DEEL 5 — DE LAATSTE OVERSCHRIJVING
De regen sloeg tegen de voorruit terwijl de auto door het donkere Engelse landschap reed.
Sophie zat achterin.
Naast haar zat Victor.
Voorin hield de privédetective beide handen stevig aan het stuur.
Niemand sprak.
Op het scherm van Sophie's telefoon stond nog steeds dezelfde foto.
Thomas.
Lotte.
Een klein meisje.
En de vrouw die volgens officiële documenten twintig jaar geleden was overleden.
Anna Vermeer.
Sophie keek opnieuw naar het gezicht.
“Waarom heeft Thomas nooit iets verteld?”
Victor antwoordde niet meteen.
“Omdat sommige geheimen niet ontstaan uit leugens,” zei hij uiteindelijk. “Maar uit angst.”
“Dat maakt het niet minder erg.”
“Nee.”
Sophie keek uit het raam.
Ze dacht aan haar man.
Aan de laatste ochtend.
Aan zijn handen die haar vasthielden.
Aan de manier waarop hij had gezegd:
Ik doe dit allemaal voor ons.
Toen had ze gedacht dat het een leugen was.
Nu wist ze niet meer wat ze moest geloven.
Na bijna twee uur stopte de auto voor een oud landhuis.
Het gebouw lag volledig afgezonderd.
Geen buren.
Geen straatverlichting.
Alleen bomen, regen en een lange oprijlaan.
“Daar,” zei de detective.
Een licht brandde op de bovenverdieping.
Sophie stapte uit.
Haar hart bonsde.
Victor pakte haar arm.
“Blijf achter mij.”
“Victor…”
“Als dit inderdaad zo groot is als ik denk, weten we niet wie er binnen is.”
Sophie keek naar het huis.
“Ik moet Thomas zien.”
Ze liep naar de voordeur.
Nog voordat ze kon kloppen, ging die open.
Thomas stond daar.
Zijn gezicht was bleek.
Zijn jas was doorweekt.
Hij keek haar aan alsof hij een geest zag.
“Sophie…”
Ze zei niets.
Thomas keek naar Victor.
Toen naar de detective.
Daarna weer naar haar.
“Je had niet moeten komen.”
Sophie lachte bitter.
“Dat zei je vroeger ook wanneer je iets voor me verborgen hield.”
Thomas sloot zijn ogen.
“Ik wist dat je boos zou zijn.”
“Boos?”
Sophie stapte naar voren.
“Je hebt me naar het vliegveld laten komen terwijl je wist dat je werd bedreigd.”
Thomas zweeg.
“Je hebt miljoenen euro's verplaatst.”
Nog steeds stilte.
“Je hebt een vrouw meegenomen naar Londen.”
“Lotte—”
“En je hebt me maandenlang laten geloven dat je mij verliet.”
Thomas keek haar aan.
“Ik wilde je beschermen.”
“Door mij te vernederen?”
Zijn ogen werden vochtig.
“Nee.”
“Door mijn bedrijf in gevaar te brengen?”
“Nee.”
“Door tegen me te liegen?”
Thomas keek naar de grond.
“Ja.”
Sophie voelde een steek door haar borst.
Eindelijk.
Hij gaf het toe.
Toen hoorde ze achter hem een zachte stem.
“Laat haar binnen, Thomas.”
Sophie keek op.
Anna stond bovenaan de trap.
Ze zag er ouder uit dan op de foto.
Maar het was duidelijk dezelfde vrouw.
Sophie kon geen woord uitbrengen.
Anna liep langzaam naar beneden.
“Je lijkt op je moeder.”
Sophie verstijfde.
“U kende mijn moeder?”
Anna knikte.
“En je vader.”
“Wie was mijn vader?”
Anna keek naar Thomas.
Thomas draaide zijn gezicht weg.
Sophie voelde haar handen trillen.
“Zeg het.”
Anna kwam dichterbij.
“Je vader was geen gewone zakenman.”
“Dat weet ik.”
“Hij was financieel directeur van het investeringsfonds.”
Sophie fronste.
“Dat wist ik.”
“Maar hij was ook degene die ontdekte dat Marcus De Wit geld verduisterde.”
Victor keek op.
“De Wit?”
Anna knikte.
“Hij stal miljoenen. Maar toen hij werd ontdekt, had hij een plan.”
Ze keek naar Sophie.
“Hij had iemand nodig die de schuld kon krijgen.”
Sophie fluisterde:
“Mijn vader.”
“Ja.”
De kamer werd stil.
“Maar waarom?”
Anna keek naar haar handen.
“Omdat je vader weigerde mee te werken.”
“En toen?”
“Toen werd hij bedreigd.”
“Door Marcus?”
“Door een groep mensen die veel machtiger was dan Marcus.”
Sophie voelde haar hart sneller kloppen.
