Het Geheim van de Sleutelbos
News Story

Het Geheim van de Sleutelbos

6 weergaven

Met een luid gekraak boog het verroeste ijzer van het rooster om. De scherpe randen sneden diep in de palm van mijn hand, maar de adrenaline overspoelde de pijn. De doordringende, chemische gaslucht werd met de seconde sterker. Mijn ogen begonnen te branden en mijn hoofdpijn nam in hevigheid toe. Ik perste mezelf achterwaarts het smalle, vierkante beton kanaal in, de vieze stof- en spinnenweblagen van tientallen jaren negerend.

Het kanaal liep schuin omhoog. Met mijn ellebogen en knieën duwde ik mezelf inch voor inch naar boven, terwijl de zuurstof in mijn longen schaars werd. Net toen ik dacht dat ik ging flauwvallen, voelde ik een frisse, koude nachtluchtstroom op mijn gezicht. Met een laatste, wanhopige krachtsinspanning beukte ik tegen het plastic afdekrooster aan het einde van de schacht. Het sloeg los en ik rolde kappend en naar adem snikkend het natte gras van de achtertuin op.

Ik bleef enkele seconden op de drassige grond liggen, naar de donkere hemel starend terwijl de regen mijn gezicht schoonspoelde. Ik leefde nog. Maar er was geen tijd om te rusten.

Vanaf mijn positie in de struiken keek ik naar de voorkant van het huis. Bij de oprijlaan stond een zwarte limousine met draaiende motor. Een lange gedaante in een donkere regenjas — de man met het Duitse accent, Marcus Von Berg — stapte net in aan de passagierszijde. De auto reed met gedoofde lichten snel de weg op en verdween in de richting van de snelweg.

Hij dacht dat ik dood was of machteloos vastzot in de gasgevulde kelder.

Ik krabbelde overeind. Mijn kleren waren besmeurd met modder en roet, mijn hand bloedde hevig, maar mijn geest was helderder dan ooit. Mijn hele leven was een leugen geweest, gebouwd op de beschermingsdrang van een man die zijn eigen geluk had opgeofferd om een weeskind te redden. Cor was geen kille, gevoelloze vader geweest; hij was een man die kapot ging aan de last van een verschrikkelijk geheim en de voortdurende angst voor ontdekking.

Waar was Cor nu? Waarom had hij mij de sleutels gegeven en was hij zelf verdwenen?

Ik rende naar mijn eigen auto, die gelukkig verderop in de straat achter een rij bomen geparkeerd stond en niet opgemerkt was door Marcus. Ik stapte in, sloot de deuren en verbond mijn bloedende hand met een oude doek uit het dashboardkastje.

In het zwarte notitieboek, dat ik op het laatste moment onder mijn jas had geduwd, herinnerde ik me een specifiek adres dat Cor in de marge had genoteerd. Het was een oud adres in Innsbruck, Oostenrijk, en een tweede locatie: een afgelegen boswachterswoning in het dal van de Stubaier Alpen.

Cor wist dat Marcus hem op het spoor was. Hij had de sleutels aan mij gegeven om het erfgoed te beschermen, maar hij was zelf als afleidingsmanoeuvre op pad gegaan. Hij stelde zijn eigen leven in de waag op tachtigjarige leeftijd om mij tijd te winnen.

Ik startte de motor. De klok op het dashboard gaf 02:15 uur aan. Mijn benzinetank was vol. Ik keek in de binnenspiegel naar mijn eigen gezicht — het gezicht van Julian Von Berg. De rustige, saaie man uit Utrecht bestond niet meer.

Ik reed de snelweg A12 op, richting Duitsland en Oostenrijk. Maar terwijl ik het gas dieper indrukte, merkte ik in de achteruitkijkspiegel twee felle halogeenlampen op die op constante afstand achter mij bleven rijden. Een grote, donkere SUV bleef exact mijn spoor volgen, hoeveelbaanswisselingen ik ook maakte.

Marcus was niet alleen geweest. Iemand hield me in de gaten.