DE STILLE PIANISTE SPEELDE VOOR DE STERVENDE MAFIABAAS
News Story

DE STILLE PIANISTE SPEELDE VOOR DE STERVENDE MAFIABAAS

0 weergaven

DEEL 5 — DE MAN DIE MIJN VADER NIET WAS

Ik staarde naar de geboorteakte.

Vader: onbekend.

Mijn hele leven had ik geloofd dat mijn vader een gewone man was die bij een ongeluk was omgekomen.

Nu bleek bijna alles een leugen.

Ik keek naar Thomas.

“Wie ben ik?”

Hij antwoordde niet.

“Thomas, ik vraag het je.”

Hij haalde diep adem.

“Je moeder wist dat iemand jou zou zoeken.”

“Wie?”

“De man die jouw biologische vader is.”

“En wie is dat?”

Thomas keek naar de oude cassette.

“Dat weet alleen Hendrik.”

Ik voelde mijn hart bonzen.

“Dan gaan we naar hem.”

Thomas stond moeizaam op.

“Mijn vader is verdwenen.”

“Dan zoeken we hem.”

“Lotte…”

“Hij kent mijn moeder. Hij kent mijn vader. En hij kent de waarheid over mij.”

Ik keek hem vastberaden aan.

“Hij gaat me antwoorden.”

* * *

We verlieten het oude huis via de achterdeur.

De politie had het gebied inmiddels afgezet, maar Thomas vertrouwde niemand.

Zijn schouder bloedde nog steeds.

“Je moet naar een ziekenhuis.”

“Nee.”

“Je bent neergeschoten.”

“Een oppervlakkige wond.”

“Dat is geen antwoord.”

Hij glimlachte zwak.

“Je begint op je moeder te lijken.”

Ik verstijfde.

“Je hebt haar echt gekend.”

“Ja.”

“Hoe goed?”

Hij keek naar de weg.

“Beter dan je denkt.”

Ik wachtte.

Na enkele seconden zei hij:

“Dertig jaar geleden hielp mijn vader een illegaal netwerk opbouwen. Je moeder ontdekte wat er gebeurde.”

“En mijn vader?”

“Hij probeerde haar te helpen.”

“En jij?”

“Ik was toen nog een kind.”

“Hoe kon jij helpen?”

Thomas keek me aan.

“Ik heb Anna uit het huis gehaald.”

Ik voelde mijn adem stokken.

“Jij kende Anna?”

“Ja.”

“Waarom heeft niemand dat verteld?”

“Omdat mijn vader me zou hebben vermoord als hij wist dat ik haar had geholpen.”

“Waar bracht je haar heen?”

“Bij een gezin in Utrecht.”

Ik keek hem aan.

“En daarna?”

“Ik heb haar nooit meer gezien.”

“Tot nu.”

Hij knikte.

* * *

Een uur later bereikten we een oude loods aan de rand van de haven.

Thomas liep naar een metalen deur.

Hij klopte drie keer.

Geen antwoord.

Hij klopte opnieuw.

Toen ging de deur open.

Een oudere man stond daar.

Ik herkende hem.

Hendrik van der Velde.

Maar hij zag er totaal anders uit dan in de ziekenkamer.

Geen zuurstof.

Geen infuus.

Geen zwakte.

Hij stond rechtop.

Zijn ogen waren scherp.

Ik keek hem aan.

“U bent niet stervende.”

Hij glimlachte.

“Niet meer.”

Thomas trok zijn wapen.

“Waar is mijn vader?”

Hendrik keek naar hem.

“Je bedoelt jouw vader?”

Thomas verstijfde.

“Wat bedoel je?”

Hendrik keek naar mij.

“Lotte, kom binnen.”

Ik stapte naar voren.

“Waar is mijn moeder?”

“Veilig.”

“Waar?”

“Dat vertel ik je wanneer je klaar bent om de waarheid te horen.”

Ik werd boos.

“Mijn hele leven hebben mensen tegen me gelogen!”

Hendrik keek me rustig aan.

“Daarom moet je nu goed luisteren.”

Hij liep naar een tafel.

Daar lagen drie mappen.

Op de eerste stond:

MARIE DE JONG.

Mijn moeder.

Op de tweede:

ANNA DE JONG.

Mijn zus.

Op de derde stond alleen:

LOTTE.

Ik keek naar mijn eigen naam.

“Open hem.”

Ik deed het.

Binnenin zat een foto.

Een man.

Ik kende hem niet.

Maar Hendrik wel.

Hij keek naar de foto.

“Dit is jouw biologische vader.”

Ik voelde mijn hartslag versnellen.

“Wie is hij?”

Hendrik antwoordde:

“Alexander Vermeer.”

De naam zei me niets.

Thomas keek geschokt.

“Vermeer?”

Hendrik knikte.

“Ja.”

“Dat is onmogelijk.”

“Waarom?”

“Omdat Alexander Vermeer twintig jaar geleden is overleden.”

Hendrik glimlachte.

“Dat is wat iedereen denkt.”

Ik keek hem aan.

“Leeft hij?”

“Ja.”

“Waar?”

Hendrik wees naar de foto.

“Dichterbij dan je denkt.”

Ik pakte de foto.

Op de achtergrond stond een gebouw.

Ik herkende het.

Het was het oude Stadshotel Amsterdam.

Mijn werkplek.

Ik keek naar Hendrik.

“Hij was daar?”

“Niet alleen daar.”

Hendrik zweeg.

“Hij heeft je jarenlang in de gaten gehouden.”

Mijn maag draaide om.

“Waarom?”

“Omdat hij wist dat jij ooit de melodie zou spelen.”

Ik keek naar de piano in mijn herinnering.

“Wat betekent die melodie?”

Hendrik liep naar een oude kluis.

Hij opende hem.

Binnen lag een klein zwart boek.

“Dit is het originele notenschrift.”

Hij gaf het aan mij.

Op de eerste pagina stond een naam.

Alexander Vermeer.

Ik bladerde verder.

Op iedere pagina stonden noten.

Maar tussen de noten waren cijfers geschreven.

“Het is een code.”

Hendrik knikte.

“De melodie bevat de locaties van alle verborgen rekeningen.”

“En de namen van de mensen die ervoor verantwoordelijk zijn?”

“Ja.”

Ik keek hem aan.

“Dus mijn vader schreef dit.”

“Ja.”

“Waarom gaf hij het aan mijn moeder?”

“Omdat hij wist dat hij zou verdwijnen.”

Ik slikte.

“Maar waarom moest ik het spelen?”

Hendrik keek me recht aan.

“Omdat jij de enige was die de melodie kon onthouden.”

“Hoe?”

Hij wees naar mijn handen.

“Je moeder leerde je piano spelen toen je vier was.”

Ik voelde een koude rilling.

“Ze bereidde me voor.”

“Precies.”

Plotseling ging de deur open.

Anna stormde naar binnen.

“Lotte!”

Ik draaide me om.

Ze was buiten adem.

“Je moet weg.”

“Waarom?”

“Mijn moeder…”

Ze stopte.

“Ze is meegenomen.”

Mijn hart sloeg over.

“Door wie?”

Anna keek naar Hendrik.

“Door Alexander.”

Ik verstijfde.

“Mijn vader?”

Anna knikte.

“Hij heeft haar.”

Toen haalde ze een telefoon uit haar zak.

Op het scherm stond een livevideo.

Mijn moeder zat vastgebonden op een stoel.

En achter haar stond een man.

Grijs haar.

Donkere ogen.

Hij keek rechtstreeks naar de camera.

Toen zei hij:

“Lotte…”

Hij glimlachte.

“Je hebt eindelijk ontdekt wie ik ben.”

Ik kon nauwelijks ademen.

“Wat wil je?”

Hij antwoordde:

“De laatste melodie.”

Ik keek naar het zwarte notenschrift.

“Waarom?”

Hij glimlachte.

“Omdat die melodie niet alleen vertelt waar mijn geld ligt.”

Hij keek recht in de camera.

“Ze vertelt ook wie jouw moeder werkelijk heeft verraden.”

Het scherm werd zwart.

Hendrik sloot zijn ogen.

Thomas keek naar mij.

“Lotte…”

Ik keek naar het notenschrift.

Op de laatste pagina stond slechts één zin:

“DE LAATSTE NOOT MOET WORDEN GESPEELD VOOR MIDDERNACHT.”

En onder die zin stond een adres.

Het landgoed Van der Velde.