DEEL 2 — DE VROUW DIE DOOD HAD MOETEN ZIJN
“Ze komen voor jou.”
Die woorden bleven in Lottes hoofd rondspoken terwijl de villa in volledige duisternis verdween.
Een seconde lang gebeurde er niets.
Toen brak de chaos los.
“Beveiliging!”
“Alle deuren afsluiten!”
“Niemand naar buiten!”
Vanuit de gangen klonken zware voetstappen.
Ergens beneden sloeg glas aan diggelen.
Lotte stond verstijfd naast de piano.
Ze kon niets zien.
Alleen de rode noodverlichting van de hartmonitor gaf af en toe een zwakke gloed.
Toen hoorde ze Thomas.
“Lotte!”
“Ik ben hier!”
“Blijf bij mijn vader!”
Hij bewoog door de kamer.
Een seconde later voelde Lotte zijn hand haar arm vastgrijpen.
“Niet bewegen.”
“Wat gebeurt er?”
“Een stroomstoring.”
“Dat was geen gewone stroomstoring.”
Thomas zweeg.
Dat was antwoord genoeg.
Plotseling klonk buiten een doffe explosie.
BOEM!
De ramen trilden.
Lotte kromp ineen.
Hendrik lag bewegingloos in het bed.
De monitor was uitgevallen.
“Pap!”
Thomas rende naar hem toe.
Hij controleerde zijn pols.
“Hij leeft.”
De deur vloog open.
Een bewaker verscheen met een zaklamp in zijn hand.
“Mijnheer Van der Velde! We hebben beweging gezien bij de westelijke muur.”
“Hoeveel?”
“Minstens vier mannen.”
Thomas' gezicht verstrakte.
“Zijn ze binnen?”
“Dat weten we niet.”
Toen klonk er vanuit de gang een schot.
Iedereen dook instinctief omlaag.
De verpleegster gilde.
Thomas trok Lotte achter het bed.
“Blijf hier.”
“Wie zijn dat?”
“Ik weet het niet.”
“Je vader weet het wel.”
Thomas keek haar aan.
“Wat bedoel je?”
“Hij zei dat ze voor mij kwamen.”
Thomas wilde antwoorden.
Maar Hendrik bewoog plotseling.
Zijn hand schoof langzaam over het laken.
“Thomas…”
Zijn stem was nauwelijks hoorbaar.
Thomas boog zich naar hem toe.
“Pap?”
“De piano…”
Lotte keek naar de vleugel.
“Wat ermee?”
Hendrik probeerde overeind te komen.
“Onder… de toetsen.”
Thomas keek verbaasd.
“Wat zit daar?”
Maar Hendrik verloor opnieuw het bewustzijn.
Thomas keek naar Lotte.
“Blijf hier.”
Hij liep naar de piano.
Lotte volgde hem.
“Hij zei dat er iets onder de toetsen zit.”
Thomas knielde voor de vleugel.
Hij voelde langs de onderkant.
Niets.
Toen tilde Lotte voorzichtig het houten paneel onder het klavier op.
Er klonk een zachte klik.
Een verborgen vak sprong open.
Daarin lag een kleine metalen doos.
Thomas keek ernaar alsof hij een bom zag.
“Dit was hier niet toen ik jong was.”
Lotte keek hem aan.
“Je vader heeft het verborgen.”
Thomas pakte de doos.
Op de bovenkant stond één enkele letter.
L.
“L?” vroeg Lotte.
Thomas antwoordde niet.
Hij opende de doos.
Binnenin lagen drie dingen.
Een oude foto.
Een cassettebandje.
En een vergeelde envelop.
Lotte pakte de foto.
Haar handen begonnen te trillen.
Op de foto stond een jonge vrouw.
Donker haar.
Een lichte glimlach.
En dezelfde ogen als Lotte.
“Mijn moeder…”
Thomas keek naar de foto.
“Dat is onmogelijk.”
Op de achterkant stond een datum.
17 oktober 1997.
En daaronder één zin:
Als Lotte ooit het lied speelt, vertel haar dan de waarheid.
Lotte voelde haar benen slap worden.
“Waarom heeft mijn moeder dit geschreven?”
Thomas keek naar de envelop.
“Misschien staat het daarin.”
Hij maakte hem open.
Maar voordat hij de brief kon lezen, ging plotseling het licht weer aan.
De kamer baadde in fel wit licht.
De verpleegster slaakte een gil.
De deur stond open.
De bewaker die ervoor had gestaan, lag bewusteloos op de vloer.
Thomas trok onmiddellijk zijn wapen.
