De ijskoude wind leek onze botsen te bevriezen. Mijn gelaat was gevoelloos geworden en mijn tenen pijnlijk stijf, maar ik bleef doorzetten. Cor’s ademhaling werd steeds zwakker en onregelmatiger. Hij leunde met zijn volle gewicht tegen mij aan, zijn bewustzijn langzaam wegglijdend door de extreme onderkoeling.
"Blijf bij me, pap!" schreeuwde ik tegen de storm in. "Kijk naar mij! We zijn er bijna!"
Cor opende moeizaam zijn ogen. Zijn lippen waren blauw gekleurd. Hij wees met een trillende indexvinger naar een gigantische, afgestorven eikenboom die als een eenzame wachter aan de rand van een steile rotsafgrond stond. Onder de kronkelige, met ijs bedekte wortels van de boom lag een donkere opening verscholen — de ingang van een natuurlijke rotsgrot.
Ik trok Cor met een laatste krachtsinspanning door de smalle opening van de grot.
Meteen viel de snijdende wind weg. De stilte binnen in de grot was bijna oorverdovend vergeleken met het razen van de storm buiten. De lucht hier beneden was beschut en merkbaar warmer. Ik legde Cor voorzichtig neer tegen de stenen wand en hulde hem in mijn eigen warme jas.
"Blijf hier... rust uit," zei ik, terwijl ik zijn ijskoude handen in de mijne wreef.
Cor keek me aan, zijn blik helderder dan tevoren. hij reikte naar de zware koperen sleutelbos die ik weer in mijn zak had gestopt nadat ik hem in de hut had opgeraapt.
"De vierde sleutel... Daniel," fluisterde hij rauw. "De gietijzeren baardsleutel... kijk achter de steen met het eikenblad-symbool."
Ik scheen met de zwakke lichtstraal van mijn telefoon naar de achterzijde van de grot. Daar, gehouwen in de natuurlijke rotswand, zag ik een ingemetselde stenen plaat met exact hetzelfde eikenblad-embleem dat op de sleutel gegraveerd stond.
Ik liep naar de plaat toe. In het midden van de stenen muur zat een klein, vierkant gat. Ik stak de lange gietijzeren sleutel erin en draaide hem om. Met een diep, schurend geluid van steen op steen schoof een gedeelte van de rots wand dertig centimeter naar achteren en gleed opzij.
In de uitsparing die zichtbaar werd, stond een zware, koperen kist met verfijnd beslag en het familiewapen van Von Berg erop gegraveerd.
Hier was het dan. Het geheim dat vijftig jaar lang verborgen was gebleven. Het erfgoed dat mijn biologische ouders hun leven had gekost, en waarvoor Cor zijn hele bestaan in een leugen had veranderd.
Ik trok de zware kist uit de nis en zette hem op de grond voor Cor.
"Maak hem open..." zei Cor zacht. "Het behoort jou toe, Daniel. Het is de erfenis van je vader... en de bewijzen die de naam van je familie zuiveren."
Ik stak een van de kleinere sleutels van de koperen bos in het slot van de kist. Het mechanisme klikte open. Langzaam tilde ik het zware deksel op.
Binnenin lagen stapels originele documenten, opgeborgen in waterdichte kleden: de eigendomsbewijzen van het Von Berg-landgoed, bankpapieren uit Zwitserland, een prachtige verzameling antieke familiejuwelen, en... een handgeschreven brief geseord met de Wasstempel van mijn biologische moeder, Helena.
Maar voordat ik de brief kon oppakken, viel er een lange, donkere schaduw over de ingang van de grot.
"Eindelijk..." klonk een raspende, valse stem bij de opening.
Marcus Von Berg stond in de ingang, bloedend uit zijn knie, leunend op een dikke tak, maar met het heroverde pistool strak op ons gericht.
"Het geheim is ontrafeld," zei Marcus met een waanzinnige blik in zijn ogen. "En nu sterven jullie allebei."






