DEEL 3 — DE VROUW IN DE KLINIEK
Om 18:42 uur kreeg Sophie opnieuw een bericht.
Dit keer was het geen foto.
Het was een video.
Zeventien seconden.
Ze drukte erop.
Thomas stond in een kleine kamer.
De muren waren wit.
Er was geen raam.
Hij zat op een stoel en keek naar iemand buiten beeld.
Lotte stond achter hem.
Maar ze glimlachte niet meer.
Ze zag er doodsbang uit.
Toen hoorde Sophie een stem.
“Je krijgt tot morgenochtend.”
Thomas antwoordde:
“Ik heb gedaan wat jullie vroegen.”
“Niet alles.”
“Het geld komt.”
“Dat zei je vorige keer ook.”
De video eindigde.
Sophie keek langzaam op.
Victor zat tegenover haar.
“Dit is geen romantische vlucht,” zei hij.
“Nee.”
“Dit lijkt op chantage.”
Sophie knikte.
“Maar waarom?”
Ze bekeken de video opnieuw.
Victor pauzeerde hem precies op het moment waarop een deel van de kamer zichtbaar werd.
Achter Thomas stond een metalen kast.
Op de kast lag een map.
Daarop stond een logo.
Victor boog zich naar het scherm.
Zijn gezicht verstarde.
“Dat logo…”
“Ken je het?”
Hij knikte langzaam.
“Dit is een investeringsmaatschappij.”
“Welke?”
Victor noemde de naam.
Sophie voelde opnieuw die koude rilling.
“Wat heeft dat met ons te maken?”
Victor antwoordde niet meteen.
Hij pakte zijn laptop.
Zocht iets op.
Draaide het scherm naar haar toe.
“Jouw bedrijf heeft drie jaar geleden een lening afgesloten.”
“Dat weet ik.”
“Van deze groep.”
Sophie keek naar de cijfers.
“Maar die lening is allang afbetaald.”
“Volgens jouw administratie wel.”
Hij keek haar ernstig aan.
“Maar volgens hun administratie niet.”
Sophie voelde haar keel droog worden.
“Wat betekent dat?”
“Dat iemand de schuld opnieuw heeft geregistreerd.”
“Wie?”
Victor opende een document.
Er stond een digitale handtekening.
Thomas van der Meer.
Sophie staarde ernaar.
“Ik heb hem nooit toestemming gegeven.”
“Dat weet ik.”
“Hoeveel?”
Victor slikte.
“Zes miljoen euro.”
Sophie stond op.
“Zes miljoen?”
“Ja.”
“Dus die acht miljoen…”
“Is mogelijk niet gestolen geld.”
Victor keek haar recht aan.
“Het kan geld zijn dat iemand gebruikt om een veel grotere schuld af te betalen.”
Sophie liep naar het raam.
De stad buiten was donker geworden.
Auto's reden door de regen.
Mensen gingen naar huis.
Gezinnen zaten waarschijnlijk samen aan tafel.
En ergens in Londen zat haar man gevangen in iets wat ze niet begreep.
Toen ging haar telefoon.
De privédetective.
“Mevrouw, ik heb nieuws.”
“Vertel.”
“Lotte is niet zomaar een accountant.”
Sophie zweeg.
“Wat bedoel je?”
“Ze werkte inderdaad bij het kantoor dat uw financiële administratie beheert.”
“Ja.”
“Maar ze is daar twee maanden geleden ontslagen.”
Sophie fronste.
“Waarom?”
“Fraude.”
Victor keek meteen op.
“Ze had toegang tot meerdere bedrijfsdossiers.”
Sophie voelde haar hart zakken.
“En Thomas?”
“Uw man heeft haar na haar ontslag opnieuw ingehuurd.”
“Waarvoor?”
“Dat weet ik nog niet.”
De detective zweeg even.
“Maar ik heb iets anders gevonden.”
“Wat?”
“Lotte heeft een dochter.”
Sophie keek naar Victor.
“En?”
“Het meisje ligt in diezelfde privékliniek.”