Lotte deinsde achteruit.
“Blijf achter mij.”
Voetstappen kwamen dichterbij.
Langzaam.
Kalm.
Niet gehaast.
Alsof degene die eraan kwam precies wist waar hij moest zijn.
Thomas richtte zijn wapen op de deuropening.
“Laat jezelf zien!”
Geen antwoord.
Toen verscheen een vrouw.
Ze was ongeveer zestig.
Ze droeg een lange donkere jas.
Haar haar was volledig grijs.
Maar haar gezicht…
Lotte liet de foto uit haar handen vallen.
Ze kende dat gezicht.
Niet uit het echte leven.
Maar uit haar herinneringen.
Uit oude foto's.
Uit de nachten waarin haar moeder haar vasthield toen ze klein was.
“Dat kan niet…”
De vrouw keek naar Lotte.
Haar ogen vulden zich met tranen.
“Lotte.”
De wereld leek stil te staan.
Thomas keek van de vrouw naar de foto.
“Wie bent u?”
De vrouw antwoordde niet.
Ze keek alleen naar Hendrik.
De oude man opende zijn ogen.
Toen hij haar zag, begon hij te huilen.
“Maria…”
Lotte verstijfde.
Maria.
De naam van haar moeder.
“Ma?”
De vrouw deed een stap naar voren.
“Het spijt me.”
Lotte schudde haar hoofd.
“Mijn moeder is dood.”
“Nee.”
“Mijn moeder is twintig jaar geleden gestorven.”
“Nee, Lotte.”
De vrouw keek haar recht aan.
“Ik ben nooit gestorven.”
Thomas liet zijn wapen langzaam zakken.
“Waar ben je al die jaren geweest?”
Maria keek naar Hendrik.
“Vraag het hem.”
Hendrik sloot zijn ogen.
Thomas draaide zich naar zijn vader.
“Pap…”
“Zeg het.”
Hendrik ademde zwaar.
“Dertig jaar geleden ontdekte Maria wat wij deden.”
Thomas fronste.
“Wat wij deden?”
“De transporten. De geldstromen. De mensen die verdwenen.”
Lotte voelde haar maag samenknijpen.
Maria keek naar haar dochter.
“Ik wilde naar de politie.”
Hendrik knikte langzaam.
“En daarom moest ze verdwijnen.”
Thomas keek geschokt.
“Heb jij haar laten ontvoeren?”
“Ja.”
“Je zei altijd dat ze ons had verlaten!”
“Ik moest jou beschermen.”
Thomas lachte bitter.
“Je hebt mijn hele leven gelogen!”
Hendrik keek naar Lotte.
“Maar ik heb één fout gemaakt.”
“Welke?”
“Ik heb haar dochter laten leven.”
Lotte voelde een koude rilling over haar rug lopen.
“Waarom?”
Hendrik keek naar de cassette.
“Daarom.”
Thomas pakte het bandje.
“Wat staat daarop?”
Maria antwoordde:
“De namen.”
“Welke namen?”
“Alle mensen die Hendrik heeft laten verdwijnen.”
Er viel een ijzige stilte.
Maria keek naar Lotte.
“En jouw moeder heeft ze allemaal opgenomen.”
Buiten klonken opnieuw schoten.
Thomas keek naar de deur.
“We moeten hier weg.”
Maria schudde haar hoofd.
“Te laat.”
“Waarom?”
Ze keek naar het raam.
“De mannen buiten zijn niet hier om Hendrik te vermoorden.”
Ze wees naar Lotte.
“Ze zijn hier om haar mee te nemen.”
Op dat moment verscheen er een rood laserpunt op Lottes borst.
Thomas zag het.
“DUK!”
Hij gooide Lotte naar de grond.
Een kogel vloog door het raam.
Het glas explodeerde.
Maria greep Lottes hand.
“Luister naar me,” fluisterde ze.
“Het lied dat jij van mij hebt geleerd…”
Ze keek naar de piano.
“…is geen lied.”
Lotte keek haar geschokt aan.
“Wat is het dan?”
Maria kneep haar hand stevig vast.
“Het is een code.”
En vanuit de gang klonk een stem:
“Van der Velde!”
Een onbekende man lachte.
“Je hebt precies wat wij nodig hebben.”
Toen hoorde Lotte een tweede stem.
Een stem die ze onmiddellijk herkende.
De stem van haar eigen moeder.
Maar die kwam niet uit Maria's mond.
Hij kwam uit de oude cassette.
En daarop fluisterde Maria:
“Als je dit hoort, betekent het dat ik opnieuw ben gevonden.”






