DEEL 7 — DE MAN DIE TWEE GEZICHTEN HAD
“Geef me het notenschrift.”
Hendrik stond onder aan de trap.
Zes gewapende mannen omringden Thomas.
Mijn moeder greep mijn hand.
“Lotte, niet.”
Ik keek naar Hendrik.
“U zei dat u mijn moeder wilde beschermen.”
“Dat wilde ik.”
“En mijn vader?”
Hendrik glimlachte.
“Alexander heeft altijd te veel geweten.”
“Dus u hebt hem verraden.”
“Hij heeft mij verraden.”
Mijn moeder schudde haar hoofd.
“Je liegt.”
Hendrik keek haar aan.
“Marie, na dertig jaar lieg jij nog steeds.”
Hij wees naar het notenschrift.
“Geef het.”
Ik hield het stevig vast.
“Wat staat erin?”
“Alles.”
“Welke waarheid?”
“De waarheid die deze familie kan vernietigen.”
Thomas keek naar mij.
“Lotte, luister naar hem.”
Hendrik draaide zich naar Thomas.
“Jij houdt je mond.”
Thomas keek hem woedend aan.
“Je hebt genoeg mensen vernietigd.”
Hendrik glimlachte.
“En toch sta jij nog steeds aan mijn kant.”
Thomas antwoordde:
“Nee.”
Hij keek naar mij.
“Ik stond nooit aan zijn kant.”
Hendrik fronste.
“Wat?”
Thomas deed een stap naar voren.
Een van de mannen richtte zijn wapen op hem.
“Handen omhoog!”
Thomas gehoorzaamde.
Toen keek hij naar mij.
“Lotte, de man die je aan de telefoon sprak…”
Ik hield mijn adem in.
“Wat?”
“Dat was Alexander niet.”
Hendrik glimlachte.
“Eindelijk.”
Mijn moeder werd bleek.
“Thomas…”
Hij keek naar haar.
“Hij is nooit hier geweest.”
“Wie was het dan?”
Thomas antwoordde:
“Joris.”
Ik voelde mijn maag samentrekken.
“Maar waarom zou hij doen alsof hij Alexander is?”
“Om je hierheen te krijgen.”
Hendrik knikte.
“Precies.”
Ik keek naar hem.
“Dus mijn vader leeft?”
Hendrik zweeg.
Mijn moeder begon te huilen.
“Ja.”
Ik keek haar aan.
“Waar is hij?”
Ze wees naar Hendrik.
“Hij weet het.”
Hendrik liep langzaam naar boven.
“Alexander leeft.”
“Waar?”
“In een gevangenis die officieel niet bestaat.”
Ik voelde mijn bloed koud worden.
“Waarom?”
“Omdat hij dertig jaar geleden probeerde het netwerk te vernietigen.”
“En u hebt hem daar opgesloten?”
“Niet ik.”
Hendrik keek naar mijn moeder.
“Zij.”
Mijn moeder schudde haar hoofd.
“Dat is niet waar.”
“Jij gaf hem aan ons.”
“Om jou te beschermen!”
Ik keek naar mijn moeder.
“Wat bedoel je?”
Ze begon te huilen.
“Alexander ontdekte dat jij niet veilig was.”
“Dus?”
“Hij wilde vluchten met jou.”
“Waarom deed hij dat niet?”
“Omdat ik een keuze moest maken.”
“Welke?”
“Jou redden.”
Ik voelde tranen over mijn wangen lopen.
“En daarvoor gaf je hem op?”
Mijn moeder sloot haar ogen.
“Ja.”
De kamer werd stil.
Hendrik keek naar mij.
“Daarom heeft hij je nooit opgezocht.”
“Hij dacht dat ik dood was?”
“Ja.”
Ik keek naar de vloer.
Alles wat ik geloofde, viel uit elkaar.
Mijn moeder.
Mijn vader.
Hendrik.
Thomas.
Niemand had me de waarheid verteld.
* * *
Plotseling ging de deur achter ons open.
Een man stapte binnen.
Niemand bewoog.
Hendrik keek om.
“Wie ben jij?”
De man liep langzaam naar voren.
Grijs haar.
Donkere jas.
