DEEL 14 — De broer uit de schaduw
Ik kon niet bewegen.
De man die voor me stond, keek me aan alsof hij in een spiegel keek.
Dezelfde ogen.
Dezelfde kaaklijn.
Zelfs dezelfde kleine moedervlek bij mijn rechteroor.
Alleen was hij ouder.
Misschien twintig jaar ouder.
‘Victor,’ zei hij opnieuw.
Mijn stem kwam nauwelijks uit mijn keel.
‘Dat kan niet.’
Hij glimlachte.
‘Dat is precies wat Charles jarenlang heeft gezegd.’
Ik keek naar mijn vader.
Hij was doodstil.
Voor het eerst in mijn leven zag ik hem bang.
Niet boos.
Niet arrogant.
Bang.
‘Papa?’
Charles keek me aan.
‘Ga bij hem weg.’
‘Waarom?’
‘Omdat hij gevaarlijk is.’
Victor lachte zacht.
‘Nog steeds dezelfde leugen.’
Hij keek naar Charles.
‘Je noemt iedereen gevaarlijk zodra ze de waarheid kennen.’
Sloan trok Willa dichter tegen zich aan.
Noah stond achter mij.
Elias keek naar Victor alsof hij hem herkende.
‘Jij,’ fluisterde Elias.
Victor keek naar hem.
‘Je bent groot geworden.’
Elias deed een stap achteruit.
Ik draaide me naar hem.
‘Ken je hem?’
Elias knikte.
‘Hij kwam soms naar de kliniek.’
Ik voelde een koude rilling.
‘Waarom?’
Victor antwoordde zelf.
‘Omdat ik wilde weten of mijn broer nog leefde.’
Ik keek hem aan.
‘Je wist van mij?’
‘Vanaf het begin.’
‘Waarom heb je me nooit gezocht?’
Victor keek naar Charles.
‘Omdat jouw vader me liet geloven dat jij veilig was.’
Hij lachte bitter.
‘Ik was naïef.’
Charles stapte naar voren.
‘Genoeg.’
Victor keek hem aan.
‘Nee, Charles. Het is eindelijk genoeg.’
Hij haalde een oude foto uit zijn jas.
Hij legde hem op de tafel.
Op de foto stonden twee baby's.
Naast elkaar.
Mijn hart sloeg over.
‘Dat zijn wij.’
Victor knikte.
‘Tweelingbroers.’
Ik keek naar de datum.
Mijn geboortedatum.
Maar onder de foto stonden twee namen.
VINCENT CARTER — V-02
VICTOR CARTER — V-01
Ik keek naar mijn vader.
‘Waarom heb je me verteld dat ik enig kind was?’
Charles zweeg.
Victor antwoordde:
‘Omdat hij mij liet verdwijnen.’
Ik keek naar Victor.
‘Wat gebeurde er met jou?’
Zijn gezicht werd hard.
‘Ik werd naar een andere kliniek gebracht.’
‘Door wie?’
‘Door Charles.’
Ik keek naar mijn vader.
‘Waarom?’
Charles sloot zijn ogen.
‘Omdat één van jullie moest worden beschermd.’
Victor lachte.
‘Beschermd?’
Hij trok zijn mouw omhoog.
Op zijn arm stonden meerdere kleine littekens.
‘Noem je dit bescherming?’
Sloan keek weg.
Ik voelde woede in mijn borst.
‘Wat hebben ze met je gedaan?’
Victor keek naar mij.
‘Ze wilden weten welke van ons sterker was.’
‘Sterker?’
‘Genetisch. Neurologisch. Immuunsysteem. Alles.’
Hij wees naar de littekens.
‘Ik was het experiment.’
Ik keek naar mijn eigen handen.
‘En ik?’
‘Jij was het normale kind.’
Ik schudde mijn hoofd.
‘Dus daarom lieten ze mij buiten alles?’
‘Ja.’
‘Waarom?’
Victor keek naar Charles.
‘Omdat hij wist dat jij degene was die later alles zou erven.’
Ik begreep het nog steeds niet.
‘Het geld?’
Victor knikte.
‘Het bedrijf.’
Hij keek naar Noah.
‘En de genetische gegevens.’
Toen keek hij naar Willa.
‘En haar.’
Sloan stapte naar voren.
‘Willa is geen experiment.’
Victor keek haar aan.
‘Dat weet ik.’
‘Dan waarom—’
‘Omdat anderen haar zo zien.’
De kamer werd stil.
Victor haalde een kleine USB-stick uit zijn zak.
‘Hier staat alles op.’
Ik nam hem aan.
‘Wat staat erop?’
‘De originele dossiers van Project Origin.’
