Deel 10: Het Bezoek in het Holst van de Nacht
Het getik tegen het glas stopte abrupte, maar het beeld van die dreigende beweging brandde zich op mijn netvlies. Zonder een geluid te maken pakte ik mijn mobiele telefoon entoetste direct het nummer van Rechercheur De Jong in. De lijn ging over... en ging over... tot ik de voicemail kreeg. Vervloekt. In dit soort crisissituaties was de politie altijd net te laat.
Ik liep op kousevoeten naar de kamer van mijn grootmoeder en tikte zachtjes tegen haar deur. Ze deed vrijwel onmiddellijk open, volledig aangekleed, met een oud jachtgeweer van mijn grootvader stevig in haar handen geklemd. Haar ogen stonden fel en vastberaden.
“Ik heb het gezien,” fluisterde ze hees. “Er loopt iemand in de tuin. Blijf jij bij de baby. Ik ga naar beneden.”
“Nee, oma, dat is te gevaarlijk!” protesteerde ik zachtjes, maar ze wuifde mijn woorden weg met een autoritaire handbeweging die geen tegenspraak duldde.
Voordat we echter actie konden ondernemen, hoorden we een zacht, dof geluid bij de achterdeur. Geen ingeslagen ruit of geweld, maar het geluid van een sleutel die voorzichtig in het slot werd gedraaid. Een loper. Iemand had een kopie van onze huissleutel in handen gekregen – vermoedelijk via mijn vader.
De spanning in het oude huis werd bijna tastbaar. Ik rende naar de serre, pakte mijn kleine broertje uit zijn wiegje en drukte hem stevig tegen mijn hart. Hij begon zachtjes te jengelen, maar ik hield mijn hand over zijn mondje om hem stil te houden. Tranenbrandden achter mijn ogen. Als ze binnenkwamen, zouden we nergens heen kunnen.
Beneden klonk een zware voetstap op de houten vloer van de gang. Daarna een fluisterende stem: “Zoek de baby. De baas wil hem levend hebben.”
Ik hoorde hoe mijn grootmoeder de trap opliep, niet om te vluchten, maar om de positie bovenaan de trap in te nemen. Het jachtgeweer klikte toen ze de haan overhaalde.
“Wie een stap verder zet, schiet ik door zijn knieschijven!” riep ze met een krachtige, ijzingwekkende stem die door het hele huis galmde.
Er volgde een stilte beneden. Een moment van totale wanhoop waarin de indringers leken te overleggen. Toen hoorden we een sadistische lach vanuit de gang omhoog stijgen.
“Je kunt niet iedereen beschermen, oude vrouw,” riep een onbekende, schorre stem terug. En op dat moment brak het glas van het kleine zijraam bij de voordeur.






