HET GEHEIM VAN HET SPAARNE
News Story

HET GEHEIM VAN HET SPAARNE

19 weergaven

De loop van een oud dubloopig jachtgeweer kwam uit de schaduw tevoorschijn, strak gericht op de borst van Thomas. Klaas zat op een verroeste munitiekist onder de brug. Zijn linkerhand klemde een doek vast die doordrenkt was met donker bloed, gedrukt tegen een diepe snijwond in zijn zij. Zijn gezicht was grauw van het bloedverlies, maar zijn grijsblauwe ogen brandden met een gevaarlijke, bijna maniakale intensiteit.

"Klaas, niet schieten," zei ik slowly, terwijl ik mijn handen omhoog stak. Water droop van mijn kleren op de drassige grond. "Mijn moeder is dood. Willems mannen hebben haar neergeschoten."

Er flitste een spoor van emotie over Klaas’ littekengezicht. Het was geen medelijden, maar een kille voldoening gemengd met bitterheid. "Annie is dood?" raspte hij, en hij nam een diepe haal van zijn sigaret. "Ze heeft tien jaar lang gelogen over het lijk van mijn broer Jacob. Ze heeft het geld aangenomen. Het lot heeft haar snel ingehaald."

"Ze heeft me dit gegeven vóór ze stierf," zei ik, en ik stapte een stap naar voren, ondanks dat Thomas aan mijn jas trok om me tegen te houden. Ik hield de koperen sleutel B-407 omhoog in het spärliche licht van de straatlantaarns.

Klaas’ ogen fixeerden zich op de sleutel. De spanning in zijn schouders veranderde merkbaar. "De kluis in IJmuiden..." fluisterde hij. "Ze had de sleutel al die tijd?"

"Ja," antwoordde ik. "En een brief. Ze schreef dat jij de enige bent die weet hoe we de kluis moeten openen zonder dat het alarmsysteem afgaat. Binnenin liggen audio-opnames die bewijzen dat Willem van der Meer en mijn vader jouw broer hebben vermoord en het verzekeringsgeld hebben verdeeld."

Klaas liet de loop van zijn jachtgeweer langzaam zakken. Hij spuogde een peuk in het zwarte water van het Spaarne. "Je vader was een rat, Henk. Een laffe rat die zijn eigen vrienden verraadde voor een miljoen euro. Maar Willem van der Meer... Willem is de slang die de hele stad giftig heeft gemaakt."

Hij probeerde op te staan, maar zijn been gaf mee onder zijn gewicht. hij kreunde van de pijn en zakte terug op de munitiekist. Thomas stapte naar voren, haalde een medische bandage uit zijn tactische vest en gooide die naar Klaas.

"Verbind die wond," zei Thomas strak. "We hebben geen tijd voor jouw wraakgevoelens als je doodbloedt onder een brug. Ik ben Thomas, de zoon van Pieter uit Duitsland. En als we Willem willen aanpakken, moeten we nu handelen vóór hij de havens hermetisch afsluit."

Klaas bekeek Thomas met een mengeling van verbazing en minachting. "Nog een zoon van die verrader... Wat een mooie familie bijeenkomst. Waarom zou ik jullie vertrouwen?"

"Omdat we allemaal hetzelfde doel hebben," zei ik vastberaden. "Willem heeft mijn leven verwoest, hij heeft jouw broer vermoord, en hij heeft Thomas' vader laten liquideren. Hij denkt dat hij onkwetsbaar is omdat hij de politiebaas van Haarlem is. We hebben die audio-opnames nodig om hem kapot te maken."

Klaas keek langdurig naar de sleutel in mijn hand. Daarna knikte hij langzaam. hij wikkelde het verband strak om zijn middel en beet op zijn lippen om de pijn te onderdrukken.

"De kluis B-407 bevindt zich in de oude visafslag van IJmuiden," zei Klaas, zijn voice laag en hees. "Het is een vergeten ondergrondse bunker uit de Tweede Wereldoorlog die door de smokkelaars werd gebruikt. De kluis is uitgerust met een stil alarm dat rechtstreeks verbonden is met het privé-bureau van Willem. Als je de sleutel omdraait zonder de stroomvoorziening in de centrale verdeelkast om te leiden, heeft hij binnen drie minuten een arrestatieteam op je dak."

"En jij weet waar die verdeelkast staat?" vroeg Thomas.

"Ik heb de bedrading dertig jaar geleden zelf aangelegd toen ik nog voor die bende werkte," zei Klaas met een kille lach. "Maar we komen IJmuiden niet in via de weg. Willem heeft overal roadblocks neergezet. De enige manier is via het water. Met een boot."

"Mijn vaders oude vissersboot..." zei ik plotseling, terwijl een herinnering bovenkwam. "De HA-14. De politie dacht dat die was gezonken, maar hij lag al die jaren aan de ketting op een geheime werf in Spaarndam!"

Klaas keek me verrast aan. "De HA-14 drijft nog? Die boot is een wrak!"

"Mijn moeder betaalde stiekem de ligplaats," zei ik. "Ze hield hem aan de praat. Het was haar manier om haar schuldgevoel af te kopen. Als we de boot kunnen starten, zijn we via het Noordzeekanaal binnen drie kwartier in IJmuiden."

"Dan hebben we geen minuut te verliezen," zei Thomas, terwijl hij de omgeving afspeurde. "Het wordt bijna ochtend. Zodra het licht wordt, vindt de politie ons."

We hielpen Klaas overeind. Hij steunde zwaar op mijn schouder. Terwijl we ons door de donkere steegjes van Haarlem richting Spaarndam bewogen, werd de mist dikker. Het voelde alsof het verleden van de stad ons probeerde in te slikken.

Na een half uur intensieve mars bereikten we de kade van Spaarndam. Daar, weggedoken achter een ririj verroeste containers, lag een oude, houten visserskotter te dobberen op het zwarte water. De letters HA-14 waren half weggesleten op de boeg.

We klommen aan boord. De lucht van oude diesel, zout en rotte vis sloeg op mijn borst. Klaas liep direct naar de stuurhut, terwijl Thomas bij de poort de wacht hield.

Ek ging naar de motorkamer onder in het schip. De oude, tweecilinder dieselmotor stond er stil en koud bij. Met trillende handen bediende ik de handmatige voorgloeier en trok aan de zware starthendel.

De motor hoestte een dikke zwarte rookwolk uit, pruttelde tegen, en sloeg toen met een diep, ritmisch gestamp aan. Het hele schip trilde op zijn grondvesten.

"We hebben stroom!" riep ik naar boven.

Maar precies op dat moment werd de hele kade verlicht door een fel, wit zoeklicht.

Een grote zwarte SUV reed met hoge snelheid de kade op en blokkeerde de uitgang van de werf. De deuren vlogen open. Drie gewapende mannen in civiele kleding met kogelvrije vesten stapten uit.

Aan de passagierszijde stapte niemand minder dan korpschef Willem van der Meer uit. Hij hield een megafoon in zijn hand en zijn stem schalde over het water:

"Henk! Klaas! Jullie spelen een spel dat jullie niet kunnen winnen! Leg het schip stil en kom met je handen op je hoofd naar buiten, of ik geef het bevel om te vuren!"

Thomas verscheen naast me in de stuurhut. "Hij heeft ons klem! Als we de trossen losgooien, schieten ze ons kapot voordat we de vaargeul bereiken!"

Klaas keek naar de bedieningshendel van de boot, en daarna naar een zware, roestige gasklep aan de wand. Een duistere glimlach verscheen op zijn gelaat.

"Niet als we ze iets geven om naar te kijken..." fluisterde Klaas.

Hij greep een noodwerpsignaal met rode fosfor van de wand, trok aan de pen, en gooide het brennende spoor rechtstreeks in de open diesel-opslagtank achter op de kade...