DE STILLE PIANISTE SPEELDE VOOR DE STERVENDE MAFIABAAS
News Story

DE STILLE PIANISTE SPEELDE VOOR DE STERVENDE MAFIABAAS

0 weergaven

DEEL 6 — DE LAATSTE NOOT

“De laatste noot moet vóór middernacht worden gespeeld.”

Ik las de zin opnieuw.

Mijn handen trilden.

“Waarom daar?”

Hendrik keek naar het notenschrift.

“Omdat daar alles begon.”

Thomas keek hem scherp aan.

“Je hebt me altijd verteld dat het landgoed pas later in de familie kwam.”

Hendrik antwoordde niet.

“Pap?”

“Niet alles wat ik je vertelde was waar.”

Ik keek naar hem.

“Dat lijkt wel het motto van mijn familie.”

Niemand glimlachte.

* * *

We reden terug naar het landgoed.

Anna zat achterin naast mij.

Thomas reed.

Hendrik zat voorin.

Niemand sprak.

De regen sloeg tegen de voorruit.

Ik hield het zwarte notenschrift stevig vast.

“Wat gebeurt er als ik de laatste noot speel?”

Hendrik keek naar mij via de spiegel.

“Dan wordt een verborgen systeem geactiveerd.”

“Welk systeem?”

“Een kluis.”

“Met geld?”

“Met bewijs.”

Ik keek naar hem.

“Bewijs tegen wie?”

Hendrik antwoordde:

“Tegen iedereen.”

* * *

Om 23.18 uur bereikten we het landgoed.

Het was volledig donker.

Geen bewakers.

Geen auto's.

Geen licht.

Thomas stapte uit.

“Dit klopt niet.”

“Wat?”

“Mijn vader had hier altijd minstens twintig mensen.”

Hendrik keek naar het huis.

“Ze zijn allemaal vertrokken.”

“Waarom?”

“Joris.”

Ik fronste.

“Wie is Joris?”

Thomas keek me aan.

“Mijn neef.”

“Wat heeft hij hiermee te maken?”

“Meer dan ik dacht.”

We gingen naar binnen.

De voordeur stond open.

In de hal lagen verschillende documenten verspreid.

Ik pakte er één op.

Een bankcontract.

Mijn naam stond erop.

Ik keek naar Thomas.

“Waarom staat mijn naam hier?”

Hendrik antwoordde:

“Omdat jij de enige wettelijke erfgenaam bent van Alexander.”

Ik verstijfde.

“Wat?”

“Alles wat hij bezat, werd op jouw naam gezet toen je werd geboren.”

“Maar ik wist daar niets van.”

“Dat was de bedoeling.”

* * *

Boven vonden we mijn moeder.

Ze zat in de oude muziekkamer.

Vastgebonden aan een stoel.

“MA!”

Ik rende naar haar toe.

Thomas sneed de touwen door.

Mijn moeder greep mijn gezicht vast.

“Lotte…”

“Ik ben hier.”

Ze begon te huilen.

“Ik dacht dat je dood was.”

“Wie heeft je meegenomen?”

Ze keek naar Hendrik.

“Hij.”

Ik draaide me om.

Hendrik stond in de deuropening.

“Wat?”

Mijn moeder keek hem aan.

“Hij heeft ons allemaal bedrogen.”

Hendrik zei niets.

“Wat bedoel je?”

Mijn moeder wees naar hem.

“Hij heeft Alexander niet geholpen.”

Ik voelde mijn hart stoppen.

“Wat?”

“Hij heeft hem verraden.”

Thomas keek naar zijn vader.

“Pap…”

Hendrik sloot de deur.

“Marie, het is voorbij.”

“Voor jou misschien.”

Mijn moeder keek naar mij.

“Lotte, luister naar me.”

“Ja?”

“De man die je je vader noemt…”

Ze slikte.

“Alexander is niet de enige man die je vader heeft genoemd.”

Ik begreep het niet.

“Wat bedoel je?”

Mijn moeder wees naar Hendrik.

“Hij.”

De kamer werd doodstil.

