DEEL 2 — DE NACHT VAN DE AANSLAG
“Ze komen voor jou.”
Dat waren de laatste woorden van Hendrik.
Daarna viel zijn hand slap naast zijn lichaam.
“Hendrik!”
Thomas greep naar zijn vader.
De monitor begon opnieuw te piepen.
De verpleegster controleerde zijn pols.
“Hij leeft.”
Lotte kon nauwelijks ademhalen.
Buiten klonken voetstappen.
Meerdere.
Snel.
Thomas draaide zich naar de deur.
“Blijf hier.”
Hij liep naar de gang.
“Thomas!”
Hij stopte.
“Wat gebeurt hier?”
Hij keek haar aan.
“Dat weet ik nog niet.”
“Maar je vader zei dat ze voor mij kwamen.”
Thomas keek naar haar.
“Dan moet je nu doen wat ik zeg.”
Hij pakte een pistool uit een verborgen lade.
Lotte schrok.
“Je draagt een wapen?”
“Vanavond wel.”
Plotseling klonk er glasgerinkel beneden.
Daarna een schreeuw.
“Ze zijn binnen!”
Thomas trok Lotte achter zich.
“Niet bewegen.”
Een seconde later ging de deur open.
Een bewaker stormde binnen.
“Mijnheer Van der Velde!”
“Wat?”
“Drie mannen zijn door de westelijke ingang binnengekomen.”
Thomas keek naar de verpleegster.
“Breng mijn vader naar de veilige kamer.”
De verpleegster knikte.
Lotte keek hem aan.
“En ik?”
“Jij gaat met mij mee.”
“Waarheen?”
“Naar een plek waar niemand je kan vinden.”
Hij pakte haar hand.
Ze volgde hem de gang in.
* * *
De villa was volledig donker.
Alleen noodverlichting brandde langs de muren.
Thomas kende iedere verborgen doorgang.
Hij duwde een schilderij opzij.
Daarachter verscheen een smalle deur.
“Hier.”
Lotte stapte naar binnen.
“Waar leidt dit heen?”
“De oude kelder.”
“Is dat veilig?”
Thomas keek haar aan.
“Veiliger dan boven.”
Ze liepen naar beneden.
Achter hen klonken schoten.
Lotte kromp ineen.
“Ze schieten.”
“Niet op ons.”
“Hoe weet je dat?”
Thomas antwoordde niet.
Ze bereikten een zware metalen deur.
Thomas toetste een code in.
De deur ging open.
Binnen stonden meerdere monitoren, wapenkasten en dozen met documenten.
Lotte keek om zich heen.
“Wat is dit?”
“De oude beveiligingsruimte.”
Thomas sloot de deur.
“Niemand kan hier binnen zonder mijn code.”
Lotte keek naar de monitoren.
Op één scherm zag ze de gang voor de pianokamer.
Drie mannen liepen richting Hendriks kamer.
“Ze gaan naar je vader.”
Thomas pakte zijn telefoon.
“Pap?”
Geen antwoord.
Hij belde de verpleegster.
Niets.
Zijn gezicht veranderde.
“Wat is er?”
“Ze hebben de stroom naar de medische afdeling afgesloten.”
Lotte keek naar hem.
“Dan moeten we terug.”
“Nee.”
“Je vader ligt daar!”
Thomas sloeg met zijn hand op tafel.
“Je begrijpt het niet.”
Hij keek haar aan.
“Mijn vader is niet het doelwit.”
“Maar hij is stervende.”
“Precies.”
Thomas wees naar haar.
“Ze zijn hier vanwege jou.”
Lotte schudde haar hoofd.
“Waarom?”
Thomas haalde diep adem.
“Omdat mijn vader jouw moeder kende.”
“Dat zei hij.”
“Maar dat is niet alles.”
Hij opende een oude lade.
Daarin lag een foto.
Hij legde hem voor haar neer.
Lotte keek ernaar.
Ze zag haar moeder.
Jonger.
Ongeveer dertig jaar oud.
