DEEL 13 — DE MAN AAN DE ANDERE KANT VAN DE LIJN
Ik bleef naar mijn telefoon kijken.
De verbinding was al verbroken.
Maar zijn laatste woorden bleven door mijn hoofd gaan.
“Ik ben je echte vader.”
Mijn handen trilden.
Ik keek naar Jonathan.
“Wie was dat?”
Hij antwoordde niet.
“Papa?”
Hij keek naar mij.
Voor het eerst zag ik angst in zijn ogen.
Niet de angst van iemand die bang was om ontdekt te worden.
Maar de angst van iemand die wist dat zijn grootste geheim zojuist was onthuld.
“Je mag hem niet terugbellen.”
“Waarom?”
“Omdat hij wacht tot je dat doet.”
“Wie is hij?”
Jonathan keek naar Lucas.
“Vertel jij het haar.”
Lucas schudde zijn hoofd.
“Dit is niet mijn verhaal.”
“Je weet wie hij is.”
“Ja.”
“Dan vertel het me.”
Lucas haalde diep adem.
“Zijn naam is Adrian.”
Mijn hart sloeg over.
“Adrian wie?”
“Adrian De Vries.”
Ik keek hem aan.
“De Vries?”
Lucas knikte.
“Hij was de oudste zoon van je grootvader.”
Ik fronste.
“Maar jij zei dat jouw vader Elias was.”
“Dat dacht iedereen.”
“Wat bedoel je?”
Lucas keek naar Jonathan.
“Elias was een naam die Adrian gebruikte.”
Ik voelde een rilling over mijn rug.
“Dus Elias en Adrian waren dezelfde persoon?”
“Ja.”
Ik ging zitten.
Alles begon opnieuw te verschuiven.
De man van wie ik dacht dat hij mijn grootvader was.
De man die mijn familie jarenlang had achtervolgd.
De man die volgens iedereen dood was.
Hij leefde.
En hij beweerde mijn vader te zijn.
“Maar hoe kan dat?”
Jonathan antwoordde:
“Adrian had een relatie met je moeder.”
“Mijn moeder?”
“Ja.”
Ik voelde mijn keel dichtknijpen.
“Wanneer?”
“Voordat zij met mij trouwde.”
“Dus hij is mijn biologische vader?”
Jonathan knikte langzaam.
“Ja.”
Ik sloot mijn ogen.
Mijn hele leven had ik geloofd dat Jonathan mijn vader was.
Daarna had ik gehoord dat Daniels vader mijn biologische vader zou zijn.
Toen bleek dat zelfs dat een leugen was.
En nu stond ik hier…
met een man die beweerde dat een andere man mijn vader was.
Ik keek naar Lucas.
“Waarom heeft mijn moeder mij dan aan Jonathan gegeven?”
“Omdat Adrian jou wilde meenemen.”
“Waarom?”
“Omdat jij zijn erfgenaam was.”
“Van dat netwerk?”
“Van alles.”
Ik keek naar mijn handen.
“En waarom heeft hij mij dan nooit gezocht?”
Lucas keek weg.
“Omdat hij dacht dat je dood was.”
Mijn hart stopte.
“Mijn moeder heeft hem verteld dat ik dood was?”
“Ja.”
“Waarom?”
Jonathan antwoordde:
“Omdat ze je leven wilde redden.”
Ik stond op.
“Maar waarom moest ik dood lijken?”
“Adrian was niet de enige die achter je aan zat.”
“Wie dan?”
“Zijn eigen mensen.”
“Wat wilden ze?”
“Jou gebruiken om toegang te krijgen tot het geld.”
Ik dacht aan de sleutel om mijn nek.
“En de kluis?”
Jonathan knikte.
“Die bevat het bewijs.”
“Welk bewijs?”
“Dat Adrian jouw vader is.”
Ik keek hem ongelovig aan.
“Dus waarom heb je mij nooit verteld?”
“Omdat je moeder me liet beloven dat ik zou zwijgen.”
“En je hebt die belofte dertig jaar gehouden?”
“Ja.”
Ik voelde tranen opkomen.