Ik keek naar Hendrik.

“U?”

Hij knikte langzaam.

“Ja.”

Thomas deed een stap achteruit.

“Pap…”

Hendrik keek naar mij.

“Alexander was je biologische vader.”

“Maar?”

“Maar ik heb je opgevoed.”

Ik voelde tranen in mijn ogen.

“Waarom?”

“Omdat Alexander moest verdwijnen.”

“Door jou?”

Hendrik antwoordde:

“Door ons allemaal.”

* * *

Plotseling klonk er beneden een harde klap.

Thomas trok zijn wapen.

“Blijf hier.”

Hij rende naar de gang.

Schoten.

Anna greep mijn arm.

“Lotte!”

Mijn moeder stond op.

“De piano.”

Ik keek naar de oude Steinway.

“Wat?”

“Speel.”

“Nu?”

“Nu!”

Ik rende naar de piano.

Ik opende het notenschrift.

Mijn vingers vonden de toetsen.

De eerste noot.

Tweede.

Derde.

Buiten klonken schoten.

Ik speelde verder.

De melodie vulde de kamer.

Toen gebeurde er iets.

De muur achter de piano begon langzaam te bewegen.

Een verborgen deur verscheen.

Mijn moeder fluisterde:

“Daar.”

Ik stopte met spelen.

De deur ging open.

Binnen stond een metalen kluis.

Op de kluis zat een toetsenbord.

Ik zag cijfers.

De melodie.

Ik begreep het.

Elke noot vertegenwoordigde een nummer.

Ik toetste de code in.

3 — 7 — 1 — 9 — 4 — 6.

De kluis klikte.

Hij ging open.

Binnen lagen tientallen dossiers.

Paspoorten.

Bankkaarten.

USB-sticks.

En een oude videoband.

Maar bovenop lag één brief.

Mijn naam stond erop.

Ik opende hem.

“Lotte, als je dit leest, betekent het dat je moeder eindelijk heeft verteld wie ik ben.”

Ik herkende de handtekening.

Alexander.

“Ik heb je nooit verlaten.”

Mijn ogen vulden zich met tranen.

“Ik ben verdwenen om jou te beschermen.”

Ik las verder.

“Maar er is één persoon die je nooit mag vertrouwen.”

Ik keek naar de deur.

Thomas stond daar.

Zijn gezicht was bebloed.

“Lotte…”

Ik hield de brief omhoog.

“Wie?”

Thomas keek naar mijn moeder.

Mijn moeder begon te huilen.

Toen zei Alexander's brief:

“Vertrouw Hendrik nooit.”

Ik keek langzaam naar de gang.

Hendrik was verdwenen.

“Waar is hij?”

Thomas antwoordde niet.

Anna wees naar de trap.

“Hij ging naar beneden.”

Op dat moment ging mijn telefoon.

Een onbekend nummer.

Ik nam op.

Een mannenstem zei:

“Je hebt de kluis geopend.”

“Alexander?”

“Ja.”

Mijn adem stokte.

“Waar ben je?”

“Dichtbij.”

“Kom naar hier.”

Een korte stilte.

“Dat kan niet.”

“Waarom?”

“Want degene die naast je staat…”

Mijn ogen gingen naar Thomas.

“…werkt voor Hendrik.”

Ik verstijfde.

Thomas keek me aan.

“Lotte?”

Alexander fluisterde:

“Ren.”

De verbinding werd verbroken.

Thomas zette een stap naar voren.

Ik deed een stap achteruit.

“Blijf staan.”

“Wat?”

“Wie ben jij?”

Hij keek me geschokt aan.

“Lotte, ik zweer dat ik…”

Beneden klonk een zware deur.

Daarna een stem.

Hendrik.

“Het is voorbij.”

De lichten gingen aan.

En achter Thomas verschenen zes gewapende mannen.

Hendrik stond in het midden.

Hij glimlachte.

“Geef me het notenschrift.”

Ik keek naar de kluis.

Toen naar mijn moeder.

Toen naar Thomas.

En voor het eerst wist ik niet meer…

wie ik nog kon vertrouwen.