DEEL 4
Ik staarde naar het scherm.
“Doe het. Zorg dat zij niets ontdekt.”
Het bericht was verzonden vanaf Thomas’ oude telefoon.
Om 01.42 uur.
Twaalf minuten voordat Lotte beweerde dat ze haar vader bij de slaapkamer van Daan en Sem had gezien.
Mijn handen trilden.
“Thomas…”
Hij keek me aan.
“Ik kan het uitleggen.”
Ik lachte ongelovig.
“Dat zei je de vorige keer ook.”
De rechercheur pakte de telefoon van de tafel.
“Wat moest Nina precies doen?”
Thomas antwoordde niet.
“Thomas!”
Hij haalde diep adem.
“Ik wilde dat ze iets voor me controleerde.”
“Wat?”
“Een document.”
“Welk document?”
Hij keek naar zijn moeder.
“Het testament van mijn vader.”
Ik fronste.
“Wat heeft dat met onze kinderen te maken?”
“Alles.”
Hij vertelde eindelijk wat hij al maanden verborgen had.
Na de dood van zijn vader had Thomas ontdekt dat er een tweede testament bestond.
Daarin stond dat een groot deel van het familievermogen naar mijn kinderen zou gaan.
Maar er was één voorwaarde.
Als Daan en Sem vóór hun achttiende zouden overlijden, zou het geld niet naar Thomas gaan.
Het zou naar mij gaan.
Ik voelde mijn maag samentrekken.
“Dus jij…”
“Nee!” riep Thomas.
“Je moeder wilde dat ik geloofde dat jij hen had vermoord.”
Zijn stem brak.
“Maar ik heb onze kinderen nooit aangeraakt.”
De rechercheur keek hem strak aan.
“Waarom stuurde u dan dat bericht?”
Thomas zweeg.
Toen zei hij:
“Omdat Nina mij vertelde dat ze bewijs had gevonden dat mijn moeder en Elise samenwerkten.”
“Welk bewijs?”
“Een opname.”
De rechercheur keek op.
“Waar is die?”
“Dat weet ik niet.”
Plotseling ging de telefoon van de rechercheur.
Hij luisterde enkele seconden.
Daarna keek hij naar mij.
“Mevrouw, we hebben Nina gevonden.”
Mijn hart sloeg over.
“Waar?”
“In een verlaten huis aan de rand van de stad.”
We reden er onmiddellijk naartoe.
Het huis was donker.
De voordeur stond open.
Binnen rook het muf.
Agenten doorzochten iedere kamer.
Toen hoorden we boven een geluid.
Een zacht geklop.
De rechercheur liep naar een afgesloten slaapkamer.
“Nina?”
Geen antwoord.
Hij brak de deur open.
Nina zat op de vloer.
Haar handen waren vastgebonden.
Ze leefde.
Maar ze zag er doodsbang uit.
Toen ze mij zag, begon ze te huilen.
“Het spijt me…”
Ik knielde naast haar.
“Wie heeft dit gedaan?”
Ze keek naar Thomas.
Daarna naar mij.
“Niet hier.”
De rechercheur hielp haar overeind.
“U bent veilig.”
Nina schudde haar hoofd.
“Nee.”
Ze keek naar de deur.
“Niemand is veilig.”
In de woonkamer vertelde ze eindelijk de waarheid.
“Mijn eerste opdracht was simpel.”
“Welke?”
“Uw kinderen in de gaten houden.”
“Van wie kreeg je die opdracht?”
Ze keek naar Thomas.
“Van hem.”
Thomas verstijfde.
“Dat is niet waar.”
Nina schudde haar hoofd.
“Je betaalde me om te controleren of Daan en Sem echt jouw kinderen waren.”
Ik voelde een steek door mijn borst.
“Waarom?”
“Omdat je moeder je ervan had overtuigd dat je vrouw je bedroog.”
Thomas sloot zijn ogen.
“Maar toen ontdekte ik iets.”
“Wat?”
Nina slikte.
