DE STILLE PIANISTE SPEELDE VOOR DE STERVENDE MAFIABAAS — TOTDAT ÉÉN VERBODEN MELODIE HEM DE OGEN LIET OPENEN
News Story

DE STILLE PIANISTE SPEELDE VOOR DE STERVENDE MAFIABAAS — TOTDAT ÉÉN VERBODEN MELODIE HEM DE OGEN LIET OPENEN

0 weergaven

DEEL 5 — DE KLUIS

“Jij bent de kluis.”

Die woorden bleven in Lottes hoofd hangen.

Ze voelde een hand om haar arm.

Sterk.

Koud.

Ze wilde schreeuwen, maar een andere hand bedekte haar mond.

“Niet bewegen.”

De stem was onbekend.

Lotte probeerde zich los te trekken.

Toen klonk er een harde knal.

Iemand schreeuwde.

“THOMAS!”

Lotte werd naar achteren getrokken.

Ze hoorde voetstappen.

Een lichaam viel op de grond.

Toen gingen de noodlichten weer aan.

De man die Lotte had vastgegrepen stond naast haar.

Hij was niet Johan.

Niet de man in het zwarte pak.

Een derde persoon.

Een jonge vrouw met kort donker haar.

Ze hield een pistool in haar hand.

“Wie ben jij?” vroeg Lotte.

“Later.”

De vrouw keek naar de anderen.

“Als je hier wilt overleven, moet je nu met mij meegaan.”

“Mijn moeder…”

“Ze komt mee.”

Maria stond al naast hen.

Maar Thomas lag op de grond.

Lotte rende naar hem toe.

“Thomas!”

Hij bewoog niet.

Er zat bloed aan zijn schouder.

Maria knielde naast hem.

“Hij leeft.”

Thomas opende langzaam zijn ogen.

“Lotte…”

“Ik ben hier.”

Hij probeerde overeind te komen.

“Ga.”

“Wat?”

“Ga nu.”

De vrouw pakte Lottes arm.

“Hij heeft gelijk.”

Boven hen klonken zware voetstappen.

De vijanden waren de bunker binnengekomen.

De vrouw trok een verborgen deur open.

“Deze kant.”

Maria keek nog één keer naar Hendrik.

De oude man lag bewegingloos.

“Hij kan niet mee.”

Thomas keek naar zijn vader.

“Laat hem niet alleen.”

Maria schudde haar hoofd.

“Hij heeft ons dertig jaar alleen gelaten.”

Ze trok Lotte mee.

De geheime gang was smal.

Donker.

Aan beide kanten liepen oude leidingen.

Na ongeveer vijftig meter kwamen ze bij een metalen deur.

De vrouw typte een code in.

De deur ging open.

Daarachter bevond zich een kleine tunnel die rechtstreeks naar buiten liep.

De koude zeelucht sloeg Lotte in het gezicht.

Ze kwamen uit in een verlaten duinengebied.

Een zwarte auto stond klaar.

“Instappen.”

Thomas werd door Maria ondersteund.

Lotte keek naar de vrouw.

“Wie ben jij?”

“Mijn naam is Eva.”

“Waarom help je ons?”

Eva keek naar haar.

“Omdat ik je moeder ooit een belofte heb gedaan.”

“Welke?”

“Dat ik je zou beschermen als zij ooit teruggevonden werd.”

Maria keek haar aan.

“Je had niet moeten komen.”

Eva glimlachte.

“Ik kon je niet opnieuw laten verdwijnen.”

Ze stapten in.

De auto reed weg.

Achter hen verscheen de villa tussen de bomen.

Een paar seconden later klonk een enorme explosie.

De nachtelijke hemel kleurde oranje.

Lotte draaide zich om.

“Mijn god…”

Maria keek niet achterom.

“Het is voorbij.”

“Is Hendrik dood?”

Maria antwoordde niet.

Thomas keek uit het raam.

“Johan ook?”

Eva zei:

“Nee.”

Thomas keek haar aan.

“Hoe weet je dat?”

“Omdat hij degene is die de explosieven heeft geplaatst.”

Iedereen werd stil.

“Wat?”

Eva keek naar de weg.

“De bunker was nooit bedoeld als schuilplaats.”

“Wat was het dan?”

“Een graf.”

Lotte voelde een koude rilling.

“Voor wie?”

Eva keek haar via de achteruitkijkspiegel aan.

“Voor iedereen die de waarheid kende.”

* * *

Een uur later bereikten ze een klein huis aan de rand van een dorp.

Geen bewakers.

Geen camera's.

Geen luxe.

Gewoon een oud huis tussen de bomen.

Eva bracht Thomas naar binnen.

Zijn schouder bloedde nog steeds.

“Ga zitten.”