Sophie voelde plotseling dat alles samenkwam.
De kliniek.
Lotte.
Thomas.
Het geld.
De zes miljoen euro.
“Hoe oud is haar dochter?”
“Zeven.”
Sophie sloot haar ogen.
“Wat heeft ze?”
“Dat weet ik niet.”
De detective stuurde een adres.
Sophie keek ernaar.
Toen zei ze:
“Ik ga naar Londen.”
Victor schudde onmiddellijk zijn hoofd.
“Absoluut niet.”
“Mijn man zit daar.”
“En misschien precies daarom moet jij hier blijven.”
“Als Thomas gedwongen wordt om geld over te maken—”
“Dan laten we dat via juridische kanalen oplossen.”
Sophie keek hem aan.
“En als iemand hem vermoordt?”
Victor werd stil.
Die mogelijkheid hing ineens tussen hen in.
Een uur later kreeg Sophie nog een bericht.
Dit keer van een onbekend nummer.
“Als je wilt weten waarom Thomas dit doet, zoek dan naar Anna Vermeer.”
Sophie staarde naar de naam.
Vermeer.
Lotte Vermeer.
Thomas van der Meer.
Anna Vermeer.
Ze typte:
“Wie is Anna?”
Het antwoord kwam vrijwel onmiddellijk.
“Vraag dat aan je schoonvader.”
Sophie verstijfde.
Haar schoonvader was vier jaar geleden overleden.
Ze keek naar Victor.
“Mijn schoonvader is dood.”
Victor keek naar het bericht.
“Misschien wist hij iets voordat hij stierf.”
Sophie dacht terug.
Aan de laatste weken van zijn leven.
Aan de vreemde gesprekken die hij soms met Thomas had gevoerd.
Aan de keren dat hij haar had gezegd:
“Sophie, vertrouw nooit iemand die zegt dat geld het belangrijkste probleem is.”
Ze had gedacht dat het ouderdom was.
Nu niet meer.
Ze pakte haar jas.
“Waar ga je heen?” vroeg Victor.
“Naar mijn huis.”
“Waarom?”
“Omdat mijn schoonvader daar iets heeft achtergelaten.”
Victor keek haar verbaasd aan.
“Hoe weet je dat?”
Sophie pakte haar sleutels.
“Omdat hij me vlak voor zijn dood één ding gaf.”
“Wat?”
Ze keek hem aan.
“Een oude sleutel.”
Die avond opende Sophie een kast die ze al vier jaar niet meer had aangeraakt.
Achter dozen met oude foto's stond een kleine houten kist.
Ze had de sleutel altijd bewaard.
Maar nooit gebruikt.
Nu stak ze hem in het slot.
Klik.
De kist ging open.
Bovenop lag een envelop.
Met Sophie's naam erop.
SOPHIE — PAS OPENEN ALS THOMAS NIET MEER TE VERTROUWEN IS.
Sophie hield haar adem in.
Victor stond naast haar.
Ze maakte de envelop open.
Er zat maar één vel papier in.
Daarop stond:
“Mijn zoon heeft je niet bedrogen om een andere vrouw.”
Sophie las de volgende regel.
“Hij probeert je te beschermen tegen de mensen die onze familie al twintig jaar in handen hebben.”
En onderaan stond één naam.
Anna Vermeer.
Sophie keek naar Victor.
“Wie is Anna Vermeer?”
Victor schudde langzaam zijn hoofd.
“Ik heb geen idee.”
Toen viel er iets uit de envelop.
Een oude foto.
Drie mensen stonden erop.
Een jonge Thomas.
Een jonge Lotte.
En een vrouw die Sophie nooit eerder had gezien.
Op de achterkant stond:
LONDEN — 2008.
Sophie keek opnieuw naar het gezicht van de vrouw.
Toen voelde ze iets wat erger was dan angst.
Herkenning.
Ze had dat gezicht eerder gezien.
Op een oude foto in het huis van haar schoonvader.
Maar die vrouw was volgens iedereen…
twintig jaar geleden overleden.






