DE LEGE STOEL AAN TAFEL
News Story

DE LEGE STOEL AAN TAFEL

0 weergaven

DEEL 12 — De appelboom in de herfstwind

Twee weken later liepen Emma, Daan en ik door de straat waar ik vroeger woonde. De herfstwind had de laatste bladeren van de bomen gerukt en een dikke, krakende laag goudgeel tapijt op de stoepen gelegd. Voor het huis met de rode bakstenen bleven we staan. De appelboom stond er nog steeds, precies zoals Daan al had gezegd. De takken waren kaal en zwart tegen de grijze lucht, maar aan de top hing nog één enkele, kleine appel.

Rood en koppig, alsof hij weigerde om zich door de najaarsstorm te laten vellen. “Kijk,” wees Daan. “Daar hangt er nog eentje.” Ik glimlachte en legde mijn arm om Emma’s schouder. Ze schrok er niet van; ze leunde zelfs heel even tegen me aan, een warm en vertrouwd contact dat me deed beseffen hoeveel ik had gemist en hoeveel ik nog mocht ontvangen.

“Zal ik proberen hem te pakken?” vroeg Daan stoer. Hij was inmiddels vijftien, langer dan zijn moeder, met brede schouders en het energieke elan van de jeugd. “Nee, laat maar hangen,” zei ik zacht. “Sommige dingen moeten gewoon aan de boom blijven hangen tot ze vanzelf vallen.” Emma keek me aan, en in haar ogen lag geen bitterheid meer, alleen nog een diepe, zachte rust. De rimpels rond haar ogen vertelden het verhaal van twee decennia zware strijd, maar haar glimlach was stralend als vroeger. “Zullen we naar huis gaan?” vroeg ze. “De kachel brandt en er staat nog warme chocolademelk klaar.” “Ja,” zei ik. “Laten we naar huis gaan.”