“De DNA-tests waren gemanipuleerd.”
Iedereen zweeg.
“Door wie?”
“Door Elise.”
Thomas keek geschokt.
“Mijn zus?”
Nina knikte.
“Ze werkte vroeger in het ziekenhuis.”
Ik dacht terug aan de blauwe flesjes.
“Ze had toegang tot medische dossiers.”
“Ja.”
“En tot medicijnen?”
“Ja.”
Mijn handen balden zich tot vuisten.
“Dus Elise heeft mijn kinderen vermoord?”
Nina keek naar de grond.
“Niet alleen Elise.”
Mijn hart zakte.
“Wie nog meer?”
Ze keek naar Thomas.
“Iemand binnen jullie familie.”
Thomas fluisterde:
“Wie?”
Nina antwoordde niet.
In plaats daarvan haalde ze een kleine geheugenkaart uit haar jas.
“Dit is de opname waar ik jullie over vertelde.”
De rechercheur nam hem aan.
Hij stopte hem in een laptop.
Een stem klonk door de kamer.
Elise.
“De jongens moeten verdwijnen voordat ze achttien worden.”
Daarna klonk de stem van mijn schoonmoeder.
“En als zij vragen begint te stellen?”
Elise antwoordde:
“Dan zorgen we dat iedereen denkt dat zij instabiel is.”
Mijn adem stokte.
Toen klonk een derde stem.
Een mannenstem.
Ik kende die stem.
Mijn hele lichaam verstijfde.
Thomas keek naar mij.
“Dat…”
Ik schudde mijn hoofd.
“Nee.”
De opname ging verder.
De mannenstem zei:
“Zolang zij niets weet over haar vader, blijft alles onder controle.”
Ik voelde mijn hart bonzen.
Mijn vader.
Waarom werd hij genoemd?
De opname stopte.
De rechercheur keek naar mij.
“Mevrouw, wat weet u over uw vader?”
“Hij is overleden.”
“Dat weten we.”
Hij draaide zijn laptop naar mij.
Op het scherm stond een oud ziekenhuisdossier.
Mijn vaders naam.
Maar naast zijn naam stond een tweede document.
Onderzoeksproject: Familie Van Dijk.
Ik voelde mijn adem verdwijnen.
“Wat is dit?”
De rechercheur antwoordde:
“Dat weten we nog niet.”
Thomas keek naar het document.
En plotseling begon hij te huilen.
“Mijn vader wist hiervan.”
“Wat?”
“Hij wist dat jouw vader niet zomaar een arts was.”
Ik keek hem aan.
“Wat bedoel je?”
Thomas pakte zijn hoofd vast.
“Mijn vader heeft jarenlang geld betaald aan een privékliniek.”
“Waarom?”
Hij keek me recht aan.
“Om kinderen genetisch te testen.”
Ik verstijfde.
Nina fluisterde:
“En Daan en Sem waren niet de eerste kinderen.”
De kamer werd ijskoud.
“Wat bedoel je?”
Nina keek naar mij.
“Er waren vóór hen al andere kinderen.”
“Waar zijn die?”
Ze slikte.
“Dat is precies wat ik probeerde te ontdekken.”
Op dat moment kwam een agent binnenrennen.
“Rechercheur!”
Hij hield een envelop omhoog.
“We hebben dit zojuist in de auto van Elise gevonden.”
Op de voorkant stond mijn naam.
De rechercheur opende hem.
Er zat maar één foto in.
Een oude babyfoto.
Ik herkende het kind onmiddellijk.
Het was ik.
Maar op de achterkant stond een datum.
Drie dagen vóór mijn geboorte.
En daaronder stond een zin die mijn hele verleden op zijn kop zette:
“Dit meisje was nooit het kind van haar ouders.”
Ik keek naar Thomas.
Hij keek naar mij.
En niemand in die kamer durfde iets te zeggen.
Want ineens was de vraag niet meer:
Wie heeft mijn kinderen vermoord?
Maar:
Wie ben ik eigenlijk?






