DE STILLE PIANISTE SPEELDE VOOR DE STERVENDE MAFIABAAS — TOTDAT ÉÉN VERBODEN MELODIE HEM DE OGEN LIET OPENEN
News Story

DE STILLE PIANISTE SPEELDE VOOR DE STERVENDE MAFIABAAS — TOTDAT ÉÉN VERBODEN MELODIE HEM DE OGEN LIET OPENEN

0 weergaven

DEEL 6 — DE ECHTE NAAM

“Ze hebben ons gevonden.”

Maria's stem was nauwelijks hoorbaar.

Iedereen in de kamer verstijfde.

Buiten sloeg een autodeur dicht.

Daarna nog één.

Thomas stond onmiddellijk op.

“Hoeveel?”

Eva keek door een kier van het gordijn.

“Drie auto's.”

Thomas pakte zijn wapen.

“Politie?”

Eva schudde haar hoofd.

“Geen politie.”

Maria liep naar Lotte.

“Je moet nu luisteren.”

“Wat?”

“Wat er ook gebeurt, laat niemand je meenemen.”

Lotte keek haar moeder aan.

“Wat stond er op mijn geboorteakte?”

Maria zweeg.

“Ma!”

“Je naam was nooit Lotte de Jong.”

Lotte voelde haar maag samentrekken.

“Wat?”

Maria pakte haar beide handen.

“Je werd geboren als…”

Een harde knal klonk buiten.

Het raam sprong.

Iedereen dook omlaag.

Thomas schreeuwde:

“NAAR ACHTEREN!”

Eva trok een kast opzij.

Achter de kast verscheen een tweede doorgang.

“Deze kant!”

Ze renden naar binnen.

Thomas bleef als laatste achter.

Hij schoot eenmaal richting het raam.

Daarna volgde hij hen.

De geheime gang liep onder het huis door.

Ze hoorden voetstappen boven zich.

Stemmen.

“Doorzoek iedere kamer!”

“Ze kunnen niet ver zijn!”

Lotte rende naast haar moeder.

“Zeg mijn naam!”

Maria bleef zwijgen.

“Wat is mijn echte naam?”

“Straks.”

“Nee! Nu!”

Maria keek haar aan.

“Je echte naam is Elena.”

Lotte struikelde bijna.

“Elena?”

“Volledig: Elena Maria Valente.”

Thomas keek achterom.

“Valente?”

Maria knikte.

“Je vader was Alessandro Valente.”

Eva fluisterde:

“De oprichter van de Zwarte Kroon.”

Lotte voelde haar hele verleden instorten.

“Waarom heb ik de naam De Jong gekregen?”

“Omdat Valente een doodsvonnis was.”

“En waarom wist ik hier niets van?”

“Omdat ik wilde dat je een normaal leven kreeg.”

Lotte lachte bitter.

“Een normaal leven?”

Ze keek naar Thomas.

“En nu blijkt dat ik de dochter ben van de gevaarlijkste man van Nederland?”

Maria wilde antwoorden.

Maar boven hen klonk een zware dreun.

De gang trilde.

“Ze hebben de ingang gevonden,” zei Eva.

Thomas keek naar haar.

“Is er een andere uitgang?”

“Ja.”

“Waar?”

“Onder het oude station.”

Thomas keek naar Lotte.

“Dan gaan we daarheen.”

* * *

Twintig minuten later bereikten ze een verlaten kelder.

Boven hen lag een oud spoorweggebouw.

Thomas keek naar de kaart die Eva had meegenomen.

“Waar is kluis 317?”

Eva wees naar een oude tunnel.

“Onder spoor zeven.”

Lotte keek naar de donkere tunnel.

“Daar is niemand?”

Eva keek haar aan.

“Dat dacht ik.”

“Maar?”

“De Zwarte Kroon gebruikt deze plek al jaren.”

Thomas laadde zijn wapen.

“Dan weten ze waarschijnlijk al dat we komen.”

Maria keek naar Lotte.

“Je moet het lied spelen.”

“Nu?”

“Ja.”

“Waarom?”

“De melodie zal je herinnering activeren.”

Lotte keek naar de oude piano die in een verlaten wachtruimte stond.

“Hier?”

“Ja.”

Ze ging zitten.

Haar handen trilden.

“Wat als ik me niets herinner?”

Maria ging achter haar staan.

“Dan help ik je.”

Lotte legde haar vingers op de toetsen.

De eerste noot klonk.