Naast haar stond Hendrik.
Maar er stond nog iemand op de foto.
Een jonge man.
Lotte herkende hem onmiddellijk.
Ze had zijn gezicht duizenden keren gezien.
In haar eigen huis.
Op een oude foto naast haar moeder.
“Dat…”
Haar stem brak.
“Dat is mijn vader.”
Thomas knikte.
“Ja.”
“Maar mijn moeder zei dat hij bij een ongeluk was omgekomen.”
“Hij is niet omgekomen.”
Lotte keek hem geschokt aan.
“Wat?”
“Hij verdween.”
“Wanneer?”
Thomas wees naar de datum achter de foto.
1996.
Dertig jaar geleden.
Lotte voelde haar benen trillen.
“Waarom?”
Thomas keek naar haar.
“Omdat hij iets had ontdekt.”
“Wat?”
“Een lijst.”
“Welke lijst?”
“De namen van mensen die geld ontvingen van mijn vader.”
Lotte zweeg.
Thomas ging verder.
“Politici. Zakenmensen. Agenten.”
“En mijn vader?”
“Hij wilde ermee naar de politie.”
“Maar hij kreeg die kans nooit.”
Lotte voelde tranen in haar ogen.
“Wat heeft Hendrik met hem gedaan?”
Thomas keek weg.
“Dat moet je hem zelf vragen.”
Op dat moment begon de monitor te knipperen.
Een camera viel uit.
Toen nog één.
En nog één.
Thomas keek naar het scherm.
“Ze hebben iemand binnen.”
“Wie?”
Hij zoomde in.
Een man liep door de keldergang.
Thomas verstijfde.
“Dat kan niet.”
“Wie is het?”
Hij antwoordde niet.
De man stopte voor de camera.
Hij keek recht in de lens.
Toen hief hij langzaam zijn hand op.
In zijn hand hield hij een oude foto.
Lotte zag het gezicht.
Haar moeder.
De man glimlachte.
Daarna wees hij naar de camera.
En sprak zonder geluid.
Maar Lotte kon zijn lippen lezen.
“Je moeder wacht op je.”
Ze keek naar Thomas.
“Wie is hij?”
Thomas werd lijkbleek.
“De enige man die mijn vader al dertig jaar vreest.”
“Wie?”
Thomas antwoordde:
“Jouw vader.”
* * *
Boven klonk plotseling een harde explosie.
De hele villa trilde.
Het scherm werd zwart.
Thomas pakte zijn wapen.
“Blijf hier.”
Lotte greep zijn arm.
“Nee.”
Hij keek haar aan.
“Ik ga met je mee.”
“Dat is gevaarlijk.”
“Mijn hele leven is blijkbaar gebaseerd op een leugen.”
Ze keek hem recht aan.
“Dan wil ik eindelijk de waarheid.”
Thomas aarzelde.
Daarna knikte hij.
“Goed.”
Ze liepen samen de trap op.
Maar toen ze de gang bereikten, zagen ze iets waardoor Lotte stokstijf bleef staan.
De deur van Hendriks kamer stond open.
De verpleegster lag bewusteloos op de grond.
Het bed was leeg.
Hendrik was verdwenen.
Op het kussen lag slechts één vel papier.
Lotte pakte het op.
Er stond:
“ALS JE JE MOEDER WILT ZIEN, KOM DAN ALLEEN.”
Onderaan stond een adres.
Lotte kende het.
Het was het kleine huis in Rotterdam waar ze als kind met haar moeder had gewoond.
Thomas keek naar haar.
“Ga daar niet heen.”
Lotte keek naar het papier.
“Mijn moeder leeft.”
“Dat weten we niet.”
Ze keek hem aan.
“Dan ga ik het ontdekken.”
En ergens buiten de villa…
startte een zwarte auto.
De bestuurder keek naar de villa.
Op de passagiersstoel lag een oude pianobladzijde.
Bovenaan stond één titel:
DE VERBODEN MELODIE.






