DE STILLE PIANISTE SPEELDE VOOR DE STERVENDE MAFIABAAS — TOTDAT ÉÉN VERBODEN MELODIE HEM DE OGEN LIET OPENEN
News Story

DE STILLE PIANISTE SPEELDE VOOR DE STERVENDE MAFIABAAS — TOTDAT ÉÉN VERBODEN MELODIE HEM DE OGEN LIET OPENEN

0 weergaven

DEEL 8 — DE VROUW DIE ALLES HAD GEPLAND

“Maria?”

Lotte keek om zich heen.

De kluis stond vol rook.

De gewapende mannen waren verdwenen door een tweede uitgang.

Thomas stond met zijn hand tegen zijn bloedende schouder.

Eva keek naar de lege plek waar Maria enkele seconden eerder had gestaan.

“Ze is weg.”

Lotte voelde haar hart bonzen.

“Maar ze was hier.”

Thomas keek naar de grond.

Daar lag alleen Maria's donkere sjaal.

En een klein metalen voorwerp.

Lotte raapte het op.

Een sleutel.

Op de sleutel stond één nummer:

17.

“Wat betekent dit?”

Thomas keek naar het nummer.

“Geen idee.”

Eva pakte haar telefoon.

“Ik wel.”

Ze typte iets in.

Haar gezicht veranderde.

“Wat?”

“Er bestaat een oude opslagruimte met nummer 17.”

“Waar?”

“Rotterdam.”

Lotte keek naar de harde schijf in haar hand.

“Daar moeten we heen.”

Thomas schudde zijn hoofd.

“Niet zonder te weten waarom Maria is verdwenen.”

Lotte keek hem aan.

“Mijn moeder heeft me twintig jaar beschermd.”

“En ze heeft twintig jaar tegen je gelogen.”

“Dat kan tegelijk waar zijn.”

Thomas zweeg.

Toen klonk er achter hen een zachte stem.

“Dat is ze ook.”

Iedereen draaide zich om.

Alessandro stond nog steeds op zijn knieën.

Hij leefde.

Maar nauwelijks.

Lotte rende naar hem toe.

“Wie heeft je neergeschoten?”

Hij keek naar de deur.

“Johan.”

“Maar hij is dood.”

“Niet Johan.”

Hij ademde zwaar.

“Zijn broer.”

“Wie?”

“Victor.”

Eva verstijfde.

“Victor van der Velde?”

Alessandro knikte.

“Hij is degene die al die jaren achter de schermen heeft gewerkt.”

Thomas keek hem aan.

“Mijn oom?”

“Ja.”

Thomas' gezicht werd bleek.

“Maar hij is twintig jaar geleden verdwenen.”

Alessandro lachte zwak.

“Hij is nooit verdwenen.”

* * *

Een uur later reden Lotte, Thomas en Eva richting Rotterdam.

De harde schijf lag veilig onder de stoel.

Niemand sprak.

Lotte keek voortdurend naar haar telefoon.

Geen bericht van Maria.

Geen oproep.

Niets.

Toen trilde de telefoon.

Een onbekend nummer.

Ze nam op.

“Hallo?”

Een stem antwoordde.

“Lotte.”

Ze herkende haar moeder.

“Ma!”

“Luister goed. Je mag niemand vertrouwen.”

“Waar ben je?”

“Dat doet er niet toe.”

“Wie heeft je meegenomen?”

Een korte stilte.

“Ik ben niet meegenomen.”

Lotte voelde haar maag samentrekken.

“Wat bedoel je?”

“Ik ben vrijwillig weggegaan.”

“Waarom?”

“Omdat ik degene ben die ze willen.”

Lotte schudde haar hoofd.

“Ze willen mij.”

“Nee.”

Maria's stem brak.

“Ze willen wat in jou zit.”

“De code?”

“Ja.”

“Waarom?”

“Als ze de code krijgen, openen ze het centrale archief.”

“En wat staat daarin?”

Maria zweeg.

“Ma?”

“De waarheid over je vader.”

“Alessandro?”

“Niet alleen over hem.”

Lotte voelde haar hart sneller kloppen.

“Wie is mijn vader dan?”

Maria antwoordde:

“Dat heb ik je al verteld.”

“Alessandro?”

“Ja.”

“Maar Hendrik is Thomas' vader.”

“Dat klopt.”

“Waarom zei Alessandro dan dat de echte baas hier binnen zat?”

Maria werd stil.

Lotte begreep het.

“Ma…”

“Vertrouw Thomas.”

De verbinding werd verbroken.

Lotte keek naar Thomas.

Hij keek haar aan.

“Wat zei ze?”

Lotte antwoordde niet.

Eva keek naar haar via de spiegel.

“Wat zei ze?”

“Dat ik jou moet vertrouwen.”

Thomas knikte.

“Goed.”

Maar Lotte zag iets in zijn gezicht.

Iets dat ze niet kon plaatsen.

* * *

Ze bereikten opslagruimte 17 om twee uur 's nachts.

Het gebouw stond aan de rand van een verlaten industrieterrein.

Geen bewakers.

Geen camera's.

Geen auto's.

Te stil.

Eva trok haar wapen.

