Het Geheim van de Sleutelbos
News Story

Het Geheim van de Sleutelbos

6 weergaven

De regen veranderde op de Duitse Autobahn in een dichte, striemende mist. De wijzer van mijn snelheidsmeter stond op honderdveertig kilometer per uur, maar de zware zwarte SUV achter mij bleek moeiteloos te volgen. Elke keer als ik de snelheid verhoogde, verscheen de massieve grill van het voertuig opnieuw in mijn achteruitkijkspiegel, alsof het een onvermijdelijke schaduw was die mij naar de afgrond trok.

Mijn gedachten raasden sneller dan de auto. Als Marcus Von Berg zijn mannen al op mij had gezet, betekende dit dat ze wisten dat ik uit de kelder was ontkomen. Of erger nog: ze gebruikten mij om hen rechtstreeks naar Cor en de verborgen kluis te leiden. Ik mocht Oostenrijk niet bereiken met deze achtervolgers op mijn hielen.

Bij de afslag nabij Dettelbach gokte ik. Op het allerlaatste moment, toen de belijning van de snelweg scheidde, stuurde ik de wagen met gierende banden naar de rechterbaan en nam de afslag naar een secundaire weg. De zwarte SUV reageerde alert, sneed over het verdrijvingsvlak en bleef vlak achter me.

De weg leidde door een donker, heuvelachtig bosgebied. Het zicht was door de mist reduct tot nauwelijks twintig meter. De koplampen van mijn achtervolger verblindden me via de spiegels. Plotseling versnelde de SUV en beukte met een harde klap tegen mijn achterbumper. De auto gleed even weg over het natte asfalt, maar ik wist het stuur recht te houden.

"Klootzakken!" schreeuwde ik, terwijl het stuurwiel in mijn handen trilde.

Ze wilden me niet inhalen; ze wilden me van de weg drukken. Ik keek koortsachtig op het navigatiedisplay van mijn dashboard. Een paar kilometer verderop gaf de kaart een oude, houten brug aan over een zijtak van de Main-rivier, gevolgd door een steile klim naar een steengroeve.

Ik trapte het gaspedaal vol in. Mijn motor loeide. De SUV beukte een tweede maal, deze keer tegen de linker achterzijde. Mijn wagen tolde lichtjes, maar ik hield het gaspedaal ingedrukt. We naderden de smalle houten brug die nauwelijks breed genoeg was voor één enkel voertuig.

Vlak voor de brug zag ik een oude bocht met een opeenstapeling van dikke houten boomstammen langs de weg. Ik zette mijn knipperlicht naar links alsof ik het bospad wilde inslaan, wachtte tot de SUV de manoeuvre volgde om mij af te snijden, en trapte toen vol op de rem terwijl ik het stuur krachtig naar rechts omgooide.

Het rubber van mijn banden jankte over de natte weg. Mijn auto slipte rakelings langs de stapel houtstammen. De zware SUV, gedreven door zijn eigen massa en hoge snelheid, kon de abrupte stuurbeweging niet maken. Met een oorverdovend gekraak van versplinterend hout en verwrongen staal boorde de zwarte wagen zich vol in de massieve stapel boomstammen.

De SUV kwam met een klap tot stilstand, de motorkap ingedrukt en stoom die uit de radiateur spoot.

Ik bracht mijn auto tot stilstand en keek met een kloppend hart in de spiegel. De bestuurdersdeur van de SUV zwaaide langzaam open. Een zwaargebouwde man stapte brullend van pijn uit, zijn gezicht onder het bloed. Hij reikte naar zijn binnenzak.

Ik wachtte geen seconde langer, schakelde in de eerste versnelling en scheurde weg, de donkere nacht in. Mijn auto was gehavend, de achterbumper hing half los, maar ik had mijn achtervolgers afgeschud.

Toch wist ik dat dit pas het begin was. Marcus Von Berg zou niet rusten voordat hij mij had. En terwijl de ochtendglip langzaam de horizon van Zuid-Duitsland grijs kleurde, realiseerde ik me dat de grootste strijd niet op de snelweg zou plaatsvinden, maar in de ijskoude bergen van Oostenrijk, waar het verleden op mij wachtte.