DEEL 3
Mijn hart ging als een razende tekeer. Zonder na te denken duwde ik het mechanisme van de vitrinekast snel terug. Met een doffe klik schoof het houten paneel weer op zijn plaats. Ik griste de houten doos met oma's brief van tafel, rende op mijn kousen naar de hoek van de kamer en dook achter de zware, fluwelen gordijnen net op het moment dat de zware eikenhouten voordeur openzwaaide.
"Ik zeg je dat het hier moet liggen!" sissende een stem die ik uit duizenden zou herkennen. Het was de stem van mijn oom Hendrik.
"Doe rustig, Hendrik, dadelijk hoort iemand ons," antwoordde een tweede stem. Het was mijn zus Laura. Haar stem klonk niet meer spottend of hooghartig zoals bij de notaris, maar schril en nerveus.
Het licht in de gang werd ingeschakeld en de gele gloed viel door de opening van de kamerdeur. Ik hield mijn adem in, duwde mezelf zo plat mogelijk tegen de kille muur achter het gordijn en bad dat mijn voeten niet onder de stof uitstaken.
"Emma is toch al weg?" vroeg Hendrik. Het geluid van zijn zware stappen kwam dichterbij. Hij stapte de woonkamer binnen. Ik kon de geur van zijn dure sigaren en de kille buitenlucht ruiken.
"Ze ging meteen na de zitting naar huis," zei Laura, terwijl ze achter hem aan liep. "Ze was kapot. Ze dacht echt dat oma haar hield van haar, maar de oude heks heeft haar gewoon gebruikt tot het laatste moment. Een waardeloze kast... wat een mop."
"Lach maar niet te hard, Laura," grauwde Hendrik geïrriteerd. "Die 'waardeloze kast' is de enige reden dat ik hier nu in het holst van de nacht sta. Moeder was niet gek. Ze wist dat we de boeken van het bedrijf wilden inzien. Ze wist dat we zochten naar de originelen van de maatschapsovereenkomst uit 2004."
"Denk je echt dat ze het daarin heeft verstopt?" Laura's stem klonk twijfelachtig. "In een kast die ze open en bloot in de woonkamer liet staan? Dat zou wel heel erg stom zijn, zelfs voor haar."
"Je onderschat je grootmoeder," zei Hendrik. Ik hoorde het geluid van hout op hout—hij was bij de vitrinekast gaan staan. Mijn maag kromp ineen. Als hij de kast grondig zou onderzoeken, zou hij misschien de sporen zien die ik zojuist had achtergelaten.
"Ze speelde altijd een spel," vervolgde Hendrik. "Twintig jaar lang heeft ze ons chantageerbaar gehouden. Ze liet ons geloven dat de papieren over de fatale crash van je vader veilig bij de bank lagen, maar de bankdirecteur vertelde me gisteren dat al haar kluisjes drie maanden geleden zijn leeggemaakt. Alles is naar dit huis gebracht."
"Als die papieren boven water komen, Hendrik..." Laura's stem sloeg over van angst. "Als de politie ontdekt dat het autowrak nooit onderzocht is omdat jij de schouwartse hebt omgekocht..."
"Houd je mond!" snauwde Hendrik hard. "Wil je dat de hele buurt het hoort? Er is geen bewijs meer. Zolang wij die documenten vinden en verbranden, kan niemand ons iets maken. De verjaringstermijn geldt niet bij moord met voorbedachten rade, begrijp je dat dan niet?"
Moord.
Het woord galmde na in mijn hoofd als een zweepslag. Ik knijp mijn ogen dicht en voelde de tranen over mijn wangen stromen. Het was dus waar. Wat in oma's brief stond was geen waanvoorstelling van een stervende vrouw. Mijn eigen oom had mijn vader vermoord, en mijn zus wrocht mee om het bewijs te vernietigen om hun rijkdom en status te beschermen.
In de kamer klonk het geluid van lades die hardhandig werden opengetrokken en weer dichtgeslagen. Hendrik was de kast aan het doorzoeken.
"Niets! Alleen wat waardeloos porselein en oude fotoalbums," vloekte hij.
"Kijk eens goed, Hendrik! Misschien is er een dubbele bodem?" drong Laura aan.
Mijn hart hamerde zo hard tegen mijn ribben dat ik bang stamped dat ze het zouden horen. Mijn vingers verkrampten om de houten doos die ik tegen mijn borst gedrukt hield. In de doos lag niet alleen de brief, maar ook een kleine zilveren sleutel waarvan ik de functie nog niet kende.
"Wacht eens..." zei Hendrik plotseling. De beweging in de kamer stopte. Het werd doodstil. "Wat is dit?"
"Wat zie je?" vroeg Laura.
"Er zit verse kras op het snijwerk bij de onderste lade. Het stof is hier weggeveegd."
Mijn bloed stroomde koud door mijn aderen. Ik had het leliemotief aangeraakt met mijn stoffige vingers! Ik had sporen achtergelaten!
"Iemand heeft hier aan gezeten," fluisterde Hendrik, en zijn stem klonk ineens ijskoud en gevaarlijk. "En heel recent ook. Het stof ligt overal, behalve op dit specifieke houten blaadje..."
Ik hoorde het mechanische klinken opnieuw. KLIK.
Hendrik had per ongeluk of door logisch nadenken het geheime mechanisme ontdekt. De achterwand schoof open.
"Mijn god..." ademde Laura uit. "Het is een verborgen compartiment!"
"Het is leeg," zei Hendrik, en zijn stem was vol van een raspende woede. "Het is godverdomme leeg!"
"Dat kan niet!" gilde Laura zacht. "Wie zou..."
Stilstand. Een lange, vreselijke pauze viel in de woonkamer. Ik voelde dat Hendrik zich langzaam omdraaide.
"Emma," fluisterde Hendrik. "Ze is hier geweest. Of... ze is hier nog steeds."
Ik hoorde langzame, berekende voetstappen die zich over het tapijt bewogen. Stappen die recht op het zware fluwelen gordijn afkwamen waar ik achter verscholen stond. Mijn ademhaling stokte volledig. Ik kon nergens heen. De hoek was een valstrik.
De voetstappen stopten vlak voor het gordijn. Ik kon het zware ademhalen van mijn oom horen. Een hand greep de stof van het gordijn vast en trok het met een harde ruk opij...






