Het gevoel dat we nauwlettend in de gaten gehouden werden, liet me de dagen na ons bezoek aan het politiebureau niet meer los. Elke keer als ik uit het raam van mijn woonkamer keek, leek het alsof er een onbekende auto in de straat stond te wachten. De rust die ik dacht te hebben gevonden na de arrestatie van tante Rie, bleek een broze illusie te zijn.
Ilse was bij mij komen wonen om me te helpen met de voorbereidingen voor Helena's uitvaart. Op een donderdagavond, terwijl de wind gierde om het huis en de bladeren tegen de ruiten sloegen, zat Ilse aan de eikenhouten tafel te werken op haar laptop. Ze was bezig met het doornemen van de oude eigendomsakten van onze familiebakkerij, die we van de politie hadden teruggekregen.
"Mam, kijk hier eens naar," zei Ilse plotseling, terwijl ze met haar vinger over het scherm gleed.
Ik liep naar haar toe met twee kopjes dampende thee. "Wat is er, schat?"
"De politie dacht dat Karel Derksen het enige kind van Victor Derksen was," zei Ilse met een frons op haar voorhoofd. "Maar volgens de kadastergegevens van de meelfabriek uit 1992 was er nog een tweede aandeelhouder betrokken bij het bedrijf. Een stichting genaamd 'het Zilveren Spoor', geregistreerd op een adres in Zwitserland."
Mijn adem stokte. "Een Zwitserse stichting? Wat heeft onze familiebakkerij daarmee te maken?"
"Dat is het m juist," legde Ilse uit, terwijl haar ogen strak op de cijfers gericht bleven. "Tante Rie sluisde niet alleen geld wit via de meelfabriek voor de lokale misdaad in Utrecht. Ze herbelegde de winsten via die stichting in Zwitserland. En het vermogen van die stichting staat op naam van een bewindvoerder..."
Ze klikte op een bijgevoegd document en hield haar adem in. "De bewindvoerder is ene Julian Derksen—de jongere broer van Karel. Hij woont al jaren in Zürich als vermogensbeheerder."
Een ijskoude rilling trok over mijn rug. De man in de zwarte wagen voor het politiebureau... het litteken op zijn wang. In de oude fotoalbums van de meelfabriek die we vroeger hadden gezien, herinnerde ik me een jongere jongen die altijd aan de zijde van Victor Derksen stond. Julian.
"Hij is naar Nederland gekomen," fluisterde ik. "Hij wil het geld uit de Zwitserse stichting veiligstellen voordat de recherche de accounts kan bevriezen."
"En de enige manier om dat geld vrij te krijgen," vulde Ilse aan met een bleek gezicht, "is met de originele aandeelhouderscertificaten... die vermeld staan op de achterzijde van de originele eigendomsakte van de bakkerij. De akte die opa in 1980 heeft ondertekend."
Mijn blik viel op de kartonnen doos van de politie die op het dressoir stond. Daarin lagen de persoonlijke papieren van mijn vader die we zojuist hadden teruggekregen.
Voordat ik iets kon zeggen, ging de deurbel. Het doordringende, schelle geluid liet ons beiden opbreken van schrik.
We verstijfden. Het was ruim tien uur 's avonds. We verwachtten niemand.
"Blijf hier," fluisterde ik tegen Ilse. Ik liep naar de gang en keek door het spiekoogje van de voordeur.
Buiten in de gietende regen stond een slanke man in een smetteloos donkerblauw maatpak, gehuld in een lange trenchcoat. Hij droeg een zwarte paraplu, maar zijn gezicht was deels zichtbaar in het schijnsel van de lantaarnpaal. Een diep, zilvergrijs litteken liep van zijn linker ooghoek tot aan zijn kin.
Julian Derksen.
"Mevrouw van Leeuwen," klonk zijn stem door het hout van de deur—gepolijst, rustig en zonder een spoor van de ruwheid die zijn broer Karel bezat. "Ik weet dat u thuis bent. Ik kom niet om een conflict te zoeken. Ik kom om een zakelijke transactie af te ronden die veertig jaar geleden is onderbroken."
"Ga weg!" schreeuwde ik met een trillende stem. "Ik bel nu de politie!"
"Dat kunt u doen," antwoordde Julian ijskoud. "Maar voordat de politie hier is, weet ik zeker dat de stroom in de hele wijk zal uitvallen. En ik verzeker u dat mijn mensen aan de achterzijde van uw woning niet zo geduldig zijn als ik. Laat mij binnen, Margot. We hebben vijf minuten nodig om deze kwestie voorgoed op te lossen."
Ilse kwam de gang in gelopen met de keukenschaar in haar hand. Ze keek me met wijdgesperde ogen aan.
Op dat moment doofde de lantaarnpaal in de straat. De verlichting in onze gang knipperde één keer en viel toen volledig uit. Het huis werd gehuld in een pikdonkere, doodse stilte.
Het doffe geluid van brekend glas klonk vanuit de bijkeuken aan de achterzijde van het huis.
"Ze zijn binnen," fluisterde Ilse van schrik.
Julian Derksen klopte drie keer zachtjes op de voordeur. "U ziet dat ik mijn beloftes nakom, mevrouw van Leeuwen. Geef mij de originele eigendomsakte van 1980 en de papieren van uw vader. In ruil daarvoor verlaat ik Nederland en zult u nooit meer iets van de familie Derksen horen."
"En als ik het niet geef?!" bracht ik er met rasperige adem uit.
"Dan haal ik het zelf uit de doos op het dressoir," antwoordde hij met een ijzige vanzelfsprekendheid. "En ik zorg ervoor dat er geen getuigen achterblijven die mijn Zwitserse rekeningen kunnen blokkeren. U heeft tien seconden om te beslissen."
Mijn verstand werkte razendsnel in de duisternis. De doos met de papieren stond op het dressoir in de woonkamer. Maar in die doos lag niet alleen de eigendomsakte van vader. Daar lag ook het cassettebandje van Helena, en het zilveren pistool dat inspecteur De Jong als nagelaten materiaal in een verzegelde envelop had gestopt nadat het uit de ruïne van de meelfabriek was geborgen.
"Ilse," fluisterde ik in haar oor, terwij ik haar arm strak vastpakte. "Kruip via de hal naar de voordeur en schuif het vergrendelingsslot los zodra ik de aandacht trek."
"Wat ga jij doen, mam?" vroeg ze rillend.
"Ik ga de transactie afronden," antwoordde ik vastberaden.
Ik stapte de duistere woonkamer binnen, dook naar het dressoir en voelde in het donker aan de inhoud van de kartonnen doos. Mijn vingers klemden zich om het koude, zware metaal van het verzegelde pistool.
Op dat moment werd de deur van de bijkeuken met een harde trap opengebroken. Twee mannen met zaklampen en zwarte bivakmutsen stapten de kamer binnen, gevolgd door het slanke silhouet van Julian Derksen.
Het felle licht van hun zaklampen scheen recht in mijn gezicht.
"Verstandige keuze, mevrouw van Leeuwen," zei Julian met een beleefde glimlach, terwij hij zijn hand uitstak naar de doos op het dressoir. "De papieren, alsjeblieft."
Ik keek hem strak in de ogen aan, haalde de zware envelop uit de doos en scheurde het plastic doormidden.
"Mijn zusje heeft veertig jaar geleden niet voor jullie gebogen," zei ik met een stem die niet langer trilde. "En ik ga dat vanavond ook niet doen."
Ik richtte het wapen recht op de borst van Julian Derksen.