“Welke mensen?”
Anna keek haar recht aan.
“De mensen die vandaag nog steeds achter het geld aan zitten.”
Thomas stapte naar voren.
“Daarom moest ik vertrekken.”
Sophie draaide zich naar hem om.
“En Lotte?”
Thomas keek naar Lotte.
Ze stond in de deuropening met haar dochter.
“Lotte is geen minnares.”
Sophie lachte ongelovig.
“Ik heb de berichten gezien.”
“Ik weet het.”
“Ze noemde je lieverd.”
“Dat moest.”
“Waarom?”
Lotte antwoordde zelf.
“Omdat iemand onze telefoons controleerde.”
Sophie keek haar aan.
Lotte had tranen in haar ogen.
“Mijn dochter is ziek.”
Ze slikte.
“De behandeling kostte meer dan ik ooit kon betalen.”
Sophie zei niets.
“De mensen die achter het geld aanzitten, wisten dat.”
“Ze gebruikten je dochter?”
Lotte knikte.
“Ze zeiden dat als ik Thomas hielp, mijn dochter behandeld zou worden.”
Sophie voelde haar woede veranderen in iets anders.
Iets veel ingewikkelders.
“En Thomas?”
“Hij probeerde haar te redden.”
Lotte keek naar Thomas.
“Hij heeft zijn eigen leven opgeofferd om mijn dochter in leven te houden.”
Sophie keek naar haar man.
“Waarom heb je mij niets verteld?”
Thomas antwoordde:
“Omdat jij het enige was dat ze nog niet hadden.”
Sophie voelde tranen in haar ogen.
“Ze zouden jou gebruiken om bij mij te komen.”
Thomas knikte.
“Precies.”
Victor liep naar de tafel.
Daar lag een laptop.
“En die acht miljoen?”
Thomas keek naar hem.
“Dat geld is niet gestolen.”
Victor fronste.
“Waar is het dan voor?”
Thomas opende de laptop.
Een spreadsheet verscheen.
“Dit is het geld dat de afgelopen twintig jaar verborgen is gehouden.”
Sophie keek naar het scherm.
Er stonden tientallen namen.
Bedrijven.
Rekeningen.
Data.
Bedragen.
En bovenaan stond één totaal.
€8.416.390.
Sophie keek verbaasd.
“Maar dit is mijn geld.”
Thomas schudde zijn hoofd.
“Niet helemaal.”
Hij klikte op een bestand.
Een oude scan verscheen.
Een testament.
Sophie herkende onmiddellijk de handtekening.
Die van haar vader.
Ze las de eerste regels.
Haar adem stokte.
“Dit kan niet…”
Victor boog zich naar het scherm.
“Wat staat daar?”
Sophie las verder.
Toen keek ze naar Thomas.
“Mijn vader heeft dit geld voor mij achtergelaten.”
Thomas knikte.
“Hij heeft het twintig jaar geleden apart gezet.”
“Maar waarom stond het op mijn bedrijfsrekeningen?”
“Omdat hij wist dat niemand een jonge vrouw zonder macht zou geloven.”
Sophie voelde haar hoofd duizelen.
“Dus jij wist hiervan?”
“Ja.”
“Vanaf wanneer?”
Thomas aarzelde.
“Vanaf de dag dat ik met je trouwde.”
Sophie sloot haar ogen.
Dat antwoord deed meer pijn dan alles daarvoor.
“Je trouwde met me vanwege het geld?”
Thomas schudde onmiddellijk zijn hoofd.
“Nee.”
“Waarom dan?”
Hij keek haar aan.
“Omdat ik van je hield.”
Sophie keek hem aan.
“En nu?”
Thomas kwam dichterbij.
“Nu wil ik dat je weggaat.”
“Wat?”
“Vanavond.”
Hij keek naar Victor.
“Neem haar mee.”
Sophie begreep het niet.
“Waarom?”
Thomas keek naar het raam.
Buiten stond plotseling een auto.
De koplampen schenen door de regen.
Anna verstijfde.
Lotte trok haar dochter dichter tegen zich aan.
Thomas fluisterde:
“Ze hebben ons gevonden.”
Op hetzelfde moment klonk beneden een harde klap.
De voordeur trilde.
Nog een klap.
Sophie keek naar Thomas.
Hij pakte haar hand.
“Als er iets met mij gebeurt…”
“Zeg dat niet.”
“…dan moet je naar Amsterdam.”
Sophie keek hem aan.
“Waarom?”
Thomas kneep haar hand.
“Omdat de laatste rekening daar is.”
“Welke rekening?”
Hij keek haar recht in de ogen.
“De rekening waarop staat wie mijn vader twintig jaar geleden heeft vermoord.”
Toen ging het licht uit.
En vanuit de donkere gang klonk een stem:
“Thomas van der Meer… het spel is voorbij.”






