hield van puzzels, en dit zaakje stonk van alle kanten. “We hebben de telefoonrecords van je vader opgevraagd. Direct nadat de hulpdiensten arriveerden, heeft hij inderdaad gebeld met advocaat Van de Berg. Maar weet je wie hij daarvóór nog heeft gebeld? Een nummer dat geregistreerd staat op naam van een beveiligingsbedrijf uit Rotterdam. Drie minuten lang.”

“Een beveiligingsbedrijf?” Ik frunnikte aan mijn kraag. “Waarom zou mijn vader een beveiligingsbedrijf bellen als zijn vriendin net een baby in een pot heeft gestopt?”

“Dat is nou precies wat we gaan uitzoeken,” zei De Jong terwijl hij een foto op tafel schchoof. Het was een opname van onze achtertuin, gemaakt door de dashcam van de politieauto die als eerste arriveerde. “Kijk eens goed naar de achterom. Zie je dat kleine schuurtje achter in de tuin? Het slot is geforceerd. Niet door ons, en ook niet door de inbrekers die er volgens je vader zogenaamd eerder die avond zijn geweest.”

Mijn adem stokte in mijn keel. In dat schuurtje bewaarde mijn vader niet alleen tuingereedschap, maar ook zijn oude kluis uit het voormalige kantoor. Een kluis waarvan hij altijd beweerde dat die leeg was.

“Wat... wat zit er in die kluis?” vroeg ik hees.

De Jong glimlachte flauw. “Dat gaan we vannacht nog ontdekken. Ik heb een spoedzoekingsbevel aangevraagd. En jij gaat met me mee om de deur te openen, want de code is beveiligd met een biometrische scanner die alleen reageert op familieleden van de eerste graad.”