Deel 10: Het publieke oordeel
Het nieuws verspreidde zich als een lopend vuurtje. Binnen enkele uren stond de hoofdingang van het St. Clara Ziekenhuis vol met journalisten, cameramannen en fotografen. De flitslichten drongen zelfs door de verduisterde ramen van de NICU-afdeling. Onze familie was van de ene op de meost veranderd in het middelpunt van een landelijke hetze.
"Ze noemen ons mensenhandelaars, mama," zei Thomas, mijn jongste zoon van tweeëntwintig, terwijl hij naar het scherm van zijn telefoon staarde. "Ze zeggen dat papa een baby heeft gekocht en dat jij meehelpt om het te doofpotten."
Michael zat in zijn rolstoel, zijn hoofd diep in zijn handen gedrukt. De fysieke pijn van zijn kogelwond was niets vergeleken met de mentale pijn van de schande die hij over ons gezin had gebracht.
"Ik ga naar buiten," zei Michael plotseling met schorre stem. "Ich ga de pers te woord staan. Ik ga vertellen dat het allemaal mijn schuld was. Dat Eleonora van niets wist."
"Nee, Michael," zei mr. De Wit beslist. "Je zegt helemaal niets. Elke uitspraak die je nu doet, wordt door de advokaten van het Zwitserse echtpaar gebruikt tegen Eleonora in de rechtbank vanmiddag. Ze proberen te bewijzen dat jullie gezin instabiel en crimineel is."
"Maar hoe zit het met dat andere kind?!" vroeg ik wanhopig aan mr. De Wit. "Het jongetje van twee dat ook mijn DNA draagt? Waar is hij?!"
Mr. De Wit keek op haar tablet. "De politie-inspecteur Jansen is bezig met het internationale opsporingsonderzoek. Het kind woont bij een welgesteld echtpaar in Oostenrijk. Ze hebben hem twee jaar geleden geadopteerd via dezelfde corruptieprocedure van dokter Visser. Ze wisten naar alle waarschijnlijkheid niet dat het kind illegaal was verkregen. Dat wordt een apart juridisch gevecht."
Mijn hoofd tolde. Een dochter in een couveuse naast me, een zoon van twee ergens in Oostenrijk, en drie volwassen zonen die midden in deze mediastorm stonden.
Om twee uur 's middags werd de spoedhoorzitting gehouden in de rechtbank van de stad. Vanwege de mediabelangstelling werd de zitting achter gesloten deuren gehouden, maar de sfeer in de zaal was om te snijden.
Aan de ene kant zat ik, geflankeerd door mr. De Wit en mijn drie zonen. Michael mocht vanwege zijn status als verdachte in het strafrechtelijk onderzoek niet in de zaal aanwezig zijn.
Aan de andere kant zat het Zwitserse echtpaar, meneer en mevrouw Von Berg. Ze dragen dure kleding, keken strak voor zich uit en werden bijgestaan door drie topadvocaten in strakke pakken.
De rechter, een strenge vrouw met een brille op de punt van haar neus, sloeg met haar hamertje.
"We zijn hier voor de voorlopige voogdijvoorziening over het minderjarige kind, voorlopig aangeduid als 'Baby Lucy'," sprak de rechter. "Mr. De Vries, u heeft het woord namens de familie Von Berg."
De Zwitserse advocaat stond op. "Edelachtbare, mijn cliënten hebben meer dan twee jaar op een kind gewacht. Ze hebben een legitiem contract getekend met een geregistreerde kliniek, in de veronderstelling dat alles legaal verliep. Ze hebben een babykamer ingericht, ze houden van dit kind. Mevrouw Vance daarentegen is de biologische moeder via een illegaal verkregen eicel, en haar echtgenoot is de hoofdfinancier van deze criminele bende! Het zou een schande voor de rechtsstaat zijn als dit kind wordt toegewezen aan een gezin dat onder strafrechtelijk onderzoek staat!"
Het vuur van de beschuldigingen sneed door de zaal. Ik voelde de blikken van het echtpaar Von Berg op me rusten. Mevrouw Von Berg keek me aan met een mengeling van minachting en angst.
Mr. De Wit stond op. "Edelachtbare, mijn cliënte, mevrouw Vance, is het absolute slachtoffer in deze zaak. Haar lichaamsweefsel is zonder haar toestemming ontvreemd. Ze heeft gisteravond haar eigen leven op het spel gezet door een directe celtransfusie uit te voeren om het leven van dit kind te redden. De biologische band én de fysieke toewijding van de moeder zijn onomstotelijk. Het kind kan niet worden overgedragen aan mensen die feitelijk hebben betaald voor een illegale adoptie, ongeacht of ze 'te goeder trouw' waren."
De argumenten over en weer duurden uren. Er werden medische rapporten, politieverhoren en DNA-analyses overlegd.
Rond vijf uur 's middags trok de rechter zich terug voor beraad. De minuten voelden als eeuwigheid. Ik zat op de bank in de gang van het gerechtsgebouw, mijn zonen hielden mijn handen vast.
Na drie kwartier kwam de rechter terug. De Zaal werd muisstil.
"Na zorgvuldige afweging van de belangen van het kind," sprak de rechter met heldere stem, "komt de rechtbank tot de volgende beslissing. Gezien de complexe strafrechtelijke situatie en de illegale herkomst van de geboorteakte, wordt de claim van de familie Von Berg op dit moment afgewezen."
Ik slaakte een kreet van verlichting, maar de rechter stak haar hand op.
"KOST ER EDELACHTBARE NOG MEER IS," vervolgde de rechter. "Het kind wordt evenwel OOK NIET direct toegewezen aan mevrouw Vance. De Raad voor de Kinderbescherming krijgt de voorlopige voogdij. Het kind blijft in het ziekenhuis onder medisch toezicht. Mevrouw Vance krijgt dagelijks bezoekrecht van vier uur. Een definitieve beslissing over de adoptie of toewijzing zal pas plaatsvinden na het strafproces tegen dokter Visser en meneer Vance."
Het was geen volledige overwinning, maar het was een kans. Lucy bleef in de buurt. Ze werd niet meegenomen naar het buitenland.
Toen we de rechtbank verlieten, baanden we ons een weg door de horde fotografen. Maar toen we bij onze auto kwamen, stapte er een onbekende man uit een zwarte wagen die verderop geparkeerd stond.
Hij droeg een donkere zonnebril, liep recht op mij af en duwde een envelop in mijn hand.
"Dit is van de familie Von Berg," fluisterde de man ijskoud. "Ze laten zich niet zomaar aan de kant schuiven, mevrouw Vance. Ze hebben middelen die de Nederlandse wet overstijgen."
Voordat ik kon reageren, stapte de man weer in zijn auto en reed met hoge snelheid weg.
Ik opende de envelop. Er zat geen brief in. Alleen een foto.
Het was een foto van mijn jongste zoon, Thomas, genomen vanuit een auto terwijl hij gisteravond het ziekenhuis verliet. En achterop de foto stond geschreven:
‘Geef de baby op, of je verliest nog een zoon.’






