Een week na de gebeurtenissen in de haven was het landgoed Moretti onherkenbaar veranderd. De zware portieren stonden open, de gordijnen waren opengeschoven om het middaglicht binnen te laten, en door de gangen galmde de vrolijke klokkenmuziek van een piano.
Sophie kreeg nu elke dinsdag en zaterdag les van een ingehuurde pianolerares die door Dante persoonlijk was uitgekozen. Het kleine meisje zat op de kruk voor de grote zwarte vleugel in de salon, met haar roze ukelele veilig opgeborgen op de bank naast haar.
Dante stond bij het grote raam en keek naar buiten, waar de zon over de herfsttuinen scheen. De oude regels van het landgoed waren officieel afgeschaft. Er hingen inmiddels familiefoto's aan de muren, waaronder een prachtige zwart-witfoto van zijn moeder die lachend met een gitaar in haar hand in de tuin stond.
Rosa liep de salon binnen met een dienblad vol warme koekjes en thee. Ze glimlachte naar Sophie, die net een foutje maakte in haar melodie en vrolijk opnieuw begon.
‘Meneer Moretti,’ zei Rosa zacht. ‘Er is bezoek aan de poort. Mensen van de stadbestuur voor de havenconcessies.’
Dante knikte rustig. ‘Laat ze maar binnenkomen in de bibliotheek. Maar zeg ze dat ze even moeten wachten tot het liedje van juffrouw Sophie is afgelopen.’
Rosa knikte goedkeurend en liep terug naar de gang.
Dante liep naar de piano en legde zijn hand even op de schouder van het meisje. Sophie keek omhoog met een grote glimlach. ‘Oom Dante, vind je het mooi?’
‘Het is prachtig, Sophie,’ antwoordde hij. ‘Het mooiste dat ik ooit heb gehoord.’
---