“Dit bevalt me niet.”

Thomas keek naar het slot.

“De sleutel.”

Lotte stak hem in de deur.

Klik.

De deur ging open.

Binnen stond één tafel.

Daarop lag een envelop.

Lotte pakte hem.

Op de voorkant stond:

VOOR ELENA.

Ze opende hem.

Er zat één foto in.

Een oude foto van Maria.

Maar ze was niet alleen.

Naast haar stond Victor van der Velde.

En tussen hen stond een klein meisje.

Lotte.

Ze keek geschokt.

“Wanneer is deze foto genomen?”

Thomas keek naar de datum.

“2002.”

Lotte was toen zes.

“Maar mijn moeder zei dat Victor verdwenen was voordat ik werd geboren.”

Eva keek naar de foto.

“Dan heeft iemand gelogen.”

Op de achterkant stond:

Je moeder werkte nooit voor Hendrik.

Lotte voelde haar vingers koud worden.

“Wat betekent dit?”

Thomas keek naar de envelop.

Er zat nog een brief in.

Hij las hem hardop.

“Maria heeft Hendrik niet verraden.”

Hij keek verder.

“Ze heeft hem vanaf het begin geholpen.”

Lotte schudde haar hoofd.

“Dat kan niet.”

Eva pakte de brief.

“Er staat meer.”

Ze las:

“Het plan was eenvoudig. Maria zou verdwijnen. Alessandro zou verdwijnen. De kinderen zouden worden gescheiden. Hendrik zou de schuld krijgen van alles.”

Thomas keek naar Lotte.

“Maar waarom?”

Eva draaide het papier om.

Onderaan stond:

Omdat Victor de controle over de Zwarte Kroon wilde.

Iedereen zweeg.

Toen hoorden ze voetstappen.

Langzaam.

Van buiten de opslagruimte.

Thomas deed het licht uit.

De deur ging open.

Een man stapte naar binnen.

Grijs haar.

Donker pak.

Een litteken over zijn wang.

Lotte herkende hem.

Victor.

Hij keek naar Thomas.

“Je bent volwassen geworden.”

Thomas richtte zijn wapen.

“Blijf staan.”

Victor glimlachte.

“Je lijkt precies op Hendrik wanneer je boos bent.”

“Waar is mijn moeder?”

“Veilig.”

“Waar?”

Victor keek naar Lotte.

“Bij de enige persoon die haar nog kan beschermen.”

“Wie?”

“Zichzelf.”

Lotte stapte naar voren.

“Waarom heb je mij mijn hele leven gevolgd?”

Victor antwoordde:

“Omdat jij de laatste schakel bent.”

“Waarvan?”

“Van een familie die nooit had mogen bestaan.”

Hij keek naar de harde schijf.

“Geef hem aan mij.”

“Nee.”

Victor zuchtte.

“Dan moet ik je vertellen wat er met je moeder is gebeurd.”

Lotte verstijfde.

“Wat?”

Victor glimlachte.

“Ze is niet mijn gevangene.”

Hij pakte zijn telefoon.

Op het scherm verscheen een livebeeld.

Maria zat vastgebonden in een stoel.

Achter haar stond een man.

Lotte herkende hem niet.

Maar Maria keek rechtstreeks naar de camera.

Ze huilde.

Victor zei:

“Geef me de harde schijf.”

“En dan laat je haar gaan?”

“Ja.”

Thomas keek naar Lotte.

“Niet doen.”

Lotte keek naar het scherm.

“Hij vermoordt haar.”

“Het is een val.”

Victor glimlachte.

“Precies.”

Hij drukte op zijn telefoon.

Op het scherm verscheen een tweede beeld.

Een ziekenhuis.

Hendrik lag in een bed.

Lotte verstijfde.

“Hij leeft…”

Victor knikte.

“En hij heeft nog één ding dat jij nodig hebt.”

“Wat?”

“De laatste twaalf cijfers van de code.”

Lotte keek naar Thomas.

Victor zei:

“Kom alleen.”

Hij stopte.

“Of je moeder en Hendrik sterven vannacht.”

De verbinding werd verbroken.

Thomas pakte Lottes arm.

“Je gaat niet alleen.”

Lotte keek naar hem.

“Ik weet het.”

“Wat bedoel je?”

Ze keek naar de harde schijf.

“Victor denkt dat hij de code nodig heeft.”

Een kleine glimlach verscheen op haar gezicht.

“Maar hij weet niet dat ik me de rest van de code net herinner.”

Eva keek haar verbaasd aan.

“Wat is hij?”

Lotte sloot haar ogen.

Eén voor één verschenen de cijfers in haar geheugen.

7419… 6203… 1184… 9076.

Thomas keek haar aan.

“Dat zijn zestien cijfers.”

Lotte knikte.

“De volledige code.”

Toen klonk er een bericht op haar telefoon.

Een onbekend nummer.

Slechts vier woorden:

OPEN HET ARCHIEF NIET.

Lotte keek naar het scherm.

Daaronder stond een naam.

MARIA.

Maar Maria zat nog steeds vastgebonden op het scherm.

Lotte fluisterde:

“Dan heeft iemand anders haar telefoon.”