HET GEHEIM VAN HET SPAARNE
News Story

HET GEHEIM VAN HET SPAARNE

19 weergaven

In de algehele duisternis van de bunker was het geluid van de schoten oorverdovend. Flitsen van mondingsvuur verlichtten om de seconde de betonnen muren als een macabere bliksem.

Ik bedacht me geen seconde. Ik liet het scheepslogboek vallen en duuk naar voren, afgaand op het geluid van Sophies stem. Mijn handen raakten de houten stoel waaraan ze vastgebonden zat.

"Sophie! Blijf laag!" schreeuwde ik.

Met mijn zakmes, dat ik uit mijn broekzak wrikte, sneed ik wild door de touwen om haar polsen en enkels. De dikke vezels lieten los. Ik trok de tape van haar mond.

"Pap! Pap! Hij wilde me vermoorden!" huilde ze, terwijl ze zich wanhopig om mijn nek klemde.

"Ik ben bij je, lieverd. Het komt goed," fluisterde ik, hoewel ik zelf doodsbang was.

Vlak bij ons woedde een gevecht op leven en dood. Het schreeuwen van Willem van der Meer en het grimmige gevloek van Thomas echoëden tegen de vloer. Schoten ketsten af op het beton, met Vonkensporen die door de duisternis vlogen.

"Rennen naar de uitgang! Nu!" schreeuwde Thomas’ stem vanuit het donker.

Ik greep Sophies hand en sleurde haar mee richting de zwakke lichtspleet van de openstaande bunkerdeur. We stormden naar buiten, de ijskoude duinlucht in. Het zand remde onze stappen, maar de adrenaline stuwde ons voort.

Vlak achter ons klonk een harde knal. Thomas kwam de bunker uit gestormd. Zijn jas was gescheurd en er stroomde bloed uit een diepe wond aan zijn arm, maar hij hield het pistool vast.

"Hij is gewond, maar hij leeft nog!" schreeuwde Thomas. "Hij is de tunnel in gegaan richting het landhuis! Hij heeft de audio-opnames uit mijn zak gerukt tijdens het gevecht!"

Mijn maag kromp ineen. "De opnames? Hij heeft ze weer?!"

"We moeten hem opvangen bij het landhuis!" zei Thomas vastberaden. "Als hij het landhuis bereikt, heeft hij toegang tot zijn privé-helikopter op het dak! Dan ontkomt hij voorgoed!"

"Nee!" schreeuwde ik. Ik keek naar Sophie, die rillend en in shock naast me stond. "Ik moet Sophie in veiligheid brengen!"

Thomas keek naar Sophie en daarna naar mij. Zijn blik was hard, maar strak. "Breng haar naar de bestelbus. Sluit de deuren. Ik ga naar het landhuis. Ik maak af waar ik voor gekomen ben."

"Thomas, wacht!" riep ik, maar hij draaide zich al om en renze met grote stappen over de duinhelling richting het landhuis dat een paar honderd meter verderop tussen de dennenbomen verscholen lag.

Ik sleurde Sophie mee naar de bestelbus. Ik hielp haar op de passagiersstoel, trok de riem vast en keek haar strak in de ogen.

"Sophie, luister heel goed naar me," zei ik, terwijl ik haar gezicht in mijn handen nam. "Blijf in deze bus. Sluit de deuren van binnenaf. Als er binnen tien minuten niemand terugkomt, start je de bus en rijd je rechtstreeks naar het hoofdbureau van de politie in Amsterdam. Niet in Haarlem! In Amsterdam! Begrijp je me?"

"Pap, ga niet!" smeekte ze, terwijl de tranen over haar wangen stromen. "Laat het rusten! Alsjeblieft!"

"Ik kan het niet laten rusten, Sophie," fluisterde ik met een gebroken stem. "Hij heeft je oma vermoord. hij heeft ons gezin verwoest. Als ik dit nu niet stop, laat hij ons nooit meer met rust."

Ik drukte een kus op haar voorhoofd, sloot het portier en vergrendelde de deuren.

Ik draaide me om en renze door de duinen, achter het spoor van Thomas aan.

Het landhuis van Willem van der Meer was een imposant, modern bouwwerk van glas, staal en graniet, volledig afgeschermd door een hoog hekwerk met prikkeldraad. Maar de poort stond wijd open. Een spoor van vers bloed op de oprijlaan verraadde dat Willem hier langs was gekomen.

Ik glipte door de poort en benaderde de grote glazen schuifdeuren van het huis. De ruiten waren ingeslagen. Inside rook het naar dure sigaren, leer... en kruit.

Ik stapte de marmeren hal binnen. Het was er doodstil, afgezien van het mechanische gezoem van de lift die naar het dak ging.

Ik keek naar de indicator boven de liftduren. Het pijl sprak klaar helder: DAK / HELIPAD.

"Thomas!" fluisterde ik wanhopig.

Ik rende naar het traphuis en stormde de betonnen treden op, drie tegelijk. Mijn longen brandden, mijn spieren verkrampten, maar ik bleef rennen. Vier verdiepingen omhoog, totdat ik de zware stalen deur bereikte die toegang gaf tot het dak.

Ik duwde de deur open en stapte het winderige dak op.

De zeewind waaide met stormkracht over het platform. Op het midden van het helipad stond een zwarte privé-helikopter met draaiende rotoren. Het geluid van de bladen was verdovend.

Aan de rand van het helipad stonden twee mannen in een dodelijke omhelzing.

Thomas en Willem van der Meer vochten op de rand van de afgrond, tientallen meters boven de rotsen van de duinen. Willem, hoewel gewond en bloedend, vocht met de woede van een kat in het nauw. hij hield een zwaar jachtmes vast en haalde wild uit naar Thomas.

Thomas ontweek de slagen, maar hij was verzwakt door zijn eerdere wonden. Willem greep Thomas bij de keel en duwde hem langzaam achterover over de lage veiligheidsreling.

Thomas’ voeten bungelden al in de diepte.

"Ik had je vader twintig jaar geleden al moeten afmaken!" schreeuwde Willem door het geraas van de helikopter. "En nu volg jij hem!"

"WILLEM!" schreeuwde ik met alles wat ik in me had.

Ik rende over het helipad en gooide mijn volle gewicht tegen de korpschef aan.

De klap was zo hard dat we alle drie tegen de stalen vloer van het helipad smakte. Het jachtmes vloog uit Willems hand en ketste over de rand van het dak in de diepte.

Willem rolde op zijn rug, snakkend naar adem. Ik sprong boven op hem en klemde mijn handen om zijn revers.

"Het is voorbij, Willem!" schreeuwde ik in zijn gezicht. "Het is voorbij!"

Willem keek me aan. Er lag geen angst meer in zijn ogen, alleen maar een puur, koud venijn. Een bloederige glimlach verscheen op zijn lippen.

"Denk je dat echt, Henk?" fluisterde hij hees.

Hij stak zijn hand in zijn binnenzak, haalde de kleine zwarte audio-recorder tevoorschijn waarin het cassettebandje zat... en gooide hem met een krachtige zwaai over de rand van het dak.

Ik keek verlamd toe hoe het enige fysieke bewijs van de moord op Klaas’ broer in de peilloze diepte van de duinen verdween.

"Als ik val... valt alles met mij," lachte Willem waanzinnig.

Op dat moment klonk er een dof, dreunend geluid vanuit het duinlandschap beneden.

Drie zwarte politievoertuigen met gillende sirenes en zwaailichten stormden de oprijlaan van het landhuis op. Maar ze kwamen niet om Willem te arresteren.

Uit de voertuigen stapten zes zwaarbewapende mannen in speciale politie-uniformen. Ze richtten hun automatische wapens omhoog... recht op het dak waar Thomas en ik stonden.

"Dat is mijn persoonlijke garde," fluisterde Willem met een grijns. "Ze schieten op alles wat beweegt. Geef op, Henk."

Thomas kwam overeind, zijn gezicht bedekt met bloed, en keek naar de naderende troepen beneden. Daarna keek hij naar mij, en ten slotte naar de draaiende helikopter waarvan de piloot de motoren op volle toeren liet draaien.

"Henk..." zei Thomas, zijn voice verrassend rustig door het lawaai van de storm. "Er is maar één manier om dit te beëindigen."

Hij greep de zware stalen stang van het landingstel van de helikopter vast...