Het Geheim van de Sleutelbos
News Story

Het Geheim van de Sleutelbos

6 weergaven

Tegen de middag passeerde ik de Oostenrijkse grens bij Kufstein. De regen die mij sinds Utrecht had achtervolgd, was hier op grotere hoogte veranderd in een dichte, natte sneeuwval. De toppen van de Alpen lagen verscholen achter een granietgrijs wolkendek dat laag over de vallei hing.

Mijn gehavende auto viel te veel op, dus parkeerde ik hem op het terrein van een groot treinstation in een klein dorpje buiten Innsbruck. Ik liet het voertuig achter, kocht met contant geld een eenvoudige tweedehands rugzak, warme kleding en een stevige landkaart van het Stubaital in een lokale sportwinkel.

Mijn vaders zwarte notitieboek zat veilig opgeborgen in mijn binnenzak, samen met de zware koperen sleutelbos. De sleutels voelden ijskoud aan tegen mijn borstkast.

Ik nam de lokale bus richting de achterzijde van het dal, naar het dorpje Neustift. Hoe dieper we de bergen in reden, hoe nauwer de weg werd en hoe steiler de rotswanden langs het spoor omhoog rezen. Dit was de wereld waarin mijn biologische ouders, Arthur en Helena Von Berg, hun laatste adem hadden uitgeblazen. Een wereld van majestueuze schoonheid, maar ook van meedogenloze diepten.

In Neustift stapte ik uit. Het was er stil; het toeristenseizoen was nog niet begonnen. De lucht rook naar dennenhout en verbrand hout uit de schoorstenen van de traditionele chalets.

Ik liep naar een klein, oud café genaamd Gasthof Zur Post. Binnen was het warm. Achter de houten bar stond een oudere man met een grijze baard en een traditionele wollen trui, die rustig glazen aan het droogmaken was. Hij keek op toen ik binnenkwam. Zijn ogen vernauwden zich toen hij mijn gezicht zag.

"Grüß Gott," zei ik met mijn beste Duits.

De oude man antwoordde niet meteen. Hij legde het glas neer, droogde zijn handen zorgvuldig af aan zijn schort en bleef me strak aankijken.

"Dat kan niet..." fluisterde de man in het lokale dialect. "Dat is onmogelijk."

"Mijn naam is..." Ik twijfelde even. "Mijn naam is Daniel. Ik zoek informatie over een oude boerderij in de bovenvallei. De Alpine-hut van de familie Von Berg."

De barman slikte zienderogen moeizaam. Hij leunde over de bar en keek me met een mengeling van ontzetting en ontzag aan. "Je bent het spitse beeld van Arthur. Toen je door die deur liep, dacht ik dat ik een geest zag. Arthur Von Berg is hier vijftig jaar geleden gestorven."

"Ik ben zijn zoon," zei ik rustig.

De man bleef een moment sprakeloos. Daarna wenkte hij me naar een afgezonderde hoek van het café. Hij stelde zich voor als Johann, een voormalige gids die in zijn jeugd goed beriend was geweest met mijn biologische vader.

"Je vader was een goed mens, Daniel," zei Johann met een schorre stem. "Maar zijn broer Erich was een duivel. Toen het ongeluk gebeurde in de bergpas van de Mutterberger Seespitze, geloofde niemand in het dorp dat het een simpel natuurverschijnsel was. De rotsverschuiving was te precies, op het exacte moment dat Arthur en Helena de pas overstaken."

"En de meubelmaker? Cor?" vroeg ik gehaast.

Johann knikte traag. "Cor... de Nederlander. Hij was een held. Hij is die bewuste nacht met jou op zijn arm door de storm naar het dal afgedaald, terwijl Erichs mannen de hut doorzochten. Wij dachten dat hij jullie beiden naar de veiligheid van Holland had gebracht."

"Dat heeft hij ook gedaan," zei ik. "Maar hij is teruggekomen, nietwaar?"

Johann keek bezorgd naar het raam, waar de sneeuw vlokken steeds dikker neerdalden. "Gisteravond is er een oude man langsgekomen. Hij zag er erg slecht uit, vermoeid en ziek. Hij vroeg naar de sleutel van de oude berghut op de Jagdhausalm. Ik heb hem gewaarschuwd dat er een zware sneeuwstorm op komst is en dat die hut al decennia verlaten is. Maar hij luisterde niet. Hij zei dat hij een afspraak had met het verleden."

Mijn hart kromp ineen. Cor was daarboven, alleen, in een ijskoude hut op meer dan tweeduizend meter hoogte, terwijl er een storm raasde en Marcus Von Berg hem op de hielen zat.

"Je kunt daar nu niet heen," zei Johann dringend. "De kabelbaan draait niet en de bergpas is gevaarlijk. De storm maakt de klim zelfmoord!"

Ik stond op en trok mijn handschoenen aan. Ik keek Johann strak in de ogen. "Hij heeft zijn hele leven opgeofferd om mijn leven te redden. Ik laat hem niet alleen sterven in het ijs."

Johann keek me lange tijd aan, zuchtte diep en reikte onder de balie. Hij haalde een zware, olielamp en een topografische kaart tevoorschijn. "Als je gaat, neem dan het oude jagerspad langs de kloof. En pas op... er zijn vanmorgen twee vreemde auto's met Duitse kentekens de bergweg op gereden."

Marcus was er al. De race tegen de klok en de elementen was begonnen.