DEEL 3 — DE VROUW DIE CLARA VREESDE
De volgende ochtend werd ik wakker zonder eigenlijk geslapen te hebben.
Het telefoongesprek bleef door mijn hoofd spoken.
Sophie van der Meer.
De naam die op het briefje stond.
De vrouw die zei dat ze wist waarom Clara mij die jurk had gestuurd.
Ik vertelde Daniel niets.
Nog niet.
Ik wist niet meer wie ik kon vertrouwen.
Rond negen uur ging mijn telefoon opnieuw.
Hetzelfde onbekende nummer.
Deze keer nam ik op.
“Emma.”
Het was dezelfde stem.
“Wie bent u?”
“Sophie.”
Mijn hart sloeg over.
“Waar bent u?”
“Niet aan de telefoon.”
“Waarom niet?”
“Omdat Clara me nog steeds kan vinden.”
Ik ging rechtop zitten.
“Wat bedoelt u?”
“Kom om elf uur naar Café De Molen. Alleen.”
Ik wilde vragen waarom.
Maar ze hing al op.
Daniel zat beneden.
Hij keek op toen ik de keuken binnenkwam.
“Je ziet eruit alsof je geen oog hebt dichtgedaan.”
“Ik heb slecht geslapen.”
Hij zweeg.
Toen zei hij:
“Over gisteravond…”
Ik keek hem aan.
“Wat?”
“Ik had eerder naar je moeten luisteren.”
Ik voelde iets in mijn borst knappen.
Niet van liefde.
Van vermoeidheid.
“Ja,” zei ik.
Hij keek verbaasd.
“Ik meen het.”
“Ik weet het.”
“Mijn moeder…”
“Daniel, ik moet vandaag ergens heen.”
“Waarheen?”
Ik aarzelde.
“Dat weet ik nog niet.”
Hij fronste.
“Emma?”
“Ik heb je nodig om me één ding te beloven.”
“Wat?”
“Als ik iets ontdek over jouw moeder… beloof me dan dat je eerst naar mij luistert voordat je haar verdedigt.”
Hij keek lang naar me.
Toen knikte hij.
“Ik beloof het.”
Om elf uur zat ik in het café.
Sophie kwam vijf minuten later binnen.
Ze was ongeveer vijftig.
Donker haar.
Een eenvoudige jas.
En ogen die eruitzagen alsof ze al jaren te weinig sliep.
Ze keek eerst naar de deur.
Toen naar mij.
“Emma?”
“Ja.”
Ze ging zitten.
“Je lijkt op je moeder.”
Ik verstijfde.
“U kent mijn moeder?”
Sophie slikte.
“Meer dan je denkt.”
“Wat heeft mijn moeder hiermee te maken?”
Sophie keek naar haar handen.
“Niet jouw moeder.”
“Wie dan?”
“Jouw schoonmoeder.”
Ik wachtte.
Sophie haalde een envelop uit haar tas.
Ze schoof hem naar mij.
“Open hem thuis.”
“Waarom?”
“Omdat wat erin zit niet alleen Clara raakt.”
Ik keek naar de envelop.
“Wie bent u?”
Ze keek me recht aan.
“Twintig jaar geleden werkte ik voor Clara.”
“Als wat?”
“Boekhouder.”
Mijn maag trok samen.
“En?”
“Ik ontdekte dat ze geld verduisterde.”
Ik dacht aan de politie.
Aan de financiële transacties.
“Hoeveel?”
“Miljoenen.”
Ik kon nauwelijks ademen.
“Waarom heb je haar niet aangegeven?”
“Omdat ik bang was.”
“Waarvoor?”
Sophie keek naar de deur.
“Voor wat ze zou doen.”
Ik voelde een koude rilling.
“Wat heeft dit met mij te maken?”
Sophie antwoordde niet.
“De jurk,” zei ze uiteindelijk. “Clara wist dat jij hem zou ontvangen.”
“Dat begrijp ik.”
“Nee. Je begrijpt het niet.”
Ze boog zich naar voren.
“De jurk was een test.”
“Een test?”
“Ze wilde weten of jij hem zou dragen.”
“Waarom?”
Sophie keek me strak aan.
“Omdat er iets in zat.”
“Wat?”
“Een sleutel.”
Mijn hart sloeg hard.
“Welke sleutel?”
“Ik weet het niet.”
“Maar je zei dat je wist waarom ze hem stuurde.”
“Ik weet waarom ze hem wilde laten bezorgen. Niet wat ze uiteindelijk van plan was.”
Ik dacht terug aan de jurk.
De binnenzak.
Het politieonderzoek.
“De politie heeft iets gevonden.”
Sophie verstijfde.
“Wat?”
“Ik weet het niet. Ze hebben de jurk meegenomen.”
Ze sloot haar ogen.
“Dan zijn we te laat.”
“Waarvoor?”
Sophie stond plotseling op.
“Je moet naar huis.”
“Waarom?”
“Ga naar je slaapkamer.”
“Wat moet ik daar zoeken?”
“Onder je bed.”
Ik voelde mijn hart in mijn keel.
“Waarom?”
Ze keek me aan.
“Omdat Clara nooit alleen één geheim bewaart.”
Daarna liep ze weg.
Ik bleef zitten.
Ik wilde haar volgen.
Maar iets hield me tegen.
Thuis liep ik rechtstreeks naar mijn slaapkamer.
Ik knielde neer.
Onder het bed lag niets.
Ik schoof mijn hand verder naar achteren.
Mijn vingers raakten hout.
Een klein houten doosje.
Ik trok het eruit.
Mijn adem stokte.
Het doosje was oud.
En er zat een naam op.
Jonathan Jansen.
Mijn vaders naam.
Ik had mijn vader al jaren niet gezien.
Hij was overleden toen ik twintig was.
Tenminste…
Dat was wat mij altijd verteld was.
Ik opende het doosje.
Binnenin lag een sleutel.
En een foto.
Mijn vader.
Naast hem stond een jongere Clara.
Ik keek naar de achterkant van de foto.
Daar stond een datum.
En één zin:
“Als Emma ooit achter de waarheid komt, moet ze weten wie haar vader werkelijk was.”
Ik hoorde beneden een deur dichtvallen.
Daniel.
Ik stond op.
Maar voordat ik de trap af kon lopen, kreeg ik een bericht.
Van Sophie.
“Vraag Daniel waar zijn vader was op 14 oktober 1998.”
Ik keek naar de foto.
Toen naar de sleutel.
En ineens begreep ik waarom Clara zo bang was.
De waarheid over de jurk begon niet bij Clara.
Hij begon bij mijn vader.