Een litteken boven zijn wenkbrauw.
Mijn hart stopte.
Ik kende dat gezicht.
Van de foto's.
Van de dromen.
Van mijn moeders verhalen.
“Papa?”
De man keek naar mij.
Zijn ogen vulden zich met tranen.
“Lotte.”
Mijn knieën werden zwak.
“Alexander…”
Hij knikte.
Mijn moeder begon te huilen.
Thomas liet zijn wapen zakken.
Hendrik keek alsof hij een geest zag.
“Dat is onmogelijk.”
Alexander glimlachte.
“Je hebt dertig jaar gedacht dat je me had begraven.”
Hij liep naar hem toe.
“Maar jij hebt één ding nooit begrepen.”
Hendrik keek hem aan.
“Wat?”
“Je kunt een mens opsluiten.”
Alexander keek naar mij.
“Maar je kunt de waarheid niet opsluiten.”
Hendrik trok plotseling zijn pistool.
“Genoeg!”
Hij richtte op Alexander.
Maar voordat hij kon schieten, sprong Thomas ertussen.
Een schot.
Thomas viel.
“THOMAS!”
Ik rende naar hem.
Hij lag op de grond.
Bloed verspreidde zich over zijn shirt.
“Thomas!”
Hij opende zijn ogen.
“De kluis…”
“Wat?”
“Pak de USB.”
Ik keek naar de kluis.
“Waarom?”
“Omdat daarop alles staat.”
Alexander knielde naast hem.
“Lotte, doe het.”
Ik rende naar de kluis.
Ik pakte de USB-stick.
Hendrik probeerde naar me toe te komen.
Maar mijn moeder hield hem tegen.
“Het is voorbij.”
Hendrik duwde haar weg.
“Je hebt geen idee wat je hebt gedaan!”
Mijn moeder keek hem recht aan.
“Ik heb dertig jaar gewacht om dit te zeggen.”
Ze wees naar hem.
“Jij bent degene die alles heeft vernietigd.”
Buiten klonken sirenes.
Hendrik keek naar de ramen.
“Wie heeft de politie gebeld?”
Alexander glimlachte.
“Ik.”
Hendrik keek hem aan.
“Hoe?”
Alexander antwoordde:
“Voordat ik hier binnenkwam.”
De deuren van het landgoed werden opengebroken.
Agenten stormden naar binnen.
“POLITIE!”
Hendrik werd tegen de muur gedrukt.
De zes mannen lieten hun wapens vallen.
Ik knielde naast Thomas.
“Blijf bij me.”
Hij glimlachte zwak.
“Je hebt de USB?”
“Ja.”
“Dan hebben we gewonnen.”
Ik keek naar hem.
“Je had tegen me kunnen liegen.”
“Ik heb te lang gelogen.”
“Waarom beschermde je me?”
Hij keek naar Alexander.
“Omdat ik beloofd had dat ik je vader zou vinden.”
Alexander legde een hand op mijn schouder.
“En dat heeft hij gedaan.”
Thomas sloot zijn ogen.
“Maar er is nog één probleem.”
Ik keek hem aan.
“Wat?”
Hij wees naar de USB.
“Daarop staat niet alleen bewijs tegen Hendrik.”
Mijn hart sloeg over.
“Wat staat er nog meer op?”
Thomas fluisterde:
“De naam van de man die achter het hele netwerk zit.”
Op dat moment keek Alexander naar mij.
Zijn gezicht veranderde.
“Lotte…”
“Wat?”
Hij zei zacht:
“Die naam mag je nooit hardop uitspreken.”
Ik keek naar hem.
“Waarom?”
Hij antwoordde:
“Omdat die persoon nog steeds vrij rondloopt.”
“Wie?”
Alexander keek naar de deur.
Toen zei hij:
“De man die twintig jaar geleden jouw zus heeft ontvoerd.”
Ik verstijfde.
“Anna?”
Alexander knikte.
“En hij weet dat ze nog leeft.”
Buiten klonk opnieuw een schot.
Iedereen keek naar het raam.
En ergens in de duisternis…
begon een piano te spelen.
De verboden melodie.
Maar deze keer…
speelde iemand de laatste noot verkeerd.






