De brief die de gevangenisverpleegster me twee dagen later per koerier bezorgde, was geschreven op het officiële briefpapier van de penitentiaire inrichting. Het handschrift van tante Rie was beverig en nauwelijks leesbaar, aangetast door haar broze gezondheid en de nabijheid van de dood.
Er stonden slechts drie regels op het papier:
Margot,
Je denkt dat je alles weet. Maar de sleutel van kluis 12 was niet het enige wat ik bewaarde. Helena's echte droom ligt niet op de begraafplaats in Utrecht. Ga naar Maison des Cyprès, Route de Bonnieux, Lacoste.
Vergeef me als je kunt.
Rie.
Ik staarde naar het vel papier. Maison des Cyprès—een huis van de cipressen in het kleine dorpje Lacoste, verscholen in de heuvels van de Provence.
"Wat betekent dit, mam?" vroeg Ilse, terwijl ze over mijn schouder meelas. "Heeft tante Rie daar een huis gekocht met het witgewassen geld?"
"Ik weet het niet," antwoordde ik diep in gedachten. "Maar toen Thomas gisteravond bij ons was, vertelde hij dat Helena al in het voorjaar van 1984 brieven schreef met een Franse notaris over de aankoop van een klein opknaphuisje in de Luberon. Ze wilde er een kleine bakkerij beginnen."
"Denk je dat tante Rie dat huis na Helena's dood op haar eigen naam heeft gezet?" realiseerde Ilse zich met een schok.
"Er is maar één manier om daar achter te komen," zei ik vastberaden.
Drie dagen later landden we op het vliegveld van Marseille. We huurden een kleine auto en reden naar het noorden, door het glooiende platteland van de Provence. De lucht was strakblauw, en de geur van lavendel en droge dennennaalden vulde de warme lentelucht. Het was een schril contrast met de kille, regenachtige nachten in Utrecht en Doorn.
Na een rit van anderhalf uur over kronkelende landweggetjes kwamen we aan bij de Route de Bonnieux nabij het middeleeuwse bergdorpje Lacoste. Aan het einde van een smal pad dat omzoomd was door eeuwenoude cipressen, rees een prachtig, oud stenen landhuis op. Het pand had karakteristieke blauwe luiken, een binnenplaats met een klinkerfontein en een grote, overwoekerde boomgaard vol olijfbomen.
Het landhuis zag er verwaarloosd uit, maar de structuur was ijzersterk en majestueus.
Bij de poort stond een oudere Franse man op ons te wachten. Hij droeg een linnen pet en hield een grote stapel sleutels vast. Het was Maître Dubois, de plaatselijke notaris die door de advocate van tante Rie was ingelicht over onze komst.
"Madame van Leeuwen?" vroeg de notaris in vriendelijk, wat aarzelend Engels.
"Oui, je suis Margot van Leeuwen," antwoordde ik.
De notaris knikte eerbiedig en opende het roestige ijzeren hek. "Welkom op Maison des Cyprès. Dit pand is veertig jaar lang beheerd door een stichting op naam van uw familie. De belastingen en het onderhoud van het dak zijn al die jaren stipt betaald vanuit een Zwitserse bankrekening. Maar in het testament dat mevrouw Hendrika van Leeuwen vorige week heeft laten opstellen, is de eigendom van het pand met onmiddellijke ingang overgedragen aan u en uw dochter."
We liepen over de binnenplaats. Het geluid van onze voetstappen op de kiezels echoëde tegen de oude stenen muren.
"Waarom heeft tante Rie dit pand al die jaren aangehouden?" vroeg Ilse verbaasd, terwijl ze naar de blauwe luiken keek. "Ze is hier zelf nooit geweest."
"Volgens de archieven van mijn kantoor," legde Maître Dubois uit, terwij hij de zware houten voordeur van het landhuis van het slot draaide, "is dit pand in mei 1984 aangekocht door mademoiselle Helena van Leeuwen. Ze had een aanbetaling gedaan met haar eigen spaargeld. Na haar verdwijning heeft haar tante de resterende hypotheek in één keer afgelost om te voorkomen dat de Franse autoriteiten een onderzoek zouden starten naar de herkomst van de gelden."
De zware voordeur zwaaide open. Een geur van oud hout, gedroogde kruiden en zonnestof kwam ons tegemoet.
Het interieur van het huis was wonderbaarlijk goed bewaard gebleven. De meubels waren afgedekt met witte laken doeken, maar toen Ilse een van de doeken wegtrok, zagen we een prachtige, eikenhouten werkbank staan die identiek was aan de baktafels uit de oude familiebakkerszaak in Utrecht.
En op de schouw van de grote open haard in de woonkamer stond een ingelijste schildering van het landhuis, met eronder een sierlijke tekst in het Frans:
Boulangerie van Leeuwen – Lacoste.
Helena had het hele Huis al in gedachten ingericht voordat ze stierf. Tante Rie had het pand veertig jaar lang bewaard als een monument van haar eigen schuldgevoel—het enige wat ze niet had durven verkopen of verwoesten omdat het herinnerde aan het enige zuivere ding dat onze familie bezat.
Ik liep naar het raam van de woonkamer en keek uit over het adembenemende dal van de Luberon. De zon zakte langzaam achter de bergen en kleurde de hemel goud en purper.
Ilse kwam naast me staan en legde haar arm om mijn middel. "Wat een prachtige plek, mam. Helena wilde hier een nieuw leven beginnen."
"En dat gaan we haar geven, schat," zei ik met een glimlach, terwij de tranen van ontroering over mijn wangen stromen. "Dit huis wordt onze zomerbakkerij. We gaan hier elk voorjaar brood bakken volgens de recepten van moeder en Helena. Het schaduwreceptenboek krijgt hier zijn definitieve thuis."
Mijn mobiele telefoon ging. Het was een tekstbericht van Thomas Berg uit Utrecht:
Lieve Margot, ik hoop dat u het landhuis veilig heeft bereikt. Ik heb de oude foto's van Helena laten afdrukken. Ze ziet er zo gelukkig uit op het platteland. Zorg goed voor haar droom.
Ik antwoordde met een korte zin: De droom is overgedragen, Thomas. Het licht schijnt eindelijk in Lacoste.
Die nacht sliepen Ilse en ik voor het eerst in Maison des Cyprès. Er waren geen schaduwen meer die om het huis slopen. Er waren geen telefoontjes in de nacht, geen verborgen pagina's en geen leugens meer. Alleen het geruis van de wind door de oude cipressen en het gezang van de nachtegalen in de boomgaard.
De lange, duistere reis die veertig jaar geleden begon op een renerige juli-avond in Utrecht, was eindelijk tot een zegenrijk einde gekomen.