Daarna de tweede.

De derde.

Langzaam kwam de verboden melodie tot leven.

De ruimte veranderde.

Niet letterlijk.

Maar in Lottes hoofd.

Ze was vijf jaar oud.

Ze stond opnieuw in deze kamer.

Haar moeder zat achter haar.

En een man stond voor haar.

Alessandro Valente.

Haar vader.

Hij knielde voor haar neer.

“Luister goed, Elena.”

Het meisje keek hem aan.

“Waarom?”

“Omdat papa misschien niet terugkomt.”

“Ga je dood?”

Hij glimlachte verdrietig.

“Nee.”

Hij wees naar de piano.

“Maar als iemand ooit het lied voor je speelt, moet je naar kluis 317 gaan.”

“Waarom?”

“Omdat daar iets ligt wat niemand mag vinden.”

“Wat?”

“De waarheid.”

De herinnering veranderde.

Lotte zag haar vader een klein metalen voorwerp in haar hand stoppen.

Een medaillon.

Daarop stond een kroon.

Toen hoorde ze een schreeuw.

Haar moeder kwam binnen.

“Alessandro!”

Hij draaide zich om.

Drie gewapende mannen stonden achter haar.

Haar vader keek naar Lotte.

“Vergeet wat ik heb gezegd.”

Een schot.

Het beeld viel uiteen.

Lotte kwam terug in het heden.

Ze viel van de pianokruk.

Maria ving haar op.

“Lotte!”

Lotte ademde zwaar.

“Ik herinner me hem.”

“Je vader?”

Ze knikte.

“Hij gaf me iets.”

Maria's gezicht veranderde.

“Wat?”

Lotte greep naar haar hals.

“Het medaillon.”

Maria keek geschokt.

“Dat heb je nog?”

Lotte haalde het onder haar kleding vandaan.

Het kleine metalen medaillon hing al jaren om haar nek.

Thomas keek ernaar.

“Waarom heb je dat nooit verteld?”

“Omdat ik dacht dat het een erfstuk van mijn moeder was.”

Maria schudde haar hoofd.

“Het was van hem.”

Plotseling hoorde Eva iets.

“Stil.”

Iedereen zweeg.

Voetstappen.

Vanuit de tunnel.

Thomas trok zijn wapen.

“Ze zijn hier.”

Een stem klonk in de verte.

“Lotte!”

Maria verstijfde.

De stem was zacht.

Bijna vriendelijk.

Maar Lotte herkende hem.

Ze had hem in haar herinnering gehoord.

Haar vader.

“Dat kan niet…”

De stem klonk opnieuw.

“Mijn dochter.”

Thomas keek haar aan.

“Dat is niet je vader.”

Lotte voelde haar hart bonzen.

“Hoe weet je dat?”

“Omdat hij dertig jaar geleden is overleden.”

Maria keek naar Thomas.

“Dat is niet zeker.”

Iedereen draaide zich naar haar om.

“Wat?”

Maria keek naar de tunnel.

“Alessandro is nooit gevonden.”

Een schaduw verscheen aan het einde van de gang.

Een man liep langzaam naar voren.

Grijs haar.

Donkere jas.

Een litteken boven zijn rechteroog.

Lotte keek hem aan.

Ze kende dat gezicht.

Van haar herinnering.

Van de foto.

Van haar nachtmerries.

De man bleef op enkele meters afstand staan.

Hij glimlachte.

“Hallo, Elena.”

Lotte kon niets zeggen.

Maria fluisterde:

“Alessandro…”

Thomas richtte zijn wapen.

“Blijf staan.”

De man keek naar Thomas.

“Je lijkt op je moeder.”

Thomas verstijfde.

“Wie ben jij?”

De man glimlachte.

“Ik ben je vader.”

Thomas' hand begon te trillen.

Lotte keek naar haar moeder.

Maria huilde.

Maar voordat iemand iets kon zeggen, haalde Alessandro een klein apparaat uit zijn zak.

Hij drukte op een knop.

Alle lichten in de tunnel gingen uit.

Toen klonk er een elektronische stem:

“Kluis 317 geopend.”

Lotte keek achter zich.

Een zware metalen deur was vanzelf opengegaan.

Daarachter lag een donkere kamer.

En midden in die kamer stond één enkele koffer.

Alessandro keek naar Lotte.

“Daarin staat waarom jij nooit een normaal leven mocht hebben.”

Toen ging de deur achter hen dicht.