Charles werd plotseling woedend.
‘Geef dat aan mij.’
Ik stopte de USB-stick in mijn zak.
‘Nee.’
‘Vincent, je begrijpt niet wat je doet.’
‘Voor het eerst begin ik het juist te begrijpen.’
Charles keek naar Noah.
‘Je brengt ze allemaal in gevaar.’
‘Wie?’
Hij antwoordde niet.
Victor deed een stap naar voren.
‘De raad.’
Ik keek hem aan.
‘Welke raad?’
Victor fluisterde:
‘De mensen die Project Origin hebben gefinancierd.’
Mijn maag trok samen.
‘Hoeveel?’
‘Zeven.’
‘Wie zijn ze?’
Victor keek naar Charles.
‘Je vader is één van hen.’
Ik keek naar Charles.
‘Wie zijn de andere zes?’
Charles antwoordde eindelijk.
‘Je wilt hun namen niet weten.’
‘Ik wil ze juist weten.’
Hij keek me recht aan.
‘Omdat ze machtiger zijn dan het Carter-imperium ooit was.’
Ik voelde een koude rilling.
‘Dan vertel het me.’
Charles zweeg.
Victor liep naar het raam.
‘Je hoeft het hem niet te vragen.’
Hij haalde een tweede foto tevoorschijn.
Daarop stonden zeven mensen rond een tafel.
Mijn vader zat in het midden.
Naast hem stond Eleanor.
Ik verstijfde.
‘Eleanor?’
Victor knikte.
‘Zij was er vanaf het begin.’
Mijn hart zonk.
‘Nee.’
‘Jawel.’
Ik keek opnieuw naar de foto.
Toen zag ik de andere gezichten.
David Mercer.
Dr. Hale.
En drie mensen die ik niet kende.
Maar één gezicht herkende ik onmiddellijk.
Mijn adem stokte.
‘Dat is onmogelijk.’
Sloan keek naar de foto.
‘Wie is dat?’
Ik kon nauwelijks praten.
‘Mijn moeder.’
Victor knikte.
‘Clara.’
‘Maar je zei dat ze tegen Project Origin was.’
‘Dat was ze later.’
‘Later?’
Victor keek me aan.
‘Clara heeft Project Origin niet gestopt.’
Hij zweeg even.
‘Ze heeft het overgenomen.’
Ik voelde mijn hart bonzen.
‘Waarom?’
Victor keek naar Willa.
‘Om een tweede generatie te creëren.’
Ik keek naar mijn dochter.
‘Nee.’
Victor zei zacht:
‘Willa was het begin van die tweede generatie.’
Sloan hield Willa steviger vast.
‘En Noah?’
‘Ook.’
Ik voelde mijn bloed koud worden.
‘En Elias?’
Victor keek naar de jongen.
‘Hij was de eerste poging.’
Elias keek naar mij.
‘Papa…’
Ik knielde bij hem neer.
‘Ik ben hier.’
Hij pakte mijn hand.
‘Mama zei dat ik je moest vertrouwen.’
‘Welke mama?’
Hij wees naar de foto.
Naar Clara.
‘Zij.’
Mijn adem stokte.
‘Maar Clara is dood.’
Elias schudde zijn hoofd.
‘Nee.’
Ik keek naar hem.
‘Wat bedoel je?’
Hij fluisterde:
‘Ik heb haar gisteren nog gezien.’
Iedereen verstijfde.
Charles liep achteruit.
‘Dat is onmogelijk.’
Elias keek naar hem.
‘Ze zei dat ik jou moest vertellen dat ze terugkomt.’
Victor draaide zich langzaam om.
‘Waar is ze?’
Elias wees naar de muur.
Achter een oude kast zat een kleine camera.
Het rode lampje brandde.
Toen sprong een scherm aan.
Clara verscheen in beeld.
Levend.
Ze keek recht naar mij.
‘Vincent.’
Ik voelde mijn knieën zwak worden.
Ze glimlachte.
‘Als je dit ziet, heb je Victor ontmoet.’
Ze keek even naar Charles.
‘En eindelijk weet je wie je werkelijk bent.’
Toen werd haar gezicht ernstig.
‘Maar je mag één ding nooit vergeten.’
Ze boog iets naar voren.
‘De grootste leugen is niet dat je vader jou heeft voorgelogen.’
Een korte stilte.
‘De grootste leugen is dat ik je moeder ben.’
Het scherm werd zwart.
Sloan greep mijn arm.
‘Vincent…’
Ik kon alleen maar naar het donkere scherm staren.
Want als Clara niet mijn moeder was...
dan wist ik ineens helemaal niet meer wie ik was.