“Zelfs toen ik je vroeg wie mijn vader was?”
“Ja.”
“Zelfs toen ik dacht dat je dood was?”
Hij keek naar beneden.
“Ja.”
Ik draaide me om.
“Waar is mijn moeder nu?”
Niemand antwoordde.
Ik keek naar Lucas.
“Waar is ze?”
Hij fluisterde:
“Ze is niet in de politieauto.”
Mijn hart sloeg over.
“Wat?”
“Die auto waarin ze werd meegenomen…”
“Was een nepauto.”
“Wat bedoel je?”
“De mensen die haar meenamen waren niet van de politie.”
Ik voelde paniek.
“Waar is ze?”
Lucas keek naar zijn telefoon.
“Ze heeft mij een bericht gestuurd.”
“Wat staat erin?”
Hij keek mij aan.
“Alleen één zin.”
“Welke?”
Hij draaide zijn scherm naar mij.
VERGEET DE KLUIZEN. VIND MIJ EERST.
Ik voelde mijn hart bonzen.
“Kun je haar traceren?”
“Niet meer.”
“Waarom?”
“Omdat haar telefoon zojuist is uitgezet.”
Ik pakte mijn jas.
“Ik ga haar zoeken.”
Jonathan greep mijn arm.
“Je begrijpt niet hoe gevaarlijk dit is.”
“Ik begrijp het wel.”
“Nee.”
Hij keek mij strak aan.
“Adrian wil dat je hem vindt.”
“Waarom?”
“Omdat hij weet dat jij de enige bent die de kluis kan openen.”
Ik raakte mijn ketting aan.
“Dan open ik hem.”
Lucas schudde zijn hoofd.
“Niet zonder te weten wat erin zit.”
Ik keek hem aan.
“Mijn moeder zit misschien gevangen.”
“En als je de verkeerde deur opent, sterft ze.”
Ik zweeg.
Toen hoorde ik opnieuw mijn telefoon.
Een nieuw bericht.
Dit keer van hetzelfde onbekende nummer.
Een foto.
Mijn moeder.
Ze zat vastgebonden op een stoel.
Achter haar stond een man.
Ik herkende hem.
Adrian.
Mijn zogenaamde echte vader.
Onder de foto stond:
JE HEBT TWEE UUR.
KIES: DE KLUIZEN OF JE MOEDER.
Ik voelde mijn hart breken.
Toen kwam er nog een bericht.
EN KOM ALLEEN.
Ik keek naar Lucas.
“Dat ga ik doen.”
“Niet alleen,” zei hij.
Ik keek hem aan.
“Hij heeft gezegd dat ik alleen moet komen.”
Lucas pakte zijn jas.
“Dan denkt hij dat ik niet kom.”
Ik keek naar hem.
“Waarom zou je mij helpen?”
Hij keek mij recht aan.
“Omdat je misschien mijn nicht bent.”
Hij zweeg even.
“Maar vooral omdat ik je iets moet vertellen.”
“Wat?”
Zijn gezicht werd ernstig.
“Adrian heeft je moeder niet ontvoerd.”
Ik verstijfde.
“Wat?”
Lucas fluisterde:
“Ze is vrijwillig met hem meegegaan.”
Ik voelde mijn maag samentrekken.
“Waarom?”
Lucas keek naar de foto.
“Omdat zij wist dat dit de enige manier was om jou bij hem te brengen.”
Ik begreep het niet.
“Mijn moeder heeft zichzelf laten ontvoeren?”
“Ja.”
“Waarom?”
Lucas keek mij aan.
“Omdat ze eindelijk wil dat je je echte vader ontmoet.”
Mijn telefoon trilde opnieuw.
Een laatste bericht.
KOM NAAR HET OUDE HUIS.
JE MOEDER WACHT OP JE.
Daaronder stond slechts één zin:
EN BRENG DE SLEUTEL MEE.
Ik keek naar de sleutel om mijn nek.
Voor het eerst vroeg ik me af…
of mijn moeder mij al die jaren werkelijk had beschermd.
Of dat ze me langzaam naar deze dag toe had geleid.
WORDT VERVOLGD…






