DEEL 7 — DE KOFFER VAN ALESSANDRO
De metalen deur sloeg met een dreun dicht.
Lotte draaide zich om.
“Open hem!”
Thomas rende naar de deur en trok aan de hendel.
Niets.
“Hij zit op slot.”
Eva keek naar Alessandro.
“Wat heb je gedaan?”
Alessandro glimlachte.
“De kluis sluit automatisch zodra de erfgenaam binnen is.”
Lotte keek hem aan.
“Erfgenaam?”
“Ja.”
Hij wees naar de koffer in het midden van de kamer.
“Die is van jou.”
Thomas keek naar zijn vermeende vader.
“Waarom zou ik je geloven?”
“Dat hoeft niet.”
Alessandro keek naar Maria.
“Zij zal je vertellen hoeveel van haar leven een leugen was.”
Maria bleef stil.
Lotte liep langzaam naar de koffer.
Er zat geen slot op.
Alleen een klein metalen symbool.
Een kroon.
Ze raakte het aan.
Klik.
De koffer sprong open.
Binnenin lagen documenten.
Foto's.
Een harde schijf.
Een oude mobiele telefoon.
En een klein zwart notitieboek.
Lotte pakte het boek.
Op de eerste pagina stond:
ELENA VALENTE — PROJECT 317
Haar handen begonnen te trillen.
“Wat is Project 317?”
Alessandro antwoordde:
“Het plan dat ervoor moest zorgen dat mijn dochter ooit de macht over de Zwarte Kroon kon overnemen.”
Thomas schudde zijn hoofd.
“Dat is krankzinnig.”
Alessandro keek hem aan.
“Jij hebt geen idee wat je vader heeft opgebouwd.”
“Jij bent mijn vader.”
Alessandro's glimlach verdween.
“Biologisch misschien.”
Thomas verstijfde.
“Wat betekent dat?”
Alessandro keek naar Maria.
“Vraag haar.”
Thomas draaide zich naar Maria.
“Wat verberg je nog meer?”
Maria huilde.
“Thomas…”
“Zeg het!”
Maria haalde diep adem.
“Alessandro is niet jouw biologische vader.”
Thomas keek haar ongelovig aan.
“Maar je zei…”
“Ik wilde dat je het geloofde.”
Alessandro keek naar hem.
“Je vader is iemand anders.”
Thomas voelde zijn gezicht verbleken.
“Wie?”
Maria antwoordde:
“Hendrik.”
Thomas schudde langzaam zijn hoofd.
“Maar…”
“Jij bent zijn biologische zoon.”
De kamer werd stil.
Alessandro keek naar Lotte.
“En daarom zijn jullie tweeën nooit toevallig bij elkaar gebracht.”
Lotte keek naar Thomas.
“Dus we zijn…”
“Geen familie,” zei Maria snel.
Thomas keek haar aan.
“Maar we zijn allebei kinderen van Hendrik?”
Maria knikte.
“Halfbroer en halfzus.”
Lotte deed een stap achteruit.
“Waarom heeft iedereen tegen ons gelogen?”
Alessandro keek naar het notitieboek.
“Omdat Hendrik wilde dat zijn kinderen elkaar nooit zouden vinden.”
Thomas vroeg:
“Waarom?”
“Om de erfenis.”
Hij wees naar de koffer.
“Alles wat hier ligt, kan het hele Van der Velde-imperium vernietigen.”
Lotte opende het notitieboek.
De eerste pagina bevatte namen.
Honderden.
Daarachter stonden bedragen.
Bankrekeningen.
Data.
Locaties.
En soms slechts één woord:
VERDWENEN.
Thomas keek mee.
“Dit zijn de mensen…”
“Die jouw vader heeft laten verdwijnen,” zei Alessandro.
Lotte sloeg een pagina om.
Toen stopte ze.
Daar stond een naam die ze kende.
Maria de Jong.
Achter haar naam stond:
STATUS: OVERLEDEN.
Lotte keek naar haar moeder.
“Ze hebben je dood verklaard.”
Maria knikte.
“Dat was de enige manier waarop ik kon blijven leven.”
Lotte bladerde verder.
Toen zag ze een tweede naam.
Elena Valente.
Achter haar naam stond:
STATUS: ACTIEF.
En daaronder:
BEWAARDE CODE: 317.
Lotte keek naar Alessandro.
“Wat betekent dit?”
“Dat jij nooit alleen een dochter was.”
“Wat dan?”
“Je was de opslagplaats.”
Thomas keek naar het notitieboek.
“De code zit in haar geheugen.”
Alessandro knikte.
“En de code opent het centrale archief.”
Eva keek plotseling op.
“Wacht.”
Iedereen keek naar haar.
“Als de code in haar geheugen zit…”
Ze wees naar het medaillon.
“…waarom heeft ze dat dan nodig?”
Alessandro antwoordde:
“Omdat het medaillon de tweede helft bevat.”
Lotte draaide het om.
Aan de achterkant zat een kleine inkeping.
Ze drukte erop.
Een minuscuul compartiment sprong open.
Daarin zat een dun stukje papier.
Slechts vier cijfers.
7419.
Thomas keek naar de koffer.
“Dat is de code.”
Alessandro schudde zijn hoofd.
“Nee.”
“Wat dan?”
“De eerste vier cijfers.”
Lotte keek hem aan.
“Hoeveel zijn er?”
“Zestien.”
“Waar zijn de andere twaalf?”
Alessandro wees naar haar hoofd.
“Die moet jij je herinneren.”
Op dat moment begon Lottes hoofd opnieuw te bonzen.
Een flits.
Een kamer.
Een piano.
Haar vader.
Een muur.
En een jonge jongen.
Thomas.
Hij was ongeveer acht jaar oud.
Hij stond naast Hendrik.
Lotte zag zichzelf als kind tegenover hem staan.
Ze kende hem niet.
Maar Hendrik zei:
“Dit is je broer.”
De herinnering brak abrupt af.
Lotte greep naar haar hoofd.
Thomas keek haar geschokt aan.
“Wat zag je?”
“Jou.”
“Wat?”
“Toen we kinderen waren.”
Maria sloot haar ogen.
“Dat was de dag waarop Hendrik jullie allebei uit elkaar liet halen.”
Thomas keek naar zijn moeder.
“Waarom?”
“Omdat hij bang was dat jullie samen zijn geheim zouden ontdekken.”
Een hard geluid klonk.
De metalen deur begon te bewegen.
Alessandro keek omhoog.
“Ze hebben de kluis gevonden.”
“Wie?”
“De Zwarte Kroon.”
Eva pakte haar wapen.
“Hoeveel?”
Alessandro keek naar het beveiligingsscherm.
“Twintig.”
Thomas keek naar hem.
“Kunnen we ontsnappen?”
“Nee.”
“Dan vechten we.”
Alessandro schudde zijn hoofd.
“Dat is precies wat ze willen.”
Lotte keek naar de koffer.
“Wat willen ze?”
“De code.”
“En als ze die krijgen?”
Alessandro keek haar recht aan.
“Dan kunnen ze alle dossiers wissen.”
Maria begreep het onmiddellijk.
“En iedereen die erbij betrokken is, blijft onaantastbaar.”
Alessandro knikte.
“Precies.”
Lotte pakte het notitieboek.
“Dan krijgen ze hem niet.”
Ze scheurde de pagina met de namen eruit.
Thomas keek haar aan.
“Wat ga je doen?”
“De waarheid openbaar maken.”
Alessandro glimlachte voor het eerst.
“Nu lijk je eindelijk op je vader.”
Maria schudde haar hoofd.
“Nee.”
Ze keek naar Lotte.
“Ze lijkt op mij.”
Plotseling klonk een zware explosie.
De deur begon te barsten.
Een stem riep vanaf de andere kant:
“ELENA!”
Lotte verstijfde.
De stem was van Johan.
Maar Johan was dood.
“Geef ons de koffer!”
Thomas keek naar de deur.
“Hij leeft.”
Alessandro glimlachte.
“Dat was nooit Johan.”
Lotte keek hem aan.
“Wie dan?”
Alessandro antwoordde:
“Zijn tweelingbroer.”
De deur explodeerde.
Gewapende mannen stormden naar binnen.
Thomas schoot.
Eva schoot terug.
Maria trok Lotte achter de koffer.
Alessandro bleef midden in de chaos staan.
Toen pakte hij de harde schijf.
“Lotte!”
Ze keek op.
“Als ik sterf, breng dit naar de politie.”
“En jij?”
Alessandro glimlachte.
“Ik heb dertig jaar gewacht op dit moment.”
Hij liep recht op de indringers af.
Maar voordat hij hen bereikte, klonk er één schot.
Alessandro zakte op zijn knieën.
“Papa!”
Lotte rende naar hem toe.
Hij keek haar aan.
Bloed liep langs zijn mond.
“Luister…”
Hij drukte de harde schijf in haar hand.
“De echte baas…”
Hij hoestte.
“…zit niet buiten.”
Lotte bevroor.
“Wie dan?”
Alessandro keek achter haar.
Naar Maria.
Toen naar Thomas.
En fluisterde:
“Hij zit hier.”
Alessandro viel voorover.
Lotte draaide zich langzaam om.
Iedereen keek naar elkaar.
En toen zag ze dat één persoon niet meer aanwezig was.
Maria.
Ze was verdwenen.