Lotte hielp hem.

“Kun je het zelf behandelen?”

“Ja.”

“Laat mij helpen.”

Thomas keek haar aan.

Voor het eerst was er geen arrogantie in zijn ogen.

Alleen vermoeidheid.

“Dank je.”

Lotte keek naar de wond.

“Waarom heb je me beschermd?”

Thomas glimlachte zwak.

“Omdat jij de enige bent die hier niets van heeft veroorzaakt.”

Maria stond bij het raam.

“Dat is niet waar.”

Lotte keek naar haar.

“Wat bedoel je?”

Maria draaide zich om.

“Jij bent geboren in het midden van deze oorlog.”

“Welke oorlog?”

“Die tussen je vader en Hendrik.”

Lotte fronste.

“Maar waarom ben ik belangrijk?”

Maria liep naar haar toe.

“Je vader ontdekte iets voordat hij verdween.”

“Wat?”

“Een systeem.”

“Welk systeem?”

Maria keek naar Eva.

Eva knikte.

Toen haalde Maria de oude cassette tevoorschijn.

“Dit.”

Ze stopte hem in een oude recorder.

De stem van Maria klonk opnieuw.

Maar deze keer was er een tweede stem op de achtergrond.

Een mannenstem.

Lotte verstijfde.

“Dat is…”

Thomas keek haar aan.

“Ken je die stem?”

Lotte knikte langzaam.

“Ik hoorde hem vroeger.”

“Waar?”

“In mijn dromen.”

Maria werd bleek.

“Dat kan niet.”

De opname ging verder.

De man zei:

“De sleutel moet in haar geheugen worden opgeslagen.”

Lotte keek naar haar moeder.

“Wat betekent dat?”

Maria drukte op pauze.

“Toen je vijf was, heeft je vader je meegenomen naar een specialist.”

“Waarom?”

“Om iets in je geheugen te verbergen.”

Lotte voelde haar hoofd duizelen.

“Wat?”

“Een code.”

Thomas keek verbaasd.

“Een code die je je hele leven bij je draagt.”

Lotte lachte nerveus.

“Dat klinkt onmogelijk.”

Maria schudde haar hoofd.

“Daarom heb ik je het lied geleerd.”

“Het lied…”

“De melodie activeert herinneringen.”

Lotte keek naar haar handen.

“Dus als ik het speel…”

“Dan komen de verborgen herinneringen terug.”

Thomas stond langzaam op.

“Maar waarom noemde Johan haar de kluis?”

Eva antwoordde:

“Omdat de code niet op papier staat.”

Ze keek naar Lotte.

“Hij zit in haar geheugen.”

Op dat moment kreeg Lotte plotseling een scherpe hoofdpijn.

Ze greep naar haar hoofd.

“Wacht…”

Een beeld schoot door haar gedachten.

Een donkere kamer.

Een piano.

Haar moeder.

Een man.

En een deur.

Op de deur stond één nummer:

317.

Lotte opende haar ogen.

“Drie…”

Thomas boog zich naar haar toe.

“Wat?”

“Drie-één-zeven.”

Maria verstijfde.

“Wat zei je?”

“317.”

Maria liep achteruit.

“Dat nummer…”

“Wat?”

Maria keek naar Eva.

“Dat is het nummer van de kluis.”

“Welke kluis?”

Maria fluisterde:

“De enige kluis die zelfs Hendrik nooit kon openen.”

Thomas keek naar Lotte.

“Waar is die?”

Maria antwoordde:

“Onder het oude treinstation van Rotterdam.”

Lotte stond op.

“Dan gaan we daarheen.”

Thomas schudde zijn hoofd.

“Dat is precies wat ze willen.”

“Wie?”

Hij keek naar haar.

“De Zwarte Kroon.”

Op dat moment ging Eva's telefoon.

Ze nam op.

Zei niets.

Luisterde.

Toen werd haar gezicht lijkbleek.

“Wat is er?” vroeg Maria.

Eva legde langzaam haar telefoon neer.

“De politie heeft zojuist een lichaam gevonden bij de villa.”

Thomas vroeg:

“Wie?”

Eva keek naar Lotte.

“Johan.”

Iedereen zweeg.

“Maar dat is niet het ergste.”

“Wat dan?”

Eva slikte.

“Ze hebben een document in zijn jas gevonden.”

“Welk document?”

Eva keek naar Lotte.

“Een geboorteakte.”

“Van wie?”

“Van jou.”

Lotte voelde haar hart stilvallen.

“Wat staat erop?”

Eva antwoordde zacht:

“Je echte naam.”

En precies op dat moment hoorde Lotte buiten een auto stoppen.

Maria keek naar het raam.

“Ze hebben ons gevonden